← België

Arrest 192282 - Overheidsopdrachten - 09/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.282 Rolnummer: A. 191392/XII-5713 Zaak: Arrest 192282 - Overheidsopdrachten - 09/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 02:03 Fiche Arrest nr 192.282 van 9 april 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 192.282 van 9 april 2009 in de zaak A. 191.392/XII-5713. In zake : 1. BARCLAYS PRIVATE EQUITY LIMITED, 2. MERIDIAM INFRASTRUCTURE FINANCE SARL, 3. NIBC INFRASTRUCTURE BV, die woonplaats kiezen bij advocaat H. Van Peer, kantoor houdende te 1150 Brussel, Tervurenlaan 268A tegen : 1. Het AGENTSCHAP VOOR INFRASTRUCTUUR IN HET ONDERWIJS (AGIOn), 2. De VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiezen bij advocaten F. Vandendriessche en N. Kiekens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat 25. tussenkomende partijen : 1. De NV FORTIS BANK, 2. De NV FORTIS REAL ESTATE, die woonplaats kiezen bij advocaten P. Puelinckx en L. Swartenbroux, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Barclays Private Equity Limited, sarl Meridiam Infrastructure Finance en bv NIBC Infrastructure op 10 februari 2009 hebben ingediend om de schorsing en de nietigverklaring van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “de beslissing van de Vlaamse regering van onbekende datum, die bij een schrijven van AGIOn d.d. 12 december 2009 werd meegedeeld, om NIBC Infrastructure B.V., Meridiam Infrastructure Finance, S.à .r.l. en Barclays Private XII-5713-1/12 Equity Ltd. in het kader van de BAFO-fase met betrekking tot de inhaalbeweging schoolinfrastructuur niet als voorkeurskandidaat aan te duiden en die gebaseerd is op het evaluatierapport d.d. 5 november 2008, zoals in bijlage gevoegd bij het schrijven van AGIOn d.d. 12 december 2008 en zoals rechtgezet bij het schrijven van AGIOn d.d. 26 november 2008”; Gezien de nota van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur I. Vos; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaten G. Van Thuyne en V. De Boe, die loco advocaten H. Van Peer en F. Tanghe verschijnen voor verzoekende partijen, van advocaten F. Vandendriessche en N. Kiekens, die verschijnen voor verwerende partijen, en van advocaat L. Swartenbroux, die verschijnt voor tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur I. Vos; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1. Op 7 juli 2006 heeft het Vlaams Parlement een decreet aangenomen betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur (B.S. 15 september 2006). In het decreet wordt het DBFM-programma omschreven als een eenmalig programma waarmee de Vlaamse overheid de achterstand wil verhelpen in en de verbetering van de schoolinfrastructuur, door een DBFM-vennootschap te laten instaan voor het ontwerp (Design), de bouw (Build), de financiering (Finance) en het onderhoud (Maintain). Voorts bepaalt het decreet dat de procedure voor de selectie van de private XII-5713-2/12 partners van de op te richten DBFM-vennootschap en de toewijzing van de opdracht tot uitvoering van het DBFM-programma aan de op te richten DBFM-vennootschap, dient te gebeuren overeenkomstig de wetgeving overheidsopdrachten. 2. Een eerste gunningsprocedure in uitvoering van voormeld decreet van 7 juli 2006 wordt stopgezet bij beslissing van de Vlaamse regering van 24 november 2006. 3. Vervolgens wordt een nieuwe opdracht, bij wijze van onderhandelingsprocedure met bekendmaking, aangekondigd in het Bulletin der Aanbestedingen op 2 januari 2007 en het Publicatieblad van de Europese Unie op 3 januari 2007. De aanbestedende dienst is de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse regering heeft het voeren van de procedure toevertrouwd aan het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). 