← België

Arrest 191942 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.942 Rolnummer: A. 188462/X-13796 Zaak: Arrest 191942 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-03 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 00:17 Fiche Arrest nr 191.942 van 26 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 191.942 van 26 maart 2009 in de zaak A. 188.462/X-13.

  1. In zake :
  2. Henri VERCAMMEN,
  3. Lodewijk JANSEN,
  4. Rita BERGMANS,
  5. Simone VAN BAELEN,
  6. Philomene BERGMANS,
  7. Jacobus LOURDAUX, die woonplaats kiezen bij advocaten S. VERBIST en R. TIJS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Graaf van Hoornestraat 34 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. tussenkomende partij (in de vordering tot schorsing) : de n.v. EIJSSEN, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  8. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Henri VERCAMMEN, Lodewijk JANSEN, Rita BERGMANS, Simone VAN BAELEN, Philomene BERGMANS en Jacobus LOURDAUX op 4 juni 2008 hebben ingediend, en waarin zij de nietigverklaring vorderen van het besluit van 24 april 2008 van de deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij het beroep van de n.v. EIJSSEN ingesteld tegen het besluit van 12 november 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Lommel houdende weigering van de vergunning voor het bouwen van 38 wooneenheden met handel en diensten en afbraak van een woning, op een perceel gelegen te Lommel, Binnensingel, kadastraal bekend sectie C, nrs. 847/a, 847/b, 847/x, 847/z en 852/e, wordt ingewilligd en de voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 186.621 van 30 september 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-13.796-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 13 oktober 2008; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  9. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-13.796-2/3 Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. De kosten van de tussenkomst in de vordering tot schorsing, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.796-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.942 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.