← België

Arrest 192374 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.374 Rolnummer: A. 131923/X-11253 Zaak: Arrest 192374 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-27 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 02:18 Fiche Arrest nr 192.374 van 14 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.374 van 14 april 2009 in de zaak A. 131.923/X-11.

  1. In zake :
  2. Marc PEELMAN,
  3. Christine GOETELEN, die woonplaats kiezen bij advocaat J. DE KEERSMAECKER, kantoor houdende te 2890 SINT-AMANDS, Hekkestraat 18 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. MARINOWER, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Consciencestraat
  4. tussenkomende partij :
  5. Alfred VAN DAM,
  6. Mariette VAN GUCHT, die woonplaats kiezen bij advocaat C. VALLET, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Oudaan 22-
  7. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc PEELMAN en Christine GOETELEN op 17 januari 2003 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 21 november 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij het ministerieel besluit van 5 november 2002 wordt ingetrokken, het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en de beslissing van 25 oktober 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan Marc PEELMAN - Christine GOETELEN de vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een woning en de bestemmingswijziging van landbouwbedrijf tot landbouwbedrijf met hoevetoerisme op een perceel gelegen te Sint-Amands, Kuitegemstraat 66, kadastraal bekend sectie B, nrs. 502/c, 502/f, 502/g en 504/c, wordt vernietigd; X-11.253-1/8 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 18 april 2003 ingediend door Alfred VAN DAM en Mariette VAN GUCHT; Gelet op de beschikking van 7 juli 2003 die de tussenkomst van Alfred VAN DAM en Mariette VAN GUCHT toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 1 februari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 20 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SROKA, die loco advocaat J. DE KEERSMAECKER verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat H. VAN NIJVERSEEL, die loco advocaat C. MARINOWER verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat C. VALLET die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.253-2/8 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  8. De gegevens van de zaak 1.
  9. Marc PEELMAN-GOETELEN dient op 29 maart 2000 (datum van het ontvangstbewijs) bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Amands een aanvraag in tot het verbouwen van een woning en de bestemmingswijziging van landbouwbedrijf tot landbouwbedrijf met hoevetoerisme op een perceel gelegen te Sint-Amands, Kuitegemstraat 66, kadastraal bekend sectie B, nrs. 502/e, 502/f, 502/g en 504/c. 1.
  10. Het wordt niet betwist dat voornoemd perceel overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 5 augustus 1976 vastgestelde gewestplan Mechelen gelegen is in agrarisch gebied. Het betrokken perceel is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een door de Koning -thans de Vlaamse Regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 1.
  11. Tijdens het openbaar onderzoek, dat gehouden wordt van 6 april 2000 tot en met 21 april 2000, wordt één bezwaarschrift ingediend, met name door de tussenkomende partijen. 1.
  12. Op 5 mei 2000 verleent de afdeling Land - Antwerpen een ongunstig advies. 1.
  13. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Amands besluit op 10 mei 2000 tot de ongegrondheid van het bezwaar van de tussenkomende partijen en maakt de aanvraag met een gunstig pre-advies over aan de gemachtigde ambtenaar. De gemachtigde ambtenaar verleent op 23 oktober 2000 een ongunstig advies. 1.
  14. Op 22 november 2000 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Amands de gevraagde vergunning. X-11.253-3/8 1.
  15. Op 25 oktober 2001 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen het door de verzoekende partijen tegen voornoemd weigeringsbesluit ingestelde beroep in te willigen en de vergunning te verlenen. 1.
  16. De gemachtigde ambtenaar tekent op 21 december 2001 met toepassing van artikel 53, § 2 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna : het gecoördineerde decreet) beroep aan tegen deze vergunning. 1.
  17. Bij besluit van 5 november 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening wordt het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingewilligd en wordt de vergunning van 25 oktober 2001 van de bestendige deputatie vernietigd. Op 21 november 2002 beslist de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening het besluit van 5 november 2002 in te trekken om reden dat verkeerdelijk Paul Aerts vermeld stond in dit besluit als raadsman van de aanvragers. Het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd. Dit is het bestreden besluit.