4. Bij de voorwaarden voor deelneming wordt in de aankondiging onder meer het volgende vermeld : “Om te worden toegelaten tot de procedure en om de opdracht te mogen uitvoeren, moeten de kandidaten ook voldoen aan de voorwaarden : 1. de kandidaat moet aannemelijk maken dat hij bij toewijzing van de opdracht in staat zal zijn tot financiering van het vooropgestelde bouwprogramma van 1.000.000.000 euro verminderd met de voorziene kapitaalinjectie in de DBFM- vennootschap en dit onder marktconforme voorwaarden. De kandidaat of de kredietverstrekker waarop de kandidaat steunt voor de voormelde financiering moet beschikken over een langetermijnrating Fitch van minimum AA- of een lange termijnrating Standard & Poors van minimum Aa3 of een langetermijnrating Moody's van minimum AA-”. 5. Uit de aankondiging en de selectieleidraad blijkt dat de opdracht bestaat uit diverse fasen. De eerste fase omvat de selectie van de kandidaten : de toelaatbaarheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid van de kandidaten worden onderzocht op grond van de in het bestek -eerste fase, deel 2, administratieve bepalingen- vermelde criteria. De tweede fase omvat de eigenlijke gunning van de opdracht. 6. In de selectieleidraad wordt vermeld dat dit document uitsluitend betrekking heeft op de eerste fase van de onderhandelingsprocedure. XII-5713-3/12 De hoger vermelde toelaatbaarheidsvoorwaarde inzake de financiering en de rating wordt in identieke bewoordingen tevens opgenomen op blz. 8 van de selectieleidraad. Tevens wordt aangegeven dat in de mate de kandidaat zich hierbij (mede) wenst te beroepen op de financiële en economische draagkracht van andere entiteiten, de kandidaat wel de gepaste stukken dient voor te leggen waaruit blijkt dat hij zal beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om dergelijke middelen ter beschikking te stellen indien de opdracht hem wordt toegewezen. 7. Bij beslissing van 31 maart 2007 van de Vlaamse regering worden volgende vier kandidaten die een aanvraag tot deelneming hebben overgemaakt, geselecteerd en toegelaten tot de volgende fase van de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en worden aldus uitgenodigd tot het indienen van een offerte op grond van een bestek tweede fase : - Fortis Bank - Fortis Real Estate (SPV Fortis) - KBC Bank - Dexia Bank (THV Schoolbank) - Cofinimmo - Gemeentelijke Holding (Socrates) - Barclays Private Equity - Meridiam Infrastructure - NIBC Infrastructure (THV SPV). 8. In het selectieverslag van 15 maart 2007 wordt met betrekking tot de kandidatuur van verzoekende partijen onder meer opgemerkt dat zij inzake de financiering ondersteuningsbrieven (support letters) van zeven financiële instellingen (BNG, Barclays Bank, Calyon, ING Belgium, Depfa Bank, Deutsche bank, MBIA) hebben toegevoegd die voldoende engagementen bevatten die aannemelijk maken dat verzoekende partijen zich daadwerkelijk op deze instellingen zal kunnen beroepen ter financiering van het vooropgestelde bouwprogramma en dat deze instellingen alle over de vereiste lange termijn ratings beschikken. Omtrent de kandidatuur van Fortis Bank - Fortis Real Estate wordt het volgende opgemerkt : “Er is in de kandidaatstelling een verklaring van de combinatie Fortis Bank - Fortis Real Estate opgenomen die stelt dat Fortis Bank en Fortis Real Estate als volgt zullen instaan voor de financiering en terbeschikkingstelling van schoolgebouwen : XII-5713-4/12 Fortis Bank: kapitaalinjectie en vreemd vermogen Fortis Real Estate: kapitaalinjectie De combinatie verduidelijkt dat thans binnen Fortis nog niet besloten is wat de finale verdeling van het aandeelhouderschap cq. kapitaalinjectie zal zijn tussen Fortis Bank en Fortis Real Estate. Fortis Bank / Real Estate: lange termijnrating Moody’s