← België

Arrest 192419 - Monumenten en Landschappen - 20/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.419 Rolnummer: A. 163581/X-12361 Zaak: Arrest 192419 - Monumenten en Landschappen - 20/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-04 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 02:32 Fiche Arrest nr 192.419 van 20 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Afstand Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 192.419 van 20 april 2009 in de zaak A. 163.581/X-12.

  1. In zake :
  2. Cécile PETEN, wonende te 2000 ANTWERPEN, Leopoldstraat 73,
  3. Luc PETEN, wonende te 1750 LENNIK, Zwijnenbergstraat 63,
  4. Pierre PETEN, wonende te 3090 OVERIJSE, Steenweg op Rosières 103 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering dat woonplaats kiest bij advocaat O. ONGHENA, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Tavernierkaai
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Cécile PETEN, Luc PETEN en Pierre PETEN op 23 juni 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening dd. 1 februari 2005, waarbij het gebied MIDDELHEIM- VOGELZANG- DEN BRANDT gelegen aan de Middelheimlaan en de Beukenlaan te Antwerpen als landschap wordt gerangschikt”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 11 december 2008; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-12.361-1/3 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Uit de door de verzoekende partijen neergelegde stukken blijkt dat het beroep tot nietigverklaring is ingeschreven op de kant der overschrijving van het besluit waarvan de vernietiging wordt gevorderd. Er is voldaan aan de vereiste in artikel 3 van de Hypotheekwet. In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het eerste hypotheekkantoor te Antwerpen. X-12.361-2/3 Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. De kosten van de in artikel 2 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig april 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-12.361-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.419 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.