  18. De ontvankelijkheid 2.
  19. In hun verzoekschrift tot tussenkomst werpen de tussenkomende partijen de volgende exceptie op : “In hun verzoekschrift tot nietigverklaring dd. 17.01.2003 houden de heer en mevrouw Peelman-Goetelen voor dat zij eigenaar zijn van het terrein gelegen te Sint-Amands, Kuitegemstraat 66, sectie B nr. 502 C, F, G en 504 C, waarvoor zij op 14.03.2000 een bouwaanvraag hebben ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente Sint-Amands, tot het verbouwen van een woning en een bestemmingswijziging landbouwbedrijf tot landbouwbedrijf met hoevetoerisme. Dat uit de kadastrale legger evenwel blijkt dat de verzoekers van het inleidend verzoekschrift tot nietigverklaring dd. 17.01.2003 enkel eigenaar zijn van het perceel der kadaster gekend onder sectie B, nr. 502 F. Dat zij derhalve niet de hoedanigheid bezitten dewelke zij in hun verzoekschrift hebben voorgehouden. Dat bij gebrek van de juiste hoedanigheid het door de heer en mevrouw Peelman-Goetelen ingediende verzoekschrift tot nietigverklaring dd. 17.01.2003 onontvankelijk is wegens gebrek aan de juiste hoedanigheid”. X-11.253-4/8 2.
  20. De vermelding in de feitenuiteenzetting van het inleidend verzoekschrift dat het terrein “gelegen te St.Amands, Kuitegemstraat 66, Sectie B nr. 502 C, F, G en 504 C, eigendom van verzoekers” is, terwijl, zoals uit het administratief dossier blijkt, slechts het perceel nr. 502/f aan de verzoekende partijen, indieners van de geweigerde aanvraag, toebehoort, is niet van aard tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering te leiden. De exceptie kan niet worden aangenomen.
  21. De gegrondheid 3.
  22. De verzoekende partijen voeren in hun verzoekschrift in een eerste middel het volgende aan : “Eerste middel : schending van art. 53 § 2 van het coördinatiedecreet en van de artikelen twee en drie van de wet van 29 juli 1991 betreffende uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van de algemene motiveringsplicht. In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat de bestreden beslissing op geen enkel moment antwoordt op de opwerpingen van verzoekers in verband met de wetsbepalingen omtrent de kennisgeving van het beroep. Deze zending voldoet niet aan de bepalingen van art. 53 § 2 van het coördinatiedecreet en aan het beginsel van de tegensprekelijkheid als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Art. 53 § 2 van het coördinatiedecreet houdt in dat de verplichte notificatie, die de gemachtigde ambtenaar aan de aanvrager moet doen van een beroep dat hij tegen een verkregen vergunning instelt, wil zeggen dat de aanvrager kopie moet worden gestuurd van het beroep met al zijn bijlagen. De aangehaalde wetsbepaling legt dus aan de gemachtigde ambtenaar de verplichting op (een kopie van) het beroepschrift zelve ter kennis te brengen van de aanvrager. Alleen de kennisgeving van het beroepschrift stelt de aanvrager in de gelegenheid na te gaan of het beroep van de gemachtigde ambtenaar regelmatig werd ingesteld. (...) Art. 53 § 2 van het coördinatiedecreet schrijft niet alleen voor dat het beroep zelve in kopij aan de aanvrager moet worden medegedeeld, maar ook een kopij dient gevoegd te worden van al zijn bijlagen. (...) Dit standpunt maakt het voorwerp uit van een constante rechtspraak van de Raad van State (...) In casu werd noch de inventaris noch de bijlagen gevoegd bij het beroepschrift zoals betekend aan de aanvrager. Het beroep van de gemachtigde ambtenaar is dan ook, wegens een schending van een substantiële vormvereiste, onontvankelijk”. 3.