Aa3, S & P AA- (cfr. Moody’s “one company concept en zelfde ratings voor Fortis Insurance; Fortis Real Estate is een 100 % dochtervennootschap van Fortis Insurance). Uit de jaarverslagen en de lange termijnratings kan worden afgeleid dat de combinatie bij toewijzing van de opdracht in staat zal zijn om in de financiering te voorzien van het vooropgestelde bouwprogramma van 1.000.000.000 euro en dit onder marktconforme voorwaarden. Besluit Financiering De leden van de combinatie hebben alle nodige bewijsstukken geleverd en zijn conform met de in het bestek 1e fase (punt 2.2.3.1) vermelde bepaling en voldoen voor dit onderdeel”. 9. Het bestek eerste offertes bevat onder meer de volgende bepaling : “De in het kader van de selectie verschafte informatie wordt definitief vervangen door huidig Bestek. De Kandidaten kunnen zich dus niet meer beroepen op informatie uit het Bestek 1e fase en de aankondiging. Uitzondering op het voorgaande vormen de bepalingen uit de aankondiging en het Bestek 1e fase die verband houden met de selectie inzake uitsluitinggronden, technische en organisatorische bekwaamheid, en financiële draagkracht. Dit houdt in dat de Kandidaten en de derden waarop de Kandidaten zich steunen ter staving van de toelaatbaarheidsvoorwaarden, hun economische en financiële draagkracht en / of hun technische bekwaamheid, gedurende de verdere procedure moeten blijven voldoen aan de gestelde selectie-eisen. De Aanbestedende Dienst behoudt het recht om tijdens de onderhandelings- procedure te blijven nagaan of de Kandidaat of de derde waarop de Kandidaat zich beroept aan de gestelde eisen blijft voldoen, inzonderheid door het opvragen van nieuwe attesten. Indien in de loop van de gunningsprocedure zou blijken dat de Kandidaat zich komt te bevinden in een situatie die aanleiding kan geven tot uitsluiting, zal nog steeds tot uitsluiting kunnen worden besloten”. Voorts bepaalt het bestek dat de formeel regelmatige offertes die na een positieve beoordeling ten aanzien van de vooropgestelde minimale eisen zoals bepaald in het bestek voor verdere beoordeling in aanmerking komen, door de aanbestedende dienst zullen worden beoordeeld en gerangschikt op grond van de volgende gunningscriteria : 1. Prijsformule Beschikbaarheidsvergoeding (60 %) 2. Financieel Model en Financieringsstrategie (15 %) 3. Plan van Aanpak (25 %). XII-5713-5/12 Het bestek bepaalt tevens dat in beginsel de twee kandidaten wiens offerte het hoogst is gerangschikt, zullen worden uitgenodigd voor de tweede fase, met name de onderhandelingen en het uitbrengen van de Best And Final Offer (BAFO), doch dat de aanbestedende dienst zich het recht voorbehoudt om in behoorlijke gemotiveerde omstandigheden - zoals (doch zonder hiertoe beperkt te zijn) een ex aequo - in het licht van de beoordeling op grond van de gunningscriteria slechts één kandidaat, of meer dan twee kandidaten uit te nodigen. 10. Op 17 december 2007 wordt door de vier kandidaten een eerste offerte ingediend. 11. Op grond van de analyse van de eerste offertes worden alle vier de kandidaten bij beslissing van 15 april 2008 uitgenodigd voor de onderhandelingen en het uitbrengen van een Best And Final Offer (BAFO). Uit het verslag van de gunningsfase, eerste onderdeel, blijkt dat drie van de vier kandidaten op minstens één gunningscriterium niet de helft van de maximumquotering halen, doch dat verwerende partij het omwille van een gepaste en effectieve mededinging, evenals ter vrijwaring van het gelijkheidsbeginsel, passend acht om elk van de vier kandidaten uit te nodigen voor de tweede fase. 12. Het BAFO-bestek bepaalt uitdrukkelijk dat de in het kader van de selectie en gunning 1e fase verschafte informatie definitief vervangen wordt door het BAFO-bestek en dat de kandidaten zich dus niet meer kunnen beroepen op informatie uit voorgaande bestekken en aankondiging. De hierboven geciteerde uitzondering in het bestek eerste offertes wordt echter ook in het BAFO-bestek letterlijk hernomen. De gunningscriteria worden hernomen op blz. 20 en volgende van het BAFO-bestek. 