id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.139 Rolnummer: A. 172510/XII-4756 Zaak: Arrest 192139 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 02/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 01:18 Fiche Arrest nr 192.139 van 2 april 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.139 van 2 april 2009 in de zaak A. 172.510/XII-
- In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de GEMEENTE PUURS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Aerts, kantoor houdende te Gent, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 27 april 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 december 2005 van de gemeenteraad van de gemeente Puurs waarbij voor het dienstjaar 2006 een belasting wordt geheven op de masten en pylonen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4756-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat K. De Mulder, die loco advocaat P. Aerts verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing
- Op 22 december 2005 beslist de gemeenteraad van de gemeente Puurs voor het dienstjaar 2006 een belasting te heffen op masten en pylonen geplaatst op het grondgebied van de gemeente in de open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1). Als mast wordt beschouwd: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die geplaatst wordt op een dak- of op een andere bestaande constructie. Als pyloon wordt beschouwd: een individuele verticale structuur die opgericht wordt op het niveau van een maaiveld (artikel 2). De belasting wordt vastgesteld op 2.475 euro per mast of pyloon (artikel 3) en is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het belastingjaar (artikel 4). De grond van de zaak Standpunt van de partijen
- Verzoekster voert in een derde middel, tweede onderdeel, onder meer aan dat het aangevochten besluit alle pylonen en masten belast zonder onderscheid naargelang de werkelijke hoogte doch enkel in functie van het vage criterium “zichtbaar vanaf de openbare weg” en dat het de termen “pyloon” en “mast” niet deugdelijk definieert ofschoon het rechtszekerheids- en zorgvuldigheids- beginsel noodzaken dat het door een overheid vastgesteld reglement duidelijk is minstens wat zijn toepassingsgebied betreft. XII-4756-2/6 Toegelicht wordt dat verzoekster uit de bestreden beslissing niet kan afleiden welke de hoogte moet zijn van de pylonen of hoe de zichtbaarheid vanaf de openbare weg dient te worden beoordeeld, noch of de belasting houten, metalen of betonnen constructies beoogt of één van die mogelijkheden, dat de definitie van mast ook betrekking heeft op schoorstenen, bliksemafleiders en andere, zelfs kleine verticale structuren op daken van gebouwen, dat de definitie van pyloon erop wijst dat palen voor de afsluiting van weiden, bomen, verkeerslichten, straatverlichting, verkeersborden, torenkranen en dergelijke dienen te worden beschouwd als pyloon, dat de vermelding “individuele” in de definitie van pyloon deze volstrekt onduidelijk maakt, aangezien de exacte inhoud van het adjectief niet onmiddellijk kan worden gevat, zodat de impact ervan (beperkend of niet) niet correct kan worden ingeschat door de belastingplichtige, dat het belasten van alle constructies die lijnen steunen, gaande van de kleinste langs de wegen tot de grootste van 380 kV, niet kadert binnen de motieven die aan de bestreden rechtshandeling ten grondslag liggen, dat er nooit sprake van geweest is om de kleinste en middelgrote hoogspanningslijnen ondergronds te brengen, dat zij bovendien niet vervangbaar zijn, dat hun aanwezigheid geen hinderlijk karakter heeft en dat zij geen bijzonder ernstige vorm van visuele vervuiling vertonen, daar deze lijnen en a fortiori de pylonen een relatief geringe omvang hebben.
- Verwerende partij betoogt in de memorie van antwoord dat het bestreden reglement, naast de budgettaire doeleinden, ook een compensatie beoogt voor de landschapsverstoringen ontstaan door pylonen en masten, zichtbaar vanaf de openbare weg, dat er geen onduidelijkheid bestaat omtrent het toepassingsgebied van het bestreden reglement, dat daarin duidelijk wordt aangegeven wat als een mast en wat als een pyloon wordt beschouwd, dat een graansilo niet beantwoordt aan deze definitie, dat alle masten en pylonen die zijn geplaatst om gebruikt te worden voor diensten van openbare besturen en andere openbare inrichtingen of instellingen zijn vrijgesteld op grond van het algemeen rechtsbeginsel dat de goederen van het openbaar domein geenszins onderhevig kunnen zijn aan gemeentebelastingen, dat de zichtbaarheid vanaf de openbare weg van de pylonen en masten het criterium is en de hoogte ervan niet terzake doet.
