← België

Arrest 192141 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 02/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.141 Rolnummer: A. 155522/XII-4255 Zaak: Arrest 192141 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 02/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 01:19 Fiche Arrest nr 192.141 van 2 april 2009 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.141 van 2 april 2009 in de zaak A. 155.522/XII-

  1. In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de GEMEENTE SCHELLE, die woonplaats kiest bij advocaat H. Sebreghts, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 9 september 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 29 april 2004 van de gemeenteraad van de gemeente Schelle waarbij voor het dienstjaar 2004 een belasting op dragende verticale constructies en zendmasten wordt gevestigd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4255-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat H. Sebreghts, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing
  3. Op 29 april 2004 keurt de gemeenteraad van de gemeente Schelle een belasting op dragende verticale constructies en zendmasten goed. Luidens dit besluit wordt voor het dienstjaar 2004 een jaarlijkse belasting op dragende verticale constructies en zendmasten gevestigd (artikel 1), ten bedrage van 1250 euro per jaar per verticale constructie en/of zendmast (artikel 3). De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een dragende verticale constructie en/of zendmast, met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld, die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt (artikel 2). Ontvankelijkheid van het beroep ratione temporis
  4. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld het beroep ambtshalve als laattijdig af te wijzen, omdat de termijn om een annulatieberoep in te stellen een aanvang nam op 18 mei
  5. Dit wordt hieruit afgeleid dat, eensdeels, de bestreden beslissing van 3 mei tot en met 17 mei 2004 door afkondiging en aanplakking aan het publiek werd bekendgemaakt, met mededeling van de mogelijkheid om in die periode bezwaren in te dienen, en dat, anderzijds, het college op 17 mei 2004 vaststelde dat tijdens het onderzoek “de commodo et incommodo” geen bezwaren zijn ingediend. Verwerende partij sluit zich daar in de laatste memorie bij aan. Met de auditeur neemt zij aan dat de beroepstermijn begint te lopen de dag na het sluiten van het openbaar onderzoek. XII-4255-2/5
  6. Verzoekster, daarentegen, meent dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de bekendmaking met het oog op het nog te voeren voorafgaand openbaar onderzoek en de bekendmaking conform artikel 112 van de nieuwe gemeentewet van het tot stand gekomen reglement en dat de bekendmaking van een reglement overeenkomstig artikel 112 van de nieuwe gemeentewet onmogelijk reeds kan plaatsvinden op een ogenblik dat het reglement nog niet definitief is vastgesteld. Aangezien de gemeente zichzelf heeft opgelegd om de goedkeuring van de toezichthoudende overheid te verkrijgen, kan de bekendmaking conform artikel 112 slechts geldig gebeuren nadat de “goedkeuring” is gegeven.
  7. Gelet op artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State verjaart het beroep tot nietigverklaring van een belastingreglement zestig dagen nadat de beslissing werd bekendgemaakt.
  8. De enige bekendmaking die te dezen wordt bewezen is de bekend- making waartoe het college van burgemeester op 3 mei 2004 heeft besloten. Het is een bekendmaking “betreffende het openen onderzoek commodo et incommodo belasting op dragende verticale constructies en zendmasten”, waarin aan de belanghebbenden wordt meegedeeld dat zij van 3 mei 2004 tot en met 17 mei 2004, alle werkdagen van 9 tot 12 uur, inzage kunnen nemen in de stukken betreffende de raadsbeslissing van 29 april 2004 tot het heffen voor het dienstjaar 2004 van een gemeentebelasting op dragende verticale constructies en zendmasten en schriftelijk of mondeling hun bezwaren bij het schepencollege mogen indienen. Die bekendmaking houdt verband met het artikel 10 van de gemeenteraadsbeslissing van 29 april 2004 : “Indien het onderzoek ‘de commodo et incommodo’ dat nopens onderhavig besluit zal ingesteld worden geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren die tijdens dit onderzoek worden ingediend door de gemeenteraad worden verworpen, zal thans gestemde reglement als definitief aanzien worden en voor goedkeuring aan de bevoegde overheid worden overgemaakt”. Het blijkt niet dat, na de vaststelling op 17 mei 2004 dat geen bezwaren werden ingediend, in verband met de gemeentebelasting nog enige nieuwe bekendmaking heeft plaatsgehad waarin aan de belanghebbenden werd meegedeeld dat het op 29 april 2004 aangenomen reglement als definitief mag worden aangezien. XII-4255-3/5
  9. De bekendmaking die op 3 mei 2004 plaatshad, is niet die van het bestreden belastingreglement als zodanig, maar van een voorlopig vastgestelde versie ervan die definitief noch uitvoerbaar was. Dat is zodanig waar dat ook volgens de besproken exceptie de beroepstermijn niét vanaf 3 mei 2004 begint te lopen. Waar het niet de bekendmaking van 3 mei 2004 was die de beroepstermijn deed lopen, was bijgevolg voor het doen ingaan van die termijn nog een andere bekendmaking vereist. Aannemen dat een bijkomende bekendmaking niet nodig is en dat de beroepstermijn zonder meer een aanvang neemt nadat het voorlopige reglement definitief werd doordat geen bezwaren werden ingediend of de gemeenteraad de bezwaren verwierp, komt erop neer dat het voornoemde artikel 4 van het Regentsbesluit wordt gewijzigd. Ofschoon immers het voorschrift de belanghebbenden garandeert dat de beroepstermijn tegen de belasting slechts begint te lopen vanaf de bekendmaking, zouden zij met het oog op een tijdig beroep ertegen toch die bekendmaking niet mogen afwachten, maar zouden zij verplicht zijn zelf op onderzoek uit te gaan of er al dan niet binnen de termijn van het openbaar onderzoek bezwaren zijn ingediend en, zo ja, of en wanneer dan wel de gemeenteraad de bezwaren verworpen heeft.
  10. Wegens het rechtsgevolg dat met betrekking tot de uitwerking van het belastingreglement verbonden is aan het zonder bezwaren afsluiten van het openbaar onderzoek of aan de gemeenteraadsbeslissing tot verwerping van de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend, is het de bekendmaking van dit gegeven, respectievelijk die gemeenteraadsbeslissing, welke samen met de bekendmaking van de voorlopig vastgestelde gemeentebelasting moet worden beschouwd als de verplichte bekendmaking waarmee de verjaringstermijn voor het instellen van het beroep tot vernietiging van de gemeentelijke belasting- verordening een aanvang neemt.
  11. Irrelevant voor het beginnen lopen van de beroepstermijn, daarentegen, is de “goedkeuring” waarvan sprake in artikel 10, in fine, van de gemeenteraadsbeslissing, laat staan nog de bekendmaking van die goedkeuring. Met de bedoelde goedkeuring wordt immers wezenlijk gealludeerd op de ontstentenis van een optreden van de toezichthoudende overheid in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht. Dit niet-optreden is een juridisch XII-4255-4/5 “non-event” en zonder gevolg voor het bestaan of het definitief karakter van het belasting-reglement.
  12. Het is niet aangetoond dat het onderhavige beroep is ingesteld meer dan zestig dagen nadat de bestreden belastingverordening behoorlijk werd bekendgemaakt. Het beroep is ontvankelijk ratione temporis. Aangezien het auditoraatsverslag beperkt bleef tot het onderzoek van de tijdigheid van het beroep, is er reden tot een aanvullend verslag. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. De debatten worden heropend. Artikel
  14. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4255-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.141 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.