13. Bij brief van 1 augustus 2008 deelt KBC - Dexia mee geen BAFO- offerte te zullen indienen. 14. Op 1 augustus 2008 wordt door de resterende drie kandidaten een BAFO-offerte ingediend. 15. Tijdens de beoordeling van de BAFO-offerte is de financiële crisis ontstaan. In de loop van oktober 2008 wordt Fortis Bank NV door de rating- agentschappen “gedownrated” (S & P: A; Moody’s: A1; Fitch: A+). XII-5713-6/12 16. Bij brieven van 1 oktober 2008 heeft AGIOn aan Fortis enerzijds en verzoekende partijen anderzijds nog een aantal schriftelijke verduidelijkingen gevraagd. 17. Fortis en verzoekende partijen hebben deze brieven beantwoord, respectievelijk bij brieven van 13 oktober 2008 en 7 en 14 oktober 2008. Inzake de financieringsmogelijkheid wordt in de brief van Fortis van 13 oktober 2008 onder meer het volgende gesteld : “Het BAFO bestek verwijst naar de gestelde selectie-eisen waarbij de minimumratings voor de financiering van het vooropgestelde bouwprogramma dienen te worden gehaald door ‘de kandidaat of de kredietverstrekker waarop de kandidaat steunt voor de voormelde financiering’. Overigens hebben wij ook begrepen dat in punt 1.7 van het BAFO bestek een relatieve en niet een absolute uitsluitingsgrond is geformuleerd ten aanzien van de eis van het beschikken van een bepaalde minimum langetermijn rating [...] De maatregelen die genomen werden in de laatste weken aangaande Fortis hebben de financiële positie van Fortis Bank NV beduidend versterkt. Door de recente maatregelen waarbij BNP Paribas een meerderheidsparticipatie van 75 % in Fortis Bank NV heeft genomen (BNP Paribas heeft een lange termijnrating van AA (stable) bij Fitch, AA+ (stable) bij S & P en Aa1 (Stable) bij Moody’

  1. s)kan het vertrouwen in Fortis Bank NV alleen maar stijgen en zijn de beweerde liquiditeitsproblemen nu zeker niet langer actueel. Daarnaast verschaft de blokkeringsminderheidspositie van de Belgische staat (lange termijnrating Fitch AA+) stabiliteit en bevestigt zij de verknochtheid van Fortis Bank NV met België. [...]”. 18. Op 5 november 2008 formuleert AGIOn een voorstel van beslissing omtrent de evaluatie van de BAFO-offertes en de aanwijzing van de voorkeurs- kandidaat. 19. Op 12 december 2008 beslist de Vlaamse regering dat op grond van de in het evaluatieverslag vermelde redenen de BAFO van Cofinimmo - Gemeentelijke Holding (Socrates) niet voldoet op het onderdeel overeenstemming met de minimale eisen van het bestek en dat de offerte wordt geweerd als substantieel onregelmatig. Voorts wordt beslist dat op grond van de in het evaluatieverslag vermelde redenen de offertes van de SPV Fortis en verzoekende partijen voldoen op de onderdelen volledigheid en formele regelmatigheid en overeenstemming met de minimale eisen van het bestek. Op grond van de beoordeling in het licht van de gunningscriteria, zoals vervat in het beoordelingsverslag, beslist de Vlaamse regering vervolgens om XII-5713-7/12 SPV Fortis aan te wijzen als voorkeurskandidaat, met wie nog finale contract- besprekingen zullen worden aangegaan. Aan AGIOn wordt de opdracht gegeven om in samenspraak met de adviescommissie de finale contractsonderhandelingen te voeren. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs wordt gelast om, na voormelde contractsbesprekingen, het voorstel van gunningsbeslissing voor te leggen aan de Vlaamse regering. 