id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.970 Rolnummer: A. 145481/X-11696 Zaak: Arrest 191970 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-07 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 00:31 Fiche Arrest nr 191.970 van 30 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.970 van 30 maart 2009 in de zaak A. 145.481/X-11.
- In zake : Willy TANS, verzoekende partijen tot gedinghervatting :
- Bart HELVEN,
- Patricia HERTOGS, die woonplaats kiezen bij advocaat A. COOLSAET, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Arthur Goemaerelei 69 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Willy TANS op 18 december 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 oktober 2003 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende de niet-inwilliging van zijn beroep tegen het besluit van 3 juli 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt waarbij hem de vergunning wordt geweigerd voor het plaatsen van publiciteitspanelen aan de Kempische Steenweg 160 te Hasselt, kadastraal bekend sectie G, nr. 196/h2; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gezien de laatste memorie met verzoek tot gedinghervatting van Bart HELVEN en Patricia HERTOGS; X-11.696-1/4 Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. COOLSAET, die verschijnt voor de verzoekende partijen tot gedinghervatting, en van bestuurssecretaris K. VISSERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten De oorspronkelijke verzoeker dient op 1 april 2003 (datum van het ontvangstbewijs) bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt een vergunningsaanvraag in voor “het regulariseren van publiciteitspanelen tegen voor-en zijgevel van een woning” op een perceel gelegen aan de Kempische Steenweg 160 te Hasselt, kadastraal bekend sectie G, nr. 196/h2, waarvan de oorspronkelijke verzoeker beweert eigenaar te zijn. Het betrokken goed is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgestelde gewestplan Hasselt-Genk gelegen in industriegebied. Op 23 juni 2003 verleent het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Wegen en Verkeer Limburg, een ongunstig advies over de aanvraag. Bij besluit van 3 juli 2003 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Hasselt de gevraagde vergunning. Tegen de voormelde weigeringsbeslissing stelt de oorspronkelijke verzoeker een administratief beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg. Op 23 oktober 2003 besluit de bestendige deputatie het beroep niet in te willigen en geen stedenbouwkundige vergunning te geven voor de regularisatie van de publiciteitspanelen. Dit is de bestreden beslissing. X-11.696-2/4
- Gedinghervatting - afstand 2.
- De aangevoerde exceptie - standpunt van de partijen 2.1.
- In hun op 26 november 2006 ingediende “laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de procedure en verklaring van gedinghervatting” betogen Bart HELVEN en Patricia HERGOTS eigenaars te zijn van de woning waarop de reclamepanelen zijn aangebracht en waarvoor door de oorspronkelijke verzoeker een stedenbouwkundige vergunning werd aangevraagd, dat aan deze laatste het genotsrecht van deze reclamepanelen werd voorbehouden maar dat hij met ingang van 1 mei 2006 aan dit genotsrecht heeft verzaakt, waardoor dit genotsrecht op hun is overgegaan, als eigenaars van het pand waarop de reclamepanelen werden aangebracht. Zij poneren thans het genot en de volledige beschikking te hebben over de reclamepanelen en verklaren dit geding overeenkomstig artikel 58 van het Procedurereglement te hervatten. 2.1.
- In haar laatste memorie laat de verwerende partij met betrekking tot de gedinghervatting gelden dat Bart HELVEN en Patricia HERGOTS nalaten enig concreet stuk bij te brengen om hun verklaring en derhalve ook hun belang bij deze zaak te staven, dat er dan ook geen grond bestaat voor een hervatting van het geding en dat het beroep als onontvankelijk moet worden verworpen. 2.
- Beoordeling Bart HELVEN en Patricia HERTOGS beweren in hun verklaring van gedinghervatting eigenaars te zijn geworden van de woning of het “pand” waarop de reclamepanelen zijn aangebracht, maar brengen daarvan geen enkel bewijs bij. Evenmin wordt enig bewijs bijgebracht dat de oorspronkelijke verzoeker met ingang van 1 mei 2006 aan het “genotsrecht”, dat hem op deze reclamepanelen zou zijn toegekend, heeft verzaakt. Ondanks de hierboven vermelde exceptie brengen zij ook ter terechtzitting geen enkele verduidelijking. Het is verder niet duidelijk of Bart HELVEN en Patricia HERTOGS eigenaars zijn geworden van het gehele perceel waarop de woning of het “pand” staat, terwijl de bestreden beslissing ook betrekking heeft op een paneel dat enkel op het perceel steun vindt. Bart HELVEN en Patricia HERTOGS tonen derhalve niet aan de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang bij de gedinghervatting te hebben. De exceptie is gegrond. X-11.696-3/4
- De oorspronkelijke verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend, zodat krachtens die wetsbepaling te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.696-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.970 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div