- Verzoekster repliceert daarop in de memorie van wederantwoord dat het onderscheidingscriterium “zichtbaar vanaf de openbare weg” geen objectief maar een subjectief criterium is, vermits het veronderstelt dat de bevoegde overheid een discretionaire beoordelingsbevoegdheid uitoefent om te achterhalen of een XII-4756-3/6 pyloon al dan niet zichtbaar is, dat hetzelfde geldt voor masten die zich op daken van huizen bevinden, dat de gebruikte terminologie niet toelaat te bepalen of kleine masten en pylonen, waaronder afsluitingen rond weilanden en vlaggenmasten, die een beperkte lengte hebben, maar toch onder de definitie van het reglement vallen, ook belast worden, zodat niet op voorhand kan worden bepaald welke de belastbare goederen zullen zijn. Beoordeling
- Met de bestreden verordening beoogt verwerende partij, vanwege haar budgettaire situatie, welbepaald de eigenaars te belasten van masten en pylonen, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg, omdat deze het landschap verstoren. Een mast wordt omschreven als “een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die geplaatst wordt op een dak of andere bestaande constructie” en een pyloon als “een individuele verticale structuur die opgericht wordt op het niveau van een maaiveld”. Bezwaarlijk kan het landschapsbederf door masten en pylonen worden los gezien van de hoogte die zij hebben. Daarbij komt nog dat een mast of een pyloon, gelet op de gebruikelijke betekenis van die begrippen, uiteraard een zekere “hoogte” veronderstelt. Het is dan ook niet accuraat noch adequaat, om in de definitie van een mast geheel abstractie te maken van de hoogte (“ongeacht de hoogte”). Waar die woorden “ongeacht de hoogte” niet voorkomen in de omschrijving van een pyloon, rijst de vraag of volgens het belastingreglement ook voor de pylonen moet gelden dat hun hoogte er niet toe doet, dan wel of uit de afwezigheid van een vermelding in die zin moet worden afgeleid dat de hoogte net wél terzake doet. In het laatste geval rijst de bijkomende vraag vanaf welke hoogte dan wel de pyloon belastbaar wordt.
- In de memorie van antwoord gaat verwerende partij het probleem van het gebrek aan een minimaal zorgvuldige omschrijving van wat onder een mast en een pyloon moet worden verstaan uit de weg door te benadrukken dat niet de hoogte, maar de zichtbaarheid vanaf de openbare weg van tel is. XII-4756-4/6 Dit biedt geen soelaas. Om uit te maken of er sprake is van een belastbare mast of pyloon die vanaf de openbare weg zichtbaar is, moet kunnen worden bepaald of datgene wat vanaf de openbare weg kan worden gezien al dan niet een mast of een pyloon is als bedoeld in het reglement. Daartoe echter zijn de definities van een mast en een pyloon in de bestreden belasting onvoldoende precies en nauwkeurig. Zo onprecies en onnauwkeurig de masten en pylonen in het belastingreglement worden omschreven, kan het overigens niet volstaan dat ze vanaf de openbare weg zichtbaar zijn om aannemelijk te maken dat ze het landschap verstoren.
- Uit wat voorafgaat, volgt dat de aanduiding van de belastbare grondslag onprecies is en niet-accuraat, en een bron van twijfel en onzekerheid. Zij getuigt van een gebrek aan elementaire zorgvuldigheid, waardoor afbreuk wordt gedaan aan de rechtszekerheid waarop de eigenaars van masten en pylonen aanspraak mogen maken. Deze onwettigheid tast het gehele belastingreglement aan.
- Het besproken onderdeel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 22 december 2005 van de gemeenteraad van de gemeente Puurs waarbij voor het dienstjaar 2006 een belasting wordt geheven op masten en pylonen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. XII-4756-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4756-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div