id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.140 Rolnummer: A. 162514/XII-4453 Zaak: Arrest 192140 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 02/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 01:18 Fiche Arrest nr 192.140 van 2 april 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.140 van 2 april 2009 in de zaak A. 162.514/XII-
- In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de GEMEENTE PUURS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Aerts, kantoor houdende te Gent, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 12 mei 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 2 december 2004 van de gemeenteraad van de gemeente Puurs waarbij voor het dienstjaar 2005 een belasting wordt geheven op masten en pylonen zichtbaar vanaf de openbare weg; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4453-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat K. De Mulder, die loco advocaat P. Aerts verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing
- Op 2 december 2004 beslist de gemeenteraad van de gemeente Puurs voor het dienstjaar 2005 een belasting te heffen op masten en pylonen geplaatst op het grondgebied van de gemeente in de open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1). Als mast wordt beschouwd: een verticale structuur, ongeacht de hoogte, die geplaatst wordt op een dak- of op een andere bestaande constructie. Als pyloon wordt beschouwd: een individuele verticale structuur die opgericht wordt op het niveau van een maaiveld (artikel 2). De belasting wordt vastgesteld op 2.475 euro per mast of pyloon (artikel 3) en is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het belastingjaar (artikel 4). Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
- In de memorie van antwoord voert de verwerende partij aan dat het verzoekschrift tot nietigverklaring daterend van 12 mei 2005 en ingekomen op de Raad van State op 17 mei 2005, laattijdig is. Het belastingreglement werd immers op 4 maart 2005 op de gewone wijze afgekondigd en op de gewone plaats van die dag af aangeplakt.
- In de memorie van wederantwoord repliceert de verzoekende partij dat, gelet op de tekst van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden, zij er van kon XII-4453-2/5 uitgaan dat de bekendmaking is gebeurd op 15 maart 2005 en niet op 4 maart 2005 zoals blijkbaar bij wege van administratieve vergissing werd vermeld in het uittreksel uit het register der bekendmakingen van 15 maart 2005, dat in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 uitdrukkelijk wordt gesteld dat de aantekening geschiedt op de eerste dag van de bekendmaking van het reglement of van de verordening, dat de verwerende partij op 12 april 2005 per fax het “uittreksel uit het register der bekendmakingen” inzake de afkondiging van de belastingverordeningen van 2005 heeft bezorgd, dat dit document geenszins dateert van 4 maart 2005 doch wel van 15 maart
- Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State verjaart het beroep tot nietigverklaring van een belastingreglement zestig dagen nadat de beslissing werd bekendgemaakt.
- Naar eis van, toentertijd, artikel 112 van de nieuwe gemeentewet, worden de reglementen van de gemeenteraad bekendgemaakt door middel van een aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij het reglement of de verordening werd aangenomen, en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. Luidens artikel 114, tweede lid, van dezelfde wet moeten de bekendmaking en de datum van bekendmaking van deze reglementen blijken uit “de aantekening in een speciaal daartoe gehouden register op de bij koninklijk besluit bepaalde wijze”. In dit verband bepaalde artikel 2 van, toentertijd, het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van gemeenteoverheden dat de aantekening in het register geschiedt op de eerste dag van de bekendmaking en dat de aantekeningen genummerd worden in de volgorde van de opeenvolgende bekendmakingen. Artikel 3 van het koninklijk besluit schreef de wijze van vaststelling van de gedateerde en door de burgemeester en de gemeentesecretaris ondertekende aantekening voor. XII-4453-3/5
- Te dezen legt de verwerende partij in het administratief dossier een zogenaamd “uittreksel uit het register der bekendmakingen” voor, zonder nummer, op datum van 15 maart 2005 namens het schepencollege ondertekend door de burgemeester en de stadssecretaris, houdende de bevestiging door het schepencollege “dat, naar de eis der wet, op de gewone wijze op 4 maart 2005 afgekondigd en op de gewone plaats van die dag af aangeplakt is geweest, het bericht aankondigend dat de gemeenteraad in de zitting van 2 december 2004 besloten heeft tot het heffen van [...] Belasting op masten en pylonen”. In het uittreksel uit het register staat aldus heel duidelijk en precies te lezen dat het bestreden belastingreglement op 4 maart 2005 werd aangeplakt. Dit wordt niet in het gedrang gebracht doordat het stuk zelf 15 maart 2005 gedateerd is. De omstandigheid dat bij de aantekening in het register mogelijk de vormvereisten van artikel 2 en 3 van het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 niet strikt zouden zijn nageleefd, heeft niet tot gevolg dat de aantekening alle bewijskracht verliest. Uit geen enkele bepaling van de nieuwe gemeentewet of het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 volgt dat de regel volgens welke de aantekening in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen plaatsheeft op de eerste dag van de bekendmaking, is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aantekening of dat een vertraging in de aantekening belet dat uit het speciaal bijgehouden register het feit en de datum van de bekendmaking wordt vastgesteld. Verzoekster, die op haar vraag van dit “uittreksel uit het register der bekendmakingen” op 12 april 2005 een afschrift per fax heeft toegezonden gekregen, had geen enkele reden om aan de klare bewoordingen van het uittreksel voorbij te gaan, namelijk dat de belasting op masten en pylonen “op de gewone wijze op 4 maart 2005 afgekondigd en op de gewone plaats van die dag af aangeplakt is geweest”. Het verzoekschrift dat zij niettemin pas op 12 mei 2005 indiende, is laattijdig. De exceptie van laattijdigheid is gegrond. XII-4453-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4453-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.140 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div