← België

Arrest 191992 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.992 Rolnummer: A. 159358/IX-4767 Zaak: Arrest 191992 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 00:34 Fiche Arrest nr 191.992 van 30 maart 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.992 van 30 maart 2009 in de zaak A. 159.358/IX-

  1. In zake : Johan DELAURE, die woonplaats kiest bij advocaat J. DE BRABANTER, kantoor houdende te ASSE, Stationsstraat 69 tegen : de NV van publiek recht BELGOCONTROL, die woonplaats kiest bij advocaat J. SOHIER, kantoor houdende te BRUSSEL, Emile De Motlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Johan DELAURE op 20 januari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 november 2004 waarbij de heer Michel Dascotte wordt aangesteld tot manager van CANAC met ingang van 1 december 2004; Gelet op het arrest nr. 144.250 van 9 mei 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 14 juni 2005 door de verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-4767-1/5 Gelet op de beschikking van 12 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. CRISPYN, die loco advocaat J. DE BRABANTER, verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat M. DE KEUKELAERE, die loco advocaat J. SOHIER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. In de laatste memorie werpt de verwerende partij een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, die samengevat luidt als volgt: “Het past (...) om zich vragen te stellen naar de ontvankelijkheid van het beroep, rekening houdende met de vereiste van een actueel belang dat moet blijven verder duren in hoofde van verzoeker tot (...) de uitkomst van het geschil.” De verwerende partij werkt deze exceptie als volgt uit: “Inderdaad, het blijkt dat, sinds de totstandkoming van de memories van antwoord en van wederantwoord, de heer Dascotte, begunstigde van de bestreden aanstelling, sinds 1 september 2007 de functie van projectleider ‘CANAC 2’ vervult. Behoudens vergissing heeft deze laatste aanstelling geen voorwerp uitgemaakt van een nieuw beroep, zodat ze als definitief moet worden beschouwd en het belang van verzoeker door dit enkele feit twijfelachtig wordt. Anderzijds werd met de aanstelling van de heer Dascotte als projectleider ‘CANAC 2’ een nieuwe oproep tot kandidaten, op 7 juni 2007 uitgeschreven voor het vervullen van de vrijgekomen functie van manager ‘ATS CANAC’. Daaromtrent dient het benadrukt dat de verzoeker zich geen kandidaat heeft gesteld en dat uiteindelijk de heer De Win, bij beslissing d.d. 17 september 2007, als nieuwe manager ‘ATS CANAC’ werd aangewezen.” IX-4767-2/5 Uit de beslissing nr. 2042 van 17 september 2007 van de afgevaardigd bestuurder van de verwerende partij blijkt inderdaad dat E. De Win, expert ATS bij Belgocontrol, tot mandaathouder wordt aangewezen (zijnde tot manager ATS/CANAC). Dit mandaat neemt een aanvang op 17 september 2007 en neemt een einde uiterlijk op 16 september
  4. Het blijkt niet dat de verzoeker zich kandidaat heeft gesteld voor deze functie. De beslissing van 17 september 2007 maakt niet het voorwerp uit van een beroep van verzoeker bij de Raad van State, zodat ze inmiddels definitief is geworden. 2.
  5. Het belang dat een verzoeker heeft bij zijn beroep dient behouden te worden tot aan de sluiting van de debatten. Het belang raakt voorts de openbare orde. Uit die beide vaststellingen dient besloten te worden dat de partijen het recht hebben te allen tijde de aandacht van de Raad van State te vestigen op nieuwe feiten welke een weerslag kunnen hebben op het belang van verzoeker. 2.
  6. Artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, zoals gezegd, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoeker, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor hij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is door de nietigverklaring ervan te verkrijgen dat die betrekking opnieuw open wordt verklaard en dat hij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig verklaard is, in die betrekking te worden aangesteld en om ze daadwerkelijk waar te nemen. 2.
  7. Uit de hiervóór vermelde gegevens blijkt dat een derde bij beslissing van de afgevaardigd bestuurder van 17 september 2007 van de verweren- de partij is aangesteld in de managersfunctie ATS/CANAC. Deze beslissing is niet bestreden, en is dus definitief geworden. Het oorspronkelijk met het beroep nagestreefde doel kan dan ook niet meer bereikt worden. IX-4767-3/5 Bovendien moet vastgesteld worden dat, om zijn kansen op een aanstelling in voornoemde nieuwe managersfunctie gaaf te houden, de verzoeker de benoeming van voornoemde derde had moeten aanvechten. De verzoeker betwist ter terechtzitting niet dat hij de beslissing van de afgevaardigd bestuurder van de verwerende partij, genomen op 17 september 2007, niet heeft aangevochten. Derhalve moet geconcludeerd worden dat het materieel belang, dat de verzoeker onmiskenbaar had bij het indienen van het beroep tegen de thans bestreden beslissing, in de loop van het geding is teloorgegaan. 2.
  8. Er zijn voorts geen bijzondere omstandigheden die doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. 2.
  9. De exceptie van onontvankelijkheid is dan ook gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-4767-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 maart 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4767-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.992 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.250 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.