  23. Artikel 53, § 2, eerste lid van het gecoördineerde decreet, zoals dit van toepassing was op het ogenblik dat de bestreden beslissing werd genomen, luidt als volgt: X-11.253-5/8 “Het college van burgemeester en schepenen alsook de gemachtigde ambtenaar kunnen bij de Vlaamse regering in beroep komen binnen dertig dagen na de ontvangst van de beslissing van de bestendige deputatie tot verlening van een vergunning. Dit beroep, evenals de termijn voor instelling van het beroep, schorst de vergunning. Het wordt tezelfder tijd ter kennis van de aanvrager en van de Vlaamse regering gebracht. Komt de gemachtigde ambtenaar in beroep, dan geeft deze daarvan bovendien kennis aan het college”. De voormelde decreetsbepaling schrijft voor dat de gemachtigde ambtenaar het beroep terzelfder tijd aan de aanvrager ter kennis brengt. Hiermee is bedoeld het beroep zelf, dit is de integrale tekst van het aangetekend schrijven met al zijn bijlagen. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 22 december 1970 tot wijziging van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, die onder meer artikel 55 van de wet van 29 maart 1962 grondig heeft gewijzigd -welke bepaling nadien is opgenomen als artikel 53 in het gecoördineerde decreet- blijkt dat het verhoor van de aanvrager, van het college van burgemeester en schepenen en van de gemachtigde ambtenaar bedoeld is als een middel om in de twee trappen van beroep “de gelegenheid te geven tot een behandeling van de aanvraag op tegenspraak”, waarbij de genoemde partijen “op gelijke voet worden gesteld”. De gelijke behandeling van de partijen is dus een onmisbaar vereiste. Dit betekent dat de aanvrager, in tegenstelling tot wat de verwerende partij en de tussenkomende partijen voorhouden, moet beschikken over het beroepschrift en de stukken waarover de minister beschikt. In casu heeft de gemachtigde ambtenaar met een op 21 december 2001 ter post aangetekende brief beroep ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening tegen de beslissing van 25 oktober 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij het beroep van de verzoekende partijen wordt ingewilligd. In dit beroepschrift is het volgende vermeld : “Het volledig dossier wordt aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening overgemaakt”. De gemachtigde ambtenaar heeft met een op dezelfde datum ter post aangetekende brief aan de verzoekende partijen medegedeeld beroep te hebben ingesteld bij de Vlaamse regering tegen voornoemde beslissing van de bestendige deputatie. Uit het administratief dossier blijkt dat dit schrijven identiek is aan het beroep dat bij de Vlaamse regering werd ingesteld, mits wijziging van het adres van de bestemmeling. Het blijkt evenwel niet dat het aan de verzoekende partijen toegezonden schrijven van 21 december 2001 van de gemachtigde ambtenaar een X-11.253-6/8 afschrift inhield van het originele beroepschrift. Aldus hadden de verzoekende partijen ook geen kennis van de datum waarop het beroep werd ingesteld. Er wordt evenmin betwist dat de verzoekende partijen niet in het bezit werden gesteld van een inventaris van de stukken, noch van de bijlagen gevoegd bij het beroepschrift. Noch de omstandigheid dat de aan de minister medegedeelde stukken voor de verzoekende partijen “geen enkel aanvullend essentieel gegeven bevatten”, noch de omstandigheid dat de verzoekende partijen de kans zouden hebben om gedurende de hoorzitting dit dossier in te zien, hebben tot gevolg dat de verzoekende partijen met betrekking tot de aanzegging van het beroep op gelijke voet zijn gesteld met de gemachtigde ambtenaar, zoals nochtans door de decreetgever is bedoeld. De gemachtigde ambtenaar heeft zijn beroep met schending van de in voornoemd artikel 53, § 2, eerste lid van het gecoördineerde decreet vervatte substantiële pleegvorm ingesteld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  24. Vernietigd wordt het besluit van 21 november 2002 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij het ministerieel besluit van 5 november 2002 wordt ingetrokken, het beroep van de gemachtigde ambtenaar wordt ingewilligd en de beslissing van 25 oktober 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan Marc PEELMAN - Christine GOETELEN de vergunning wordt verleend voor het verbouwen van een woning en de bestemmingswijziging van landbouwbedrijf tot landbouwbedrijf met hoevetoerisme op een perceel gelegen te Sint-Amands, Kuitegemstraat 66, kadastraal bekend sectie B, nrs. 502/c, 502/f, 502/g en 504/c, wordt vernietigd. Artikel
  25. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. X-11.253-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.253-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.374 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.