20. Bij brief van AGIOn van 12 december 2008 wordt aan verzoekende partijen meegedeeld dat zij niet werden aangewezen als voorkeurskandidaat. Voorts wordt vermeld dat de aanbestedende dienst zich, overeenkomstig het BAFO-bestek, wel het recht heeft voorbehouden om - indien de besprekingen met de voorkeurskandidaat om welke reden ook niet tot overeenstemming leiden - de besprekingen stop te zetten en eventueel verzoekende partijen uit te nodigen voor finale contractsbesprekingen. 21. Aan Fortisbank en Fortis Real Estate (SPV Fortis) wordt bij brief van 12 december 2008 meegedeeld dat zij als voorkeurskandidaat werden aangewezen en dat met hen finale contractsbesprekingen zullen worden aangegaan. De grondvoorwaarden voor de schorsing 22. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 23. Wat de tweede voorwaarde betreft, steunen verzoekende partijen hun beweerd moeilijk te herstellen ernstig nadeel in essentie op de volgende elementen : - het verlies van de mogelijkheid om de opdracht zelf uit te voeren, minstens de ernstige bemoeilijking van deze mogelijkheid, wat volgens verzoekende partijen onder meer concreet blijkt uit het feit dat aan hen bijna zestig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing geen enkele concrete mogelijkheid werd geboden om hen alsnog bij de finale contractsbesprekingen te betrekken; XII-5713-8/12 - het feit dat verweerders en SPV Fortis “de tijdslijn” nu naar goeddunken kunnen aanpassen, en ten gevolge van de bestreden beslissing het moment kunnen afwachten waarop de SPV Fortis terug aan de toelaatbaarheidsvereiste voldoet; - het feit dat zij later geen effectieve mogelijkheid zouden hebben om de bestreden beslissing op een nuttig tijdstip, wanneer rechtsherstel in natura nog mogelijk is, nog aan te vechten; - het belang van de waarde van het DBFM-programma inhaalbeweging schoolinfrastructuur Vlaanderen; - de grote financiële impact van de reeds door haar gedane inspanningen in het kader van dit dossier, evenals de reputatieschade. 24. In de mate verzoekende partijen in hun nadeelsomschrijving verwijzen naar het verlies van de mogelijkheid om voormelde opdracht zelf uit te voeren, dient te worden vastgesteld dat de bestreden beslissing van de Vlaamse regering van 12 december 2008 uitsluitend tot gevolg heeft dat de SPV Fortis wordt aangewezen als voorkeurskandidaat met wie nog finale contractsbesprekingen zullen worden aangegaan. Het BAFO-bestek bepaalt echter dienaangaande dat ook de andere kandidaat of kandidaten nog tot het voeren van dergelijke contractbespreking kunnen worden uitgenodigd, indien de contractbespreking met de voorkeurskandidaat niet succesvol kan worden afgerond of indien de voorkeurskandidaat nalaat de “Financial Close” garantie te stellen. Omtrent het nemen van de gunningsbeslissing bevat het BAFO-bestek de volgende bepaling : “De gunningsbeslissing wordt genomen na het afronden van de finale contractbesprekingen. Indien de eventuele besprekingen om welke reden ook niet tot overeenstemming leiden, behoudt de aanbestedende dienst zich het recht voor de besprekingen stop te zetten en de in het kader van de BAFO als eerstvolgende gerangschikte kandidaat van de BAFO voor de contractsbesprekingen uit te nodigen. De kandidaten wiens BAFO-offerte - in voorkomend geval na de finale contractsbesprekingen - niet werd beoordeeld als meest voordelige, worden per aangetekend schrijven van dit feit en van de gemotiveerde gunningsbeslissing op de hoogte gebracht, met opgave van de termijn binnen dewelke beroep kan aangetekend worden tegen deze beslissing en binnen dewelke de Aanbestedende Dienst zeker niet tot contractsluiting zal overgaan”. In het schrijven van AGIOn aan verzoekende partijen van 12 december 2008 wordt overeenkomstig voormelde besteksbepalingen dan ook gesteld dat de aanbestedende dienst zich het recht voorbehoudt om, “indien de XII-5713-9/12 besprekingen