id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.557 Rolnummer: A. 167318/V-1718 Zaak: Arrêt / Arrest 192557 - Permis d'environnement / Milieuvergunningen - 22/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-24 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-30 03:01 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 192.557 van 22 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.557 van 22 april 2009 A.167.318/V-1718 In zake: de Gemeente Riemst, die woonplaats kiest bij Mr. Luc MISSON en Mr. Xavier CLOSE, advocaten, rue des Pitteurs 41 4020 Luik, tegen: het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering, dat woonplaats kiest bij Mr. Pierre MOËRYNCK, advocaat, Galliërslaan 33 1040 Brussel. Tussenkomende partij: de naamloze vennootschap Société de développement et de promotion de l’aéroport de Liège-Bierset, afgekort als: SAB, die woonplaats kiest bij Mr. Eric LEMMENS, advocaat, Ilôt Saint-Michel Place Verte 13 4000 Luik. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het op 2 november 2005 ingediende verzoekschrift, waarbij de gemeente Riemst de nietigverklaring vordert "van het besluit van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme van het Waals Gewest van 25 augustus 2005, waarbij het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grâce-Hollogne van 29 maart 2005 houdende afgifte van een milieuvergunning aan de naamloze vennootschap Société de développement et de promotion de l’aéroport de Liège-Bierset (afgekort als nv SAB) voor de exploitatie van V - 1718n - 1/7 de luchthaven van Luik-Bierset, gedeeltelijk wordt gewijzigd en voor het overige wordt bekrachtigd"; Gezien het op 19 januari 2006 ingediende verzoekschrift, waarbij de naamloze vennootschap Société de développement et de promotion de l’aéroport de Liège-Bierset, afgekort als SAB, vraagt als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 22 februari 2006, waarbij die tussenkomst wordt toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van tussenkomst; Gezien het verslag van mevr. VOGEL, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het door de verzoekende partij ingediende verzoek tot voortzetting van de procedure en de brief van de tussenkomende partij waarbij deze verklaart dat ze geen aanvullend procedurestuk zal indienen; Gelet op de beschikking van 9 december 2008, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij aanvankelijk wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de openbare terechtzitting van 27 januari 2009 om 10.30 uur, die vervolgens wordt uitgesteld tot 15.30 uur op diezelfde dag; Gehoord het verslag van de heer JAUMOTTE, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. Chr. COLOGNE, loco Mr. L. MISSON en Mr. X. CLOSE, advocaat, die voor de verzoekende partij verschijnt, van Mr. S. GRUBER, loco Mr. P. MOËRYNCK, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. Fr. SEVRIN, loco Mr. E. LEMMENS, advocaat, die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van mevr. VOGEL, eerste auditeur; V - 1718n - 2/7 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de volgende feiten dienstig zijn voor het onderzoek van het beroep:
- Bij een aanvraag die op 30 september 2004 bij de gemeente Grâce- Hollogne is ingediend, vraagt de tussenkomende partij een milieuvergunning voor de exploitatie van de luchthaven van Luik-Bierset. Die aanvraag wordt op 14 oktober 2004 volledig en ontvankelijk bevonden.
- Op 29 maart 2005 verstrekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grâce-Hollogne aan de tussenkomende partij de gevraagde milieuvergunning.
- Tegen dat besluit worden verscheidene beroepen ingesteld bij de Waalse regering, onder meer dat van de gemeente Riemst, de verzoekende partij in deze zaak, van 25 april
- Bij een besluit van 25 augustus 2005 verklaart de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme van het Waals Gewest de beroepen gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grâce-Hollogne d.d. 29 maart 2005 ontvankelijk, wijzigt hij dat besluit op sommige punten en bekrachtigt hij het voor het overige. Dit is het bestreden besluit.
- Eensluidend verklaarde kopieën van het bestreden besluit worden op 25 augustus 2005 aangetekend naar de gemeente Riemst en haar raadsman gestuurd.
- Op 2 november 2005 stelt de gemeente Riemst het onderhavige beroep in.
