← België

Arrest 192242 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.242 Rolnummer: A. 191084/X-14034 Zaak: Arrest 192242 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 01:48 Fiche Arrest nr 192.242 van 7 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.242 van 7 april 2009 in de zaak A. 191.084/X-14.

  1. In zake : de b.v.b.a. HERPAL, die woonplaats kiest bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Roderveldlaan
  2. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de b.v.b.a. HERPAL op 15 januari 2009 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 23 oktober 2008 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende verwerping van het beroep, ingesteld door Carl de Braekeleer voor DLV, namens de b.v.b.a. Herpal, tegen het besluit van 13 augustus 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rijkevorsel waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het regulariseren van een vleesvarkensstal op een perceel gelegen te Rijkevorsel, Salmmeirweg 17, kadastraal bekend sectie H, nr. 127/b; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; X-14.034-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat T. HUYGENS, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat C. SERVAIS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Feiten 1.
  4. De verzoekende partij exploiteert een vleesvarkensstal gelegen aan de Salmmeirweg 17 te Rijkevorsel, op een perceel kadastraal bekend sectie H, nr. 127/b. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout ligt het perceel in agrarisch gebied. 1.
  5. Op 11 mei 1971 wordt aan de toenmalige eigenaar van het betrokken perceel door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rijkevorsel een bouwvergunning verleend voor een kweekvarkensstal en een open zeugenbeloop. De bouwvergunning bepaalt dat “de werken of handelingen waarvoor vergunning is verleend, (...) niet langer dan tot 11/5/1972 in stand (mogen) blijven”. De verzoekende partij neemt naar eigen zeggen in 1995 de exploitatie van de inrichting over. 1.
  6. Op 5 augustus 2004 werd met betrekking tot de stal een proces-verbaal opgesteld wegens inbreuken op de wetgeving op de stedenbouw en de ruimtelijke ordening. Het proces-verbaal stelt vast dat de stal werd opgericht met een lengte van 57,60 meter (54,3 meter van het eigenlijke stalgedeelte en 3,3 meter van het kleine bijgebouw dat vooraan werd bijgebouwd). Bij de dienst stedenbouw van Rijkevorsel is enkel de bouwvergunning van 11 mei 1971 gekend waarbij een stal met een lengte van slechts 27,5 meter werd goedgekeurd. X-14.034-2/6 1.
  7. Op 20 december 2007 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen een vernieuwing van de milieuvergunning voor de exploitatie van de vleesvarkensstal. In die vergunning wordt opgemerkt dat de “niet-vergunde uitbreidingen” in aanmerking blijken te komen voor regularisatie en dat de aanvrager verklaart die toestand onverwijld te zullen regulariseren, indien de hernieuwing van de milieuvergunning wordt verkregen. Tegen deze vergunning werd een beroep tot nietigverklaring ingesteld (gekend onder rolnr. A. 187.428/VII-37.153), dat nog hangende is. 1.
  8. Op 1 april 2008 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoekende partij een aanvraag in voor een stedenbouwkundige vergunning voor de regularisatie van een vleesvarkensstal. 1.
  9. Er wordt een openbaar onderzoek gehouden, waarbij vier bezwaarschriften worden ingediend. 1.
  10. Op 30 juli 2008 geeft de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een voorwaardelijk gunstig advies. 1.
  11. Op 13 augustus 2008 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rijkevorsel de gevraagde regularisatievergunning. 1.
  12. Op 29 augustus 2008 stelt de verzoekende partij administratief beroep in tegen de weigeringsbeslissing. 1.
  13. Op 23 oktober 2008 verwerpt de deputatie van de provincieraad van Antwerpen het ingestelde beroep en weigert zij de regularisatievergunning.
  14. Gegrondheid van de vordering tot schorsing 2.
  15. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-14.034-3/6 2.
  16. Voor wat betreft de tweede schorsingsvoorwaarde voert de verzoekende partij aan dat een beperking van de uitbating tot het vergunde gedeelte van de stal zou leiden tot een negatief resultaat. Dit is weliswaar een financieel nadeel, maar het is wel een nadeel dat de verzoekende partij in een dergelijk precaire situatie brengt dat haar voortbestaan in het gedrang komt. Uit een verslag van de boekhouder blijkt immers dat een halvering van de stalbezetting niet meer tot een positief resultaat kan leiden. De huidige minimale brutowinst (bij toepassing van de prijsgarantie voor elk afgeleverd varken) bedraagt 40.000 euro. Een halvering van de prijsgarantie tot 20.000 euro door een halvering van de varkensstapel neemt niet weg dat de kosten slechts in beperkte mate gerelateerd zijn aan het aantal varkens en dus niet evenredig zullen dalen, waardoor het onmogelijk zal zijn om nog rendabel te werken en een faillissement onafwendbaar is. 2.
  17. Het aangevoerde nadeel zou worden veroorzaakt door de gedeeltelijke stopzetting van de exploitatie omwille van een onregelmatige stedenbouwkundige toestand. De verzoekende partij gaat er kennelijk van uit dat zij het niet regelmatig vergunde stalgedeelte zal moeten afbreken en de exploitatie in dat gedeelte bijgevolg niet zal kunnen voortzetten. De onregelmatige stedenbouwkundige toestand is door de verzoekende partij weliswaar niet gecreëerd, maar in elk geval door haar in stand gehouden. Reeds bij de overname van het bedrijf in 1995 had ze kunnen weten dat de stal minstens ten dele behept was met een stedenbouwkundig gebrek. Eerst naar aanleiding van de vernieuwing van de milieuvergunning vraagt zij de regularisatie van dit gebrek. In die omstandigheden is het aangevoerde nadeel minstens in belangrijke mate te wijten aan de houding van de verzoekende partij. 2.
  18. Voor wat betreft het aangevoerde financiële nadeel wordt enerzijds uitgegaan van de minimale brutowinst bij toepassing van de prijsgarantie van 20 euro per afgeleverd varken. In de twee vorige boekjaren bleek de werkelijke brutowinst echter hoger te liggen dan die minimale brutowinst. Er wordt blijkbaar van uitgegaan dat dit niet meer het geval zal zijn voor de toekomst en dat de brutowinst beperkt zal blijven tot de winst gebaseerd op de prijsgarantie, met als enige verantwoording de stelling dat “de rendabiliteit in de varkenshouderij toch wel erg gedaald is”. De stelling dat de kosten niet evenredig zullen dalen met de halvering van de varkensstapel is op zich wel aannemelijk, maar de verzoekende partij gaat niet verder in op de wijze waarop die kosten moeten worden geraamd en X-14.034-4/6 beperkt zich tot het formuleren van een bedrag, waaruit wordt geconcludeerd dat “het onmogelijk zal zijn om nog rendabel te werken”. Daarbij moet nog worden aangestipt dat twee belangrijke onderdelen van de kosten, met name de aanschaf van voeder en van biggen, wel evenredig dalen met de halvering van de varkensstapel. Uit de stelling dat er geen rendabele bedrijfsvoering meer mogelijk zou zijn, kan ten slotte nog niet worden afgeleid dat een faillissement onafwendbaar zou zijn. Uit het voorgaande blijkt dat de verzoekende partij onvoldoende aannemelijk maakt dat de verwachte halvering van de varkensstapel haar voortbestaan in die mate bedreigt dat kan worden aangenomen dat er sprake is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 2.
  19. De tweede voorwaarde voor de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  21. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-14.034-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven april 2009, door : de H. J. VAN NIEUWENHOVE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. J. VAN NIEUWENHOVE. X-14.034-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.242 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.819 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.