met de voorkeurskandidaat om welke reden ook niet tot overeenstemming leiden - de besprekingen stop te zetten en eventueel [verzoekende partijen] uit te nodigen voor finale contractbesprekingen”. Aldus dient te worden vastgesteld dat de bestreden beslissing niet inhoudt dat elke kans op herstel in natura verloren gaat voor verzoekende partijen bij de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en dat daardoor reeds een kandidaat wordt gekozen om daarmee de overeenkomst te sluiten. Uit het voormelde schrijven van AGIOn aan verzoekende partijen van 12 december 2008 kan immers worden begrepen dat de onderhandelingen er uiteindelijk nog kunnen toe leiden dat het verzoekende partijen zijn waarmee wordt onderhandeld en waarmee zelfs de overeenkomst wordt gesloten. Vanuit deze optiek werd blijkbaar aan verzoekende partijen nog een vraag overgemaakt naar de verlenging van de gestanddoeningstermijn van hun BAFO-offerte. Aldus is niet aangetoond dat het beweerde verlies van de opdracht voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, die in wezen door verzoekende partijen enkel wordt aangevochten in zoverre ze impliciet hen niet als voorkeursbieder aanwijst. Dat verzoekende partijen zich te dezen daarnaast ook “minstens beroepen op de ernstige bemoeilijking van de mogelijkheid om het DBFM- programma inhaalbeweging schoolinfrastructuur Vlaanderen zelf uit te voeren”, is niet van aard om anders te beslissen. Zulks lijkt immers een te hypothetisch nadeel te zijn. Bovendien lijken verzoekende partijen er ten onrechte van uit te gaan dat zij later geen effectieve mogelijkheid zullen hebben om de bestreden beslissing op een nuttig tijdstip, wanneer rechtsherstel in natura nog mogelijk is, aan te vechten. De aanbestedende overheid lijkt immers na het nemen van de toewijzings- beslissing en alvorens deze te betekenen aan de gekozen inschrijver, toepassing te moeten maken van artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en de daarin voorziene wachtperiode. Ook het BAFO-bestek bepaalt dienaangaande uitdrukkelijk dat de kandidaten wiens BAFO-offerte - in voorkomend geval na de finale contracts- besprekingen - niet werd beoordeeld als meest voordelige, per aangetekend schrijven van dit feit en van de gemotiveerde gunningsbeslissing op de hoogte dienen te worden gebracht, met opgave van de termijn binnen dewelke beroep kan worden aangetekend XII-5713-10/12 tegen deze beslissing en binnen dewelke de aanbestedende dienst zeker niet tot contractsluiting zal overgaan. Voorts merken verwerende partij en tussenkomende partijen terecht op dat, anders dan verzoekende partijen betogen, overeenkomstig vaste rechtspraak van de Raad van State de onwettigheid van een voorbeslissing in beginsel nog op ontvankelijke wijze kan opgeworpen worden in het kader van de aanvechting van de toewijzingsbeslissing. In zoverre verzoekende partijen ten slotte in hun nadeels- omschrijving nog verwijzen naar de grote financiële impact van de reeds door hen gedane inspanningen in het kader van dit dossier, evenals de reputatieschade, valt op te merken dat zulks in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is, tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. Dit wordt te dezen niet aangetoond. Aldus blijkt het rechtens vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet voorhanden. Aan de tweede van de door artikel 17 gestelde voorwaarden is niet voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. XII-5713-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen april 2009, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5713-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.282 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.843 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.