id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.145 Rolnummer: A. 182885/XII-5093 Zaak: Arrest 192145 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 02/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 01:20 Fiche Arrest nr 192.145 van 2 april 2009 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.145 van 2 april 2009 in de zaak A. 182.885/XII-5093. In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de GEMEENTE NIEL, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coolsaet, kantoor houdende te Antwerpen, Arthur Goemaerelei 69. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 27 april 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 14 december 2006 van de gemeenteraad van de gemeente Schelle waarbij voor het dienstjaar 2007 een belasting op dragende verticale constructies en zendmasten wordt gevestigd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5093-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat H. Sebreghts, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing 1. Op 14 december 2006 keurt de gemeenteraad van de gemeente Niel een belasting op dragende verticale constructies en zendmasten goed. Luidens dit besluit wordt voor het dienstjaar 2007 een jaarlijkse belasting op dragende verticale constructies en zendmasten gevestigd (artikel 1), ten bedrage van 2500 euro per jaar per verticale constructie en/of zendmast (artikel 3). De belasting is verschuldigd door de eigenaar van een dragende verticale constructie en/of zendmast, met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld, die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt (artikel 2). Ontvankelijkheid van het beroep ratione temporis 2. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis op. Zij stelt dat de betrokken beslissing blijkens het uittreksel uit het register der bekendmakingen van 20 december 2006 werd aangeplakt overeenkomstig artikel 112 van de nieuwe gemeentewet op 14 december 2006, dat de aanplakbrief geen melding maakt noch dient te maken van de beslissing van de toezichthoudende overheid aangezien de beslissing uitsluitend onderworpen was aan het algemeen bestuurlijk toezicht, dat het vermelden in artikel 10 dat de beslissing “voor goedkeuring aan de bevoegde overheid” wordt overgemaakt een stijlformule is en niet tot gevolg heeft dat er een goedkeuringstoezicht wordt ingesteld, dat de beroepstermijn ingaat de dag na de aanplakking, dat het resultaat van het onderzoek “de commodo et incommodo” niet moest worden afgewacht om tot de bekendmaking over te gaan, en dat zelfs in de veronderstelling dat de bekendmaking van de bestreden beslissing pas uitwerking XII-5093-2/6 kan hebben na afloop van het openbaar onderzoek, dan nog het beroep laattijdig is omdat in dit geval de beroepstermijn zou beginnen te lopen op 9 januari 2007 om te verstrijken op 10 maart 2007. 3. Verzoekster repliceert in de memorie van antwoord en de laatste memorie dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de bekendmaking met het oog op het nog te voeren voorafgaand openbaar onderzoek en de bekendmaking conform artikel 112 van de nieuwe gemeentewet -of, ondertussen, artikel 186 van het gemeentedecreet- van het tot stand gekomen reglement, en dat de bekendmaking van een reglement overeenkomstig die bepaling(
- en)onmogelijk reeds kan plaatsvinden op een ogenblik dat het reglement nog niet definitief is vastgesteld. Aangezien de gemeente zichzelf heeft opgelegd om de goedkeuring van de toezichthoudende overheid te verkrijgen, kan voorts de bekendmaking conform de voormelde artikelen 112 van de nieuwe gemeentewet of 186 van het gemeentedecreet slechts geldig gebeuren nadat de “goedkeuring” is gegeven. 4. Gelet op artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 maart 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State verjaart het beroep tot nietigverklaring van een belastingreglement zestig dagen nadat de beslissing werd bekendgemaakt. 