id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.393 Rolnummer: A. 192175/IX-6315 Zaak: Arrest 192393 - Penitentiair recht - 16/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-17 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 02:20 Fiche Arrest nr 192.393 van 16 april 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.393 van 16 april 2009 in de zaak A. 192.175/IX-
- In zake : Ashraf SEKKAKI, die woonplaats kiest bij advocaat M. LANGEROCK, kantoor houdende te SINT-KRUIS (BRUGGE), Dampoortstraat 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ashraf SEKKAKI op 13 april 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot tuchtsanctie d.d. 10-04-2009, uitgaande van de directie van de gevangenis te Brugge”; Gelet op de beschikking van 14 april 2009 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 14 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 april 2009, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. LANGEROCK, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6315-1/7 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur- generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker verblijft als geïnterneerde in de strafinrichting te Brugge. 1.
- Op 8 en 9 april 2009 stellen penitentiaire beambten ten laste van de verzoeker vijf rapporten op betreffende feiten die zich op de voormelde dagen hebben voorgedaan en die in hoofde van de verzoeker als tuchtinbreuken worden beschouwd. Het betreft telkens feiten van verbaal en fysiek agressief gedrag van de verzoeker ten aanzien van beambten en gedetineerden van de strafinrichting. 1.
- Op 8 april 2009 legt de attaché gevangenisdirecteur aan de verzoeker de voorlopige maatregel van “verplicht verblijf op cel” op. 1.
- Met een brief van 9 april 2009 deelt de attaché gevangenisdirec- teur aan de verzoeker mee dat hij, na onderzoek van de rapporten van 8 april 2009, heeft besloten tegen de verzoeker een tuchtprocedure in te leiden, en dat de verzoeker op 10 april 2009 zal worden gehoord over de hem ten laste gelegde feiten. Hij voegt eraan toe dat de verzoeker, indien hij dit wenst, de mogelijkheid heeft om te worden bijgestaan door een advocaat. De verzoeker ondertekent deze brief dezelfde dag en duidt daarop aan dat hij geen beroep wenst te doen op een advocaat. 1.
- Op 10 april 2009 wordt een hoorzitting georganiseerd waarop de verzoeker aanwezig is, maar zonder raadsman. IX-6315-2/7 1.
- Na de verzoeker te hebben gehoord, legt de directeur van de strafinrichting aan de verzoeker de volgende tuchtsanctie op: “Mutatie naar sectie
- 3 weken strikt, dus 08/04/2009 (start voorlopige maatregel) tot en met 28-04-
- Voorlopige maatregel wordt opgeheven.” Deze beslissing maakt het voorwerp uit van de voorliggende vordering. Ze vermeldt met betrekking tot het verloop van de hoorzitting op 10 april 2009 onder meer: “Gelet op de argumenten van de gedetineerde en zijn advocaat die het tuchtdossier heeft kunnen raadplegen en hieromtrent op 10/04/2009 werd gehoord;” De motivering van de opgelegde tuchtsanctie luidt als volgt: “Uit het geheel van de tuchtrapporten en zijn verklaring ter zitting blijkt dat betrokkene ten aanzien van de beambten geen respect betoont en op een zeer vernederende en kleinerende manier handelt, hoewel hij zelf steeds wenst op een correcte en respectvolle manier te worden aangesproken. Betrokkene ondermijnt hiermee de psychische integriteit van het personeel. Bovendien blijkt uit de tuchtrapporten dat betrokkene geen respect heeft betoond voor een aantal reglementeringen zoals het verbod om door het raam te roepen, bevelen van de beambten negeren, sluiten van het winket belemme- ren en door het winket van medegedetineerden staan roepen. Betrokkene geeft die zaken ter zitting ook zelf toe, doch wijst ze af als zijnde pietluttigheden die voor hem niet van tel zijn. Betrokkene dient zoals andere gedetineerden de reglementen van de inrichting strikt na te leven. Betrokkenes gedrag op 8 en 9 april 2009 was gekenmerkt door verbale en fysieke agressie naar beambten toe. Dit gedrag verstoort op ernstige mate de rust en de orde op sectie en fysische en psychische integriteit van beambten, zowel als medegedetineerden (Dhaen Serge).” Grondvoorwaarden voor het bevelen van de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen IX-6315-3/7 verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.
