id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.147 Rolnummer: A. 183602/XII-5120 Zaak: Arrest 192147 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 02/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 01:21 Fiche Arrest nr 192.147 van 2 april 2009 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.147 van 2 april 2009 in de zaak A. 183.602/XII-
- In zake : de NV ELIA ASSET, die woonplaats kiest bij advocaten T. Vandenput en P. De Maeyer, kantoor houdende te 1160 Brussel, Tedescolaan 7 tegen : de STAD LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. Beelen, kantoor houdende te Leuven, Justus Lipsiusstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Elia Asset op 24 mei 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 27 november 2006 van de gemeenteraad van de stad Leuven waarbij voor het dienstjaar 2007 een belasting wordt geheven op masten en pylonen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de kennisgeving van het verslag en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-5120-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. De Maeyer, die verschijnt voor verzoekende partij, en van advocaat T. Beelen, die loco advocaat M. Beelen verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De bestreden beslissing
- Op 27 november 2006 beslist de gemeenteraad van de stad Leuven voor het dienstjaar 2007 een jaarlijkse belasting te heffen op allerhande masten en pylonen, onder andere dienende voor telecommunicatie, geplaatst in openlucht en zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1). De belasting wordt vastgesteld op 2500 euro per mast of pyloon (artikel 2) en is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon op 1 januari van het belastingjaar (artikel 3). De ontvankelijkheid van het beroep ratione temporis
- In het auditoraatsverslag wordt gelet op stuk 2 van het administratief dossier (een “bericht” ad valvas, met nummer 18) aangenomen dat de bekendmaking van de bestreden beslissing op 1 maart 2007 plaatshad en dat het annulatieberoep bijgevolg laattijdig is. Verwerende partij sluit zich in de laatste memorie bij dat standpunt aan. Verzoekster van haar kant werpt in de eerste plaats tegen dat zij door het “bedrieglijk” handelen van verwerende partij misleid is geworden. In de tweede plaats wijst zij erop dat het toepasselijke artikel 186 van het gemeentedecreet in een bekendmaking voorziet “gedurende een bepaalde periode” en dat dan de beroepstermijn maar begint te lopen nadat de bekendmaking voltooid is. XII-5120-2/5
- Gelet op artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 maart 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State verjaart het beroep tot nietigverklaring van een belastingreglement zestig dagen nadat de beslissing werd bekendgemaakt.
- Of de aanplakking van de bestreden belasting op 1 maart 2007 al dan niet voldoende is om in principe de beroepstermijn vanaf die dag te doen ingaan, is te dezen zonder belang. In de hierna geschetste concrete omstandigheden van de zaak moet immers rekening worden gehouden met een onoverwinnelijke dwaling in hoofde van verzoekster, die tot noodzakelijk gevolg heeft dat voor haar de aanvangsdatum van de annulatietermijn hoe dan ook naar het einde van maart 2007 verplaatst wordt.
- Eén zaak is de vaststelling dat deze dwaling moet worden toegeschreven aan de houding van verwerende partij; een andere zaak is om die houding, zoals verzoekster ten onrechte doet, “bedrieglijk” te noemen. Verwerende partij is op grond van een eigen misvatting steeds zelf de overtuiging toegedaan geweest -althans tot na de kennisneming van het auditoraatsverslag- dat de aanplakking pas in fine van maart 2007 heeft plaatsgehad. Het gevolg hiervan is wel geweest dat zij verzoekster verkeerd heeft ingelicht. Meer bepaald blijkt : - dat verzoekster (reeds) op 1 maart 2007 aan verwerende partij naar het belastingreglement en de bewijzen van bekendmaking ervan vroeg; - dat verzoekster verklaart bij ontstentenis van reactie telefonisch contact te hebben genomen op 25 april 2007 met de dienst Financiën, die haar meedeelde dat de bekendmaking “eind maart 2007” gebeurde; dat verzoekster een en ander op 2 mei 2007 schriftelijk bevestigde; dat ter terechtzitting verwerende partij zegt het telefoongesprek niet te kunnen bevestigen, maar ook niet te ontkennen; - dat de stad met een brief van 4 mei 2007 aan verzoekster de “gevraagde informatie betreffende het belastingreglement op de masten en pylonen” bezorgde; dat volgens verzoekster die informatie wat de bekendmaking betreft beperkt was tot een attest van 29 maart 2007 dat het besluit overeenkomstig artikel 112 van de nieuwe gemeentewet werd bekendgemaakt; dat verwerende XII-5120-3/5 partij op de terechtzitting verklaart geen afschrift van de brief van 4 mei 2007 en de bijgevoegde stukken te kunnen voorleggen; - dat verwerende partij -ogenschijnlijk van een bekendmaking op 29 maart 2007 uitgaande- in de memorie van antwoord schreef dat het verzoekschrift “klaarblijkelijk tijdig [werd] neergelegd zodanig dat er zich wat de ontvankelijkheid ratione temporis betreft blijkbaar geen probleem stelt”; - dat, op het verzoek van de auditeur om vanwege “de [gerezen] vraag naar de ontvankelijkheid ratione temporis van het verzoekschrift” een afschrift van de aantekening van de gemeenteraadsbeslissing in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen te willen toezenden, verwerende partij twee stukken bijbracht, namelijk een afschrift van het attest van 29 maart 2007 dat eerder ook al bij de brief van 4 mei 2007 was gevoegd en een “chronologische tabel bekendmakingen - legislatuur 2007-2012” waarin staat vermeld als “datum attest afkondiging”: “29.03.07”.
- Waar verzoekster op geen enkele wijze verantwoordelijkheid draagt voor de misvatting bij de stad en waar zij zich evenmin aan een dergelijke misvatting moest verwachten noch de van stadswege verstrekte informatie diende te wantrouwen, is er reden om in haren hoofde een onoverwinnelijke dwaling aan te nemen, te weten een ontoerekenbare, onvoorzienbare dwaling die zij redelijkerwijze onmogelijk kon vermijden. Deze onoverwinnelijke dwaling verantwoordt dat wat verzoekster betreft de beroepstermijn tegen het bestreden belastingreglement niet geacht kan worden vóór 29 maart 2007 een aanvang te hebben genomen. Het besproken beroep is bijgevolg tijdig ingediend. Aangezien het auditoraatsverslag beperkt bleef tot het onderzoek van de tijdigheid van het beroep, is er reden tot een aanvullend verslag. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De debatten worden heropend. XII-5120-4/5 Artikel
- Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5120-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.147 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.331 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.