- Het bestreden besluit is bovendien bekrachtigd bij artikel 5 van het decreet van 17 juli 2008 betreffende enkele vergunningen waarvoor er dwingende redenen van algemeen belang bestaan, welk decreet op 25 juli 2008 van kracht is geworden; V - 1718n - 3/7 Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot nietigverklaring uiteenzet dat haar beroep ratione temporis ontvankelijk is, aangezien de bestreden handeling op 1 september 2005 aangeplakt is op het grondgebied van de gemeente Flémalle en op 5 september 2005 op het grondgebied van de gemeente Grâce-Hollogne; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord aanvoert dat de bestreden handeling, waarbij uitspraak wordt gedaan over het administratief beroep dat door de verzoekende partij is ingesteld, krachtens artikel 40 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ter kennis van de verzoekende partij moest worden gebracht, dat uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden handeling bij aangetekende brieven met ontvangstbewijs d.d. donderdag 25 augustus 2005 ter kennis van de verzoekende partij en haar raadsman is gebracht, dat de bestreden handeling dus de dag daarna, op vrijdag 26 augustus 2005, ontvangen moet zijn, dat aangezien de beroepstermijn de dag daarna is ingegaan, de laatste dienende dag waarop het verzoekschrift tot nietigverklaring kon worden ingediend, dinsdag 25 oktober 2005 was, en dat het verzoekschrift, dat dateert van 2 november 2005 en het stempel van de griffie van de Raad van State van 3 november 2005 draagt, te laat ingediend is en derhalve ratione temporis onontvankelijk is; Overwegende dat de tussenkomende partij eveneens in hoofdorde aanvoert dat het beroep tot nietigverklaring ratione temporis onontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord stelt dat het bestreden besluit krachtens artikel 38 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning aangeplakt moet worden en dat die aanplakking de bekendmakingsmaatregel is welke ten aanzien van iedere belanghebbende de termijn om bij de Raad van State beroep in te stellen doet ingaan; Overwegende dat de verschillende partijen hun standpunt op de terechtzitting bevestigen; dat de verzoekende partij staande houdt dat de termijn om een beroep tot nietigverklaring in te stellen ingaat bij de aanplakking van het besluit na beroep, en niet bij de kennisgeving ervan aan de personen die het beroep hebben ingesteld; Overwegende dat artikel 40, § 7, eerste lid, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning bepaalt dat de regering haar besluit binnen een bepaalde termijn, die in die bepaling wordt vastgesteld, naar de eiser stuurt en dat onder "eiser" in de zin van deze bepaling, moet worden verstaan de persoon, een natuurlijke V - 1718n - 4/7 persoon of rechtspersoon die bij de regering een administratief beroep heeft ingesteld, met toepassing van artikel 40 van dat decreet; dat hieruit volgt dat het bestreden besluit wel degelijk rechtsgeldig ter kennis is gebracht van de gemeente Riemst bij aangetekend schrijven van 25 augustus 2005, aangezien deze gemeente daadwerkelijk bij de regering een administratief beroep had ingesteld tegen de op 29 maart 2005 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grâce-Hollogne uitgereikte milieuvergunning; Overwegende dat volgens vaste rechtspraak, wanneer een persoon in kennis dient te worden gesteld van een individuele bestuurshandeling, wat met het bestreden besluit het geval is, de kennisgeving alleen, de termijn om een beroep tot nietigverklaring in te stellen ten aanzien van die persoon doet ingaan, op voorwaarde evenwel dat met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State het bestaan van het beroep, alsmede de na te leven vormvereisten en termijnen in de kennisgeving aangegeven zijn; dat evenzo de bekendmaking van zo'n bestuurshandeling, ongeacht of dit vóór of na de kennisgeving ervan geschiedt, haar niet het karakter van individuele handeling ontneemt die ter kennis moet worden gebracht van de betrokken persoon; dat hieruit volgt dat het de kennisgeving van het bestreden besluit aan de verzoekende partij is die ten aanzien van deze partij de termijn heeft doen ingaan om bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in te stellen, en niet de aanplakking van dit besluit op het grondgebied van de gemeenten Flémalle en Grâce-Hollogne; dat het in dit opzicht van weinig belang is op welke datum, vóór of na de datum van de kennisgeving van de bestreden handeling, deze aanplakking geschied is; Overwegende dat uit het door de verwerende partij ingediende administratief dossier blijkt dat het bestreden besluit aan de verzoekende partij en haar raadsman ter kennis is gebracht bij aangetekende brieven waarvan het ontvangstbewijs van de post dagtekent van donderdag 25 augustus 2005 en dat artikel 10 van dit besluit de vermeldingen bevat voorgeschreven bij artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ten aanzien van de vermelding van de rechtsmiddelen, alsook van de in acht te nemen vormvereisten en termijnen; dat zelfs ofschoon de adressaat van de kennisgeving in casu een gemeente uit het Nederlandse taalgebied is, deze vermeldingen door de gemeente Grâce-Hollogne rechtsgeldig in het Frans gesteld zijn met toepassing van artikel 36, § 1, 2/, van de gewone wet tot hervorming der instellingen van 9 augustus 1980; dat hieruit volgt dat het bestreden besluit rechtsgeldig ter kennis is gebracht van de verzoekende partij per aangetekend schrijven van 25 augustus 2005 en dat deze kennisgeving de termijn om bij de Raad van State beroep in te stellen rechtsgeldig heeft doen ingaan; V - 1718n - 5/7 Overwegende dat, ongeacht de oplossingen die moeten worden gevonden voor de verschillende meningsverschillen over de wijze waarop, naar analogie, bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de regel moet worden toegepast gegeven in artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek, in werking getreden op 31 december 2005, niettemin in casu moet worden geconcludeerd dat het door de verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig is; dat immers, zelfs indien men de interpretatie aanneemt die in alle opzichten het voordeligst is voor de verzoekende partij, namelijk als men ervan uitgaat, enerzijds, dat artikel 53bis van het Gerechtelijk Wetboek ook toepassing vindt op kennisgevingen die, zoals in casu, geschied zijn vóór 31 december 2005 en, anderzijds, dat de beroepstermijn eerst ingaat op de dag na de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd is, blijft het niettemin zo dat het aangetekend schrijven op donderdag 25 augustus 2005 aan de postdiensten overhandigd is, dat de dag na de derde werkdag woensdag 31 augustus 2005 was, en dat de laatste dag van de beroepstermijn zaterdag 29 oktober 2005 was, die dienovereenkomstig tot maandag 31 oktober 2005 verschoven is; dat hieruit volgt dat het door de verzoekende partij op woensdag 2 november 2005 ingestelde beroep tot nietigverklaring laattijdig is en derhalve ratione temporis onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten, bepaald op 300 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. V - 1718n - 6/7 Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op tweeëntwintig april tweeduizend negen door: de HH. ANDERSEN, eerste Voorzitter van de Raad van State, JAUMOTTE, staatsraad, BREWAEYS, staatsraad, Mevr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1718n - 7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div