← België

Arrest 192088 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 31/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:

§2

van het Decreet betreffende de Ruimtelijke Ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de artt. 10 en 11 van de Gecoördineerde Grondwet, doordat, voor een gelijke behandeling van de aanvrager en de beroepsinstantie, een afschrift van alle bijlagen (administratief dossier) samen met het beroepsschrift van de Gemachtigde Ambtenaar aan de aanvrager moet worden overgemaakt gelijk aan de Minister, terwijl de Gemachtigde Ambtenaar niet gehouden is een afschrift van de (zelfde) stukken van het administratief dossier aan de aanvrager over te maken ingeval het beroep uitgaat van de aanvrager of zelfs van het College van Burgemeester en Schepenen ?”. “

§ 2

van het Decreet betreffende de Ruimtelijke Ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de artt. 10 en 11 van de Gecoördineerde X-11.472-9/13 Grondwet doordat voor een gelijke behandeling van de aanvrager en de gemachtigde ambtenaar, aan de gemachtigde ambtenaar een gelijktijdige mededeling van alle bijlagen samen met het beroepschrift aan de aanvrager niet alleen wordt opgelegd voor de stukken die betrekking hebben op toelichtingen en motieven van het beroepschrift en derhalve dagtekenend van nà de beslissing van de Bestendige Deputatie waarin argumenten tegen deze beslissing worden verwoord of eruit zijn af te leiden, maar ook aan de gemachtigde ambtenaar zou worden opgelegd voor de stukken van het administratief dossier, die duidelijk en uitsluitend voorafgaan aan de beslissing van de Bestendige Deputatie en derhalve aan de aanvrager bekend zijn ?”. In haar laatste memorie herformuleert de verwerende partij haar tweede prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof, overeenkomstig de vraag zoals gesteld in het arrest nr. 161.910 van 22 augustus 2006 : “

§ 2

van het Decreet betreffende de Ruimtelijke Ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in de versie vóór de wijziging ervan bij decreet van 21 november 2003, de artt. 10 en 11 van de Grondwet, doordat de aanvrager in geval van beroep van de gemachtigde ambtenaar recht heeft op een gelijktijdige mededeling van alle bijlagen, d.w.z. niet enkel de stukken die betrekking hebben op de toelichtingen bij of motieven van het beroepschrift en die derhalve dagtekenen van na de beslissing van de Bestendige Deputatie, waarin argumenten tegen deze beslissingen worden verwoord of waaruit zulke argumenten zijn af te leiden, maar ook de stukken van het administratief dossier, die duidelijk en uitsluitend voorafgaan aan de beslissing van de Bestendige Deputatie en derhalve aan de aanvrager bekend zijn, terwijl de aanvrager geen mededeling ontvangt van dezelfde stukken, zelfs niet van de stukken die dateren van na de beslissing van de Bestendige Deputatie, indien het beroep uitgaat van het College van Burgemeester en Schepenen of van de aanvrager zelf ?”. Zij vraagt dat minstens de uitspraak van het Grondwettelijk Hof over de voormelde vraag zou worden afgewacht. 2.2.

  1. Artikel 26, § 2, eerste lid, 2/ van de Bijzondere Wet op het Arbitragehof - thans het Grondwettelijk Hof- bepaalt dat een rechtscollege waarvoor een prejudiciële vraag wordt opgeworpen, er niet toe gehouden is het Grondwettelijk Hof te verzoeken over deze vraag uitspraak te doen, onder meer wanneer het Grondwettelijk Hof reeds uitspraak heeft gedaan op een vraag of een beroep met een identiek onderwerp. In het arrest nr. 101/2003 van 17 juli 2003 heeft het Grondwettelijk Hof reeds uitspraak gedaan over een vraag met een identiek onderwerp als de thans gestelde eerste prejudiciële vraag en deze vraag ontkennend beantwoord en voor recht gezegd dat artikel 53, §2 van het decreet van het Vlaamse X-11.472-10/13 Gewest betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij artikel 60 van het decreet van 26 april 2000, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt doordat de gemachtigde ambtenaar die bij de Vlaamse Regering beroep instelt tegen de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning, bij de kennisgeving van zijn beroep aan de aanvrager van de vergunning de integrale tekst van het beroep met inbegrip van alle bijlagen aan die aanvrager moet bezorgen terwijl hij daartoe niet verplicht is wanneer het beroep uitgaat van de aanvrager zelf of van het college van burgemeester en schepenen. De wijziging van artikel 53, § 2 van het gecoördineerde decreet van 22 oktober 1996 bij het decreet van 26 april 2000 heeft betrekking op het beroep dat wordt ingesteld door de aanvrager en heeft geen wezenlijke invloed op het door het Grondwettelijk Hof besproken verschil in behandeling. 2.2.
  2. Wat de tweede door de verwerende partij gestelde prejudiciële vraag betreft, zoals geherformuleerd in haar laatste memorie, heeft het Grondwettelijk Hof in zijn arrest nr. 69/2007 van 26 april 2007, in antwoord op de identieke vraag gesteld bij arrest nr. 161.910 van 22 augustus 2006, voor recht gezegd wat volgt : “- Artikel 53, §2, eerste lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, in de redactie vóór de wijziging ervan bij het decreet van 21 november 2003, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het een onderscheid maakt op grond van de aard van de stukken waarvan aan de aanvrager van een vergunning kennis moet worden gegeven naargelang het beroep bij de Vlaamse Regering door de gemachtigde ambtenaar dan wel door de aanvrager of door het college van burgemeester en schepenen wordt ingesteld. - Dezelfde bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet, wanneer zij in die zin wordt geïnterpreteerd dat zij geen onderscheid maakt op grond van de aard van de stukken waarvan aan de aanvrager van een vergunning kennis moet worden gegeven naargelang het beroep bij de Vlaamse Regering door de gemachtigde ambtenaar dan wel door de aanvrager of door het college van burgemeester en schepenen wordt ingesteld”. Het Grondwettelijk Hof bevestigt aldus de interpretatie die door de Raad van State aan de voormelde bepaling wordt gegeven als een grondwetsconforme interpretatie. X-11.472-11/13 2.2.
  3. De opgeworpen prejudiciële vragen dienen niet te worden gesteld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Vernietigd wordt het besluit van 26 maart 2003 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van de beroepen van de gemachtigde ambtenaar en van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent tegen het besluit van 13 april 2000 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij het beroep van de n.v. ANIMAL IMMUNOGLOBULIN PRODUCTS tegen het besluit van 22 september 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent tot weigering van de vergunning voor het verbouwen van een woning binnen het bestaande volume, gelegen te Gent aan de Zwartekobenstraat 30, kadastraal bekend sectie C, nrs. 653/v-x, 654/e en 652/d, voorwaardelijk werd ingewilligd, en houdende vernietiging van het besluit van 13 april 2000 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. X-11.472-12/13 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.472-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.088 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.