id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.670 Rolnummer: A. 130094/X-11203 Zaak: Arrest 192670 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:02 Fiche Arrest nr 192.670 van 27 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.670 van 27 april 2009 in de zaak A. 130.094/X-11.
- In zake :
- Chris DEVROE,
- Patrick DEVROE,
- Luc CALLENS, die woonplaats kiezen bij advocaat M. RYELANDT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Filips de Goedelaan 11 tegen :
- de gemeente ARDOOIE,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- tussenkomende partij : Geert WALLAYS, die woonplaats kiest bij advocaat K. DE ZUTTER, kantoor houdende te 8700 TIELT, Sint-Janstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Chris DEVROE, Patrick DEVROE en Luc CALLENS op 2 december 2002 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 16 september 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie waarbij aan Geert WALLAYS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een loods voor mestverwerking en het aanleggen van verharding op een perceel gelegen te Ardooie, Ysselmeersstraat 22, kadastraal bekend sectie E, nr. 1396/e; Gelet op het arrest nr. 118.955 van 30 april 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en waarbij het verzoek tot tussenkomst van Geert WALLAYS in de vordering tot schorsing niet wordt ingewilligd; X-11.203-1/8 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 19 juni 2003 ingediend door Chris DEVROE, Patrick DEVROE en Luc CALLENS; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 15 juli 2003 ingediend door Geert WALLAYS; Gelet op de beschikking van 28 juli 2003 die de tussenkomst van Geert WALLAYS toelaat; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij, de toelichtende memorie ten aanzien van de eerste verwerende partij en de memorie van wederantwoord ten aanzien van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur S. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 21 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partijen en de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 20 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. RYELANDT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het gedeeltelijk eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN DEN BROECK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-11.203-2/8 OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De gegevens van de zaak 1.
- Op 21 juni 2002 (datum van het ontvangstbewijs) wordt door Geert WALLAYS een aanvraag ingediend voor het bouwen van een loods voor mestverwerking en het aanleggen van verharding op een perceel gelegen te Ardooie, Ysselmeersstraat 22, kadastraal bekend sectie E, nr. 1396/e. 1.
- Het perceel is volgens het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgestelde gewestplan Roeselare-Tielt gelegen in agrarisch gebied. Het perceel is niet gelegen binnen het beheersingsgebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 1.
- De eerste twee verzoekers zijn uitbater en eigenaar van een groententeeltbedrijf te Ardooie aan de Rode Poortstraat, respectievelijk op de nummers 12 en
- De derde verzoeker is eigenaar en bewoner van een woning gelegen te Ardooie aan de Rode Poortstraat, nummer
- 1.
- Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd van 26 juni 2002 tot 27 juli 2002, naar aanleiding waarvan 5 bezwaarschriften worden ingediend, onder meer door de huidige verzoekers. Op 5 augustus 2002 wijst het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie de betreffende bezwaren als ongegrond af. 1.
- Op 3 september 2002 wordt de aanvraag door de gemachtigde ambtenaar gunstig geadviseerd. 1.
- Bij besluit van 16 september 2002 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie de gevraagde vergunning. Dit is de bestreden beslissing. X-11.203-3/8
- De ontvankelijkheid 2.
- De tweede verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord de volgende exceptie op ten aanzien van de verzoekers : “
- Verzoekende partijen stellen eigenaars en bewoners te zijn van respectievelijk een nabijgelegen landbouwbedrijf (groenteteelt) en een particuliere woning. Zij leggen daar evenwel geen enkel bewijsstuk van over. Zij tonen hun belang niet aan.
- Derde verzoekende partij, de heer Callens, is blijkbaar geen landbouwer en woont derhalve zonevreemd. Als beweerde eigenaar van een zonevreemde woning, heeft hij uiteraard geen wettig belang om de aanvraag van een zone-eigen bouwwerk te bestrijden”. 2.2.
- Als reactie op de exceptie van de tweede verwerende partij, voegen de eerste en de tweede verzoeker bij hun memorie van wederantwoord aanslagbiljetten die aangeven dat zij exploitanten zijn van de groententeeltbedrijven, gevestigd op hun respectievelijke adressen. De eerste en de tweede verzoeker zijn uitbaters van groententeeltbedrijven “op een afstand van amper 150 à hoogstens 200 meter” van de vergunde inrichting. Zij beroepen zich beiden op het risico voor de verspreiding van ziekten en plagen ten gevolge van de exploitatie van de vergunde inrichting. Hun belang wordt hierdoor genoegzaam aangetoond. 2.2.
- De derde verzoeker is eigenaar en bewoner van een woning, gelegen in de onmiddellijke omgeving van het perceel waarvoor de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning werd verleend, meer bepaald schuin tegenover de vergunde constructie. Hij doet hierdoor alleen al blijken van het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging. Bovendien heeft de derde verzoeker, gelet op de beperkte afstand van zijn perceel tot de vergunde loods en de omvang van die loods, een zicht op de vergunde constructie. In zoverre de tweede verwerende partij opwerpt dat de derde verzoeker “als beweerde eigenaar van een zonevreemde woning” geen wettig belang heeft bij de gevraagde vernietiging, dient vooreerst te worden vastgesteld dat het -gebeurlijk- zonevreemd zijn van de woning van de verzoeker op zichzelf beschouwd hem zijn belang niet ontneemt en zijn belang ook niet ipso facto onwettig maakt. Bovendien voegt de derde verzoeker bij zijn laatste memorie stukken waaruit blijkt dat zijn woning reeds in 1933 bestond en dat hij in 1988 nog X-11.203-4/8 een bouwvergunning verkreeg strekkende tot het saneren en het uitbreiden van de betreffende woning. De exceptie kan niet worden aangenomen.
- De gegrondheid 3.
- De verzoekers voeren in een tweede middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Zij zetten dit middel als volgt uiteen : “De motivering zoals voorgeschreven door art. 2 en 3 van de wet van 1991 moet juist zijn, pertinent, precies en afdoende. De motivering moet uiteraard ook feitelijk correct zijn en niet tegenstrijdig. 1.De motivering is niet afdoende 1.1.Verzoekers voerden in hun bezwaarschrift in het kader van het openbaar onderzoek aan; ‘4.Verspreiding van ziekten en plagen in de groententeelt in de omgeving. De toekomstige mestverwerkingsinstallatie van de Heer WALLAYS is omringd door een 10-tal bedrijven die groenten kweken, waaronder ondergetekenden, vooral voor de verse markt (REO -veiling te Roeselare), maar ook voor de verwerking tot diepvriesproducten, dit in een straal van amper 200 m rond de installatie. De aanvoer van pluimveemest naar de composteringsinstallatie houdt een reeel gevaar in voor vliegen-en/of insectenplagen en er dient rekening te worden gehouden dat er geen enkel vliegenbestrijdingsmiddel meer erkend is bij groenten voor de verse markt. Een plotse insectenplaag in de groententeelt zal derhalve niet kunnen bestreden worden. De groenten dienen geteeld te worden volgens een hygiënecode, wat impliceert dat de producten niet of zo min mogelijk mogen bloot staan aan contaminatie met vreemde stoffen. Bij de uitbating van de composteerunit, zal er sprake zijn van een installatie van een zure luchtwasser, doch wanneer deze wasser niet efficiënt zal werken, zal dit aanleiding geven tot een aanzienlijke uitstoot van ammoniak naar de omgeving, wat voor de hygiënecode niet aanvaardbaar is. Ook het vele grootschalige zwaar vervoer met eventuele stof- en geurhinder, is niet te verenigen met de hygiënecode. Hoe dan ook zal