- De verzoeker zet het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing meent te kunnen lijden, in zijn verzoekschrift als volgt uiteen: “
- De beslissing van de directie van de gevangenis te Brugge d.d. 10-04-2009 werd onmiddellijk ten uitvoer gelegd en beperkt de rechten van verzoeker in sterke en onherstelbare mate.
- Verzoekers recht op verdediging werd geschonden. Als geïnterneerde dient hij steeds bijgestaan te worden door een raadsman ter zitting van een tuchtpro- cedure. Verzoeker voelt zich verder onterecht gesanctioneerd. Sinds 25-07-2008 heeft verzoeker geen tuchtsanctie meer opgelopen. [...] 3 weken strikt + een mutatie naar sectie 35 (duurtijd onbekend) is een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Daarnaast is het voor de raadsman niet duidelijk wat het verschil is tussen sectie 36B en sectie
- Het is duidelijk dat deze tuchtsanctie zijn reclassering naar de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij toe negatief zal beïnvloeden.” 3.2.
- Luidens artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het enig verzoekschrift een uiteenzetting bevatten van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op een dergelijk nadeel aantonen. De verzoekende partij moet in haar verzoekschrift dan ook duidelijk en concreet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte ondergaat of dreigt te ondergaan. Met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent kan geen rekening worden gehouden. De verzoekende partij mag zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel concrete gegevens aanvoeren waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van IX-6315-4/7 State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een moeilijk te herstellen ernstig nadeel voorhanden is, en het voor de verwerende partij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. 3.2.
- Te dezen stelt de verzoeker dat de bestreden beslissing zijn rechten in sterke en onherstelbare mate beperkt en dat de opgelegde tuchtsanctie “een moeilijk te herstellen ernstig nadeel [is]”. Dit zijn echter vage, nietszeggende beweringen, die de aanwezigheid van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zonder meer poneren, maar niet het minst duidelijk maken waaruit dat nadeel dan wel bestaat, noch het ernstige en moeilijk te herstellen karakter van dat nadeel aannemelijk maken. Verzoekers argument dat zijn rechten van verdediging werden geschonden, vermits hij als geïnterneerde steeds door een raadsman dient te worden bijgestaan tijdens een tuchtprocedure, betreft de beweerde onwettigheid van de bestreden beslissing, maar toont niet aan dat de verzoeker ingevolge de onmiddellij- ke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan lijden. De vermelding in het verzoekschrift dat de verzoeker zich ten onrechte gesanctioneerd voelt, lijkt te verwijzen naar een moreel nadeel. Een dergelijk nadeel zal evenwel in beginsel worden hersteld door een vernietigingsar- rest en de verzoeker brengt geen enkel gegeven aan dat ervan zou kunnen overtuigen dat zulks in zijn geval niet zo zal zijn. De bewering dat de verzoeker sedert 25 juli 2008 geen tuchtsanc- tie meer heeft opgelopen, mist feitelijke grondslag, vermits uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat aan de verzoeker sedertdien nog verscheide- ne tuchtsancties werden opgelegd. De omstandigheid dat de raadsman van de verzoeker, zoals hij ter terechtzitting stelt, daarvan geen kennis had, doet daaraan geen afbreuk. Hoe dan ook valt niet in te zien hoe het feit dat de verzoeker sedert een bepaalde datum geen tuchtsanctie meer zou hebben opgelopen, op zich een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan aantonen. De verwerende partij verduidelijkt voorts ter terechtzitting dat zowel de sectie 35 als de sectie 36B gesloten secties zijn en dat de mutatie van de IX-6315-5/7 verzoeker van de laatstgenoemde naar de eerstgenoemde sectie op geen enkele wijze verzoekers regime wijzigt. Zonder concrete en precieze argumentatie van de verzoeker dienaangaande, óók niet ter terechtzitting, kan dan ook niet worden aangenomen dat die mutatie aan de verzoeker een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Dat de opgelegde tuchtsanctie de reclassering van de verzoeker negatief zal beïnvloeden, is ten slotte een loutere bewering die niet concreet aannemelijk wordt gemaakt. 3.2.
- Derhalve moet worden besloten dat de verzoeker niet aantoont dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan lijden. 3.2.
- Er is aldus niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-6315-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 16 april 2009, door : de H. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. B. THYS. IX-6315-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.393 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.375 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.