← België

Arrest 192566 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.566 Rolnummer: A. 85613/X-9084 Zaak: Arrest 192566 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 22/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-30 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:01 Fiche Arrest nr 192.566 van 22 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.566 van 22 april 2009 in de zaak A. 85.613/X-

  1. In zake : Herman VAN MELLAERT, die woonplaats kiest bij advocaat J. BUYSE, kantoor houdende te 3020 HERENT, Rijweg 68 A tegen :
  2. de stad LEUVEN, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, J.P. Minckelersstraat
  4. tussenkomende partij : Patrick VANDENBEMPT, wonende te 3010 LEUVEN, Sneppenstraat
  5. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Herman VAN MELLAERT op 20 juli 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van :
  6. de beslissing van 16 april 1999 van de gemachtigde ambtenaar “waarbij de afwijking wordt toegestaan van de voorschriften van een verkavelings- vergunning dd. 14.02.1963 met ref. stdb. 143/FL/10, strekkende tot het bouwen van een berging tegen de woning in plaats van op een minimum afstand van 6 m”, en,
  7. het besluit van 29 april 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven waarbij aan P. VANDENBEMPT de bouwvergunning wordt afgeleverd voor het bouwen van een berging en tuinmuur op een perceel gelegen te Leuven (Kessel-Lo), Sneppenstraat 79, kadastraal bekend sectie B, nr. 117/c2”. X-9084-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 25 oktober 1999 ingediend door Patrick VANDENBEMPT; Gelet op de beschikking van 1 december 1999 die de tussenkomst van Patrick VANDENBEMPT toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 7 juni 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 8 januari 2009 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van Anna EYSSEN, die in persoon verschijnt, van advocaat J. VANSTIPELEN, die loco advocaat B. BEELEN verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat G. HAVET, die loco advocaat P. DECLERCQ verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-9084-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT : Uit de gegevens van de zaak blijkt dat Herman Van Mellaert niet langer eigenaar is van het perceel waarop het belang bij de rechtsvordering gesteund is en aldus zijn belang verloren heeft. Op 27 januari 2009, drie dagen voor de terechtzitting, ontvangt de Raad van State een verzoek tot hervatting van het geding van Anna Eyssen, die stelt ingevolge een notariële akte van 11 maart 2004 in het kader van een vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap enige eigenaar te zijn geworden van het perceel waarop het belang bij de rechtsvordering gesteund is. Teneinde de rechten van de verdediging te vrijwaren zijn alle partijen ertoe gehouden hun medewerking te verlenen aan een goede rechtsbedeling. Anna Eyssen diende haar verzoekschrift tot hervatting van het geding zo spoedig mogelijk in te dienen. Ter terechtzitting erkent Anna Eyssen dat haar verzoekschrift tot hervatting laattijdig is. Door in extremis een verzoek tot hervatting van het geding in te dienen heeft Anna Eyssen niet met de vereiste diligentie haar medewerking aan het goede procesverloop verleend. Het verzoek tot hervatting van het geding is laattijdig en onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-9084-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig april 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-9084-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.566 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.