5. De enige bekendmaking die te dezen wordt bewezen is, blijkens de stukken 2 en 3 van het administratief dossier, een bekendmaking “waardoor de ingezetenen kennis werd gegeven dat een onderzoek ‘de commodo & incommodo’ was ingesteld” nopens onder andere “23. Belasting op dragende verticale constructies en zendmasten - dienstjaar 2007”, en waarin aan de belanghebbenden wordt meegedeeld dat zij van 18 december 2006 tot en met 8 januari 2007 inzage kunnen nemen in de stukken betreffende de zaak en bezwaren bij het schepencollege mogen indienen. Die bekendmaking houdt verband met het artikel 10 van de gemeenteraadsbeslissing van 14 december 2006 : “Indien het onderzoek ‘de commodo en incommodo’, dat nopens onderhavig besluit zal worden ingesteld geen bezwaar oplevert, of wanneer de bezwaren die tijdens dit onderzoek worden ingediend door de gemeenteraad worden verworpen, zal thans gestemde reglement als definitief worden aanzien en voor goedkeuring aan de bevoegde overheid worden overgemaakt”. XII-5093-3/6 Het blijkt niet dat, na de vaststelling -aldus de memorie van antwoord- dat “er geen bezwaren werden ingediend”, in verband met de gemeentebelasting nog enige nieuwe bekendmaking heeft plaatsgehad waarin aan de belanghebbenden werd meegedeeld dat het op 14 december 2006 aangenomen reglement als definitief mag worden aangezien. 6. De bekendmaking naar aanleiding van het “onderzoek ‘de commodo & incommodo’”, was niet die van het bestreden belastingreglement als zodanig, maar van een voorlopig vastgestelde versie ervan die definitief noch uitvoerbaar was. Waar het dan ook niet die bekendmaking kan zijn die de beroepstermijn deed lopen, was bijgevolg voor het doen ingaan van de termijn nog een andere bekendmaking vereist. Aannemen dat een bijkomende bekendmaking niet nodig is en dat, zoals verwerende partij ondergeschikt betoogt, de beroeps- termijn zonder meer een aanvang neemt nadat het voorlopige reglement definitief werd doordat geen bezwaren werden ingediend of de gemeenteraad de bezwaren verwierp, komt erop neer dat het voornoemde artikel 4 van het Regentsbesluit wordt gewijzigd. Ofschoon immers het voorschrift de belanghebbenden garandeert dat de beroepstermijn tegen de belasting slechts begint te lopen vanaf de bekendmaking, zouden zij met het oog op een tijdig beroep ertegen toch die bekendmaking niet mogen afwachten, maar zouden zij verplicht zijn zelf op onderzoek uit te gaan of er al dan niet binnen de termijn van het openbaar onderzoek bezwaren zijn ingediend en, zo ja, of en wanneer dan wel de gemeenteraad de bezwaren verworpen heeft. 7. Wegens het rechtsgevolg dat met betrekking tot de uitwerking van het belastingreglement verbonden is aan het zonder bezwaren afsluiten van het openbaar onderzoek of aan de gemeenteraadsbeslissing tot verwerping van de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend, is het de bekend- making van dit gegeven, respectievelijk die gemeenteraadsbeslissing, welke samen met de bekendmaking van de voorlopig vastgestelde gemeentebelasting moet worden beschouwd als de verplichte bekendmaking waarmee de verjaringstermijn voor het instellen van het beroep tot vernietiging van de gemeentelijke belasting- verordening een aanvang neemt. XII-5093-4/6 8. Irrelevant voor het beginnen lopen van de beroepstermijn, daarentegen, is de “goedkeuring” waarvan sprake in artikel 10, in fine, van de gemeenteraadsbeslissing, laat staan nog de bekendmaking van die goedkeuring. Met de bedoelde goedkeuring wordt immers wezenlijk gealludeerd op de ontstentenis van een optreden van de toezichthoudende overheid in het kader van het algemeen bestuurlijk toezicht. Dit niet-optreden is een juridisch “non-event” en zonder gevolg voor het bestaan of het definitief karakter van het belasting-reglement. 9. Het is niet aangetoond dat het onderhavige beroep is ingesteld meer dan zestig dagen nadat de bestreden belastingverordening behoorlijk werd bekendgemaakt. Het beroep is ontvankelijk ratione temporis. Aangezien het auditoraatsverslag beperkt bleef tot het onderzoek van de tijdigheid van het beroep, is er reden tot een aanvullend verslag. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De debatten worden heropend. Artikel 2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek. XII-5093-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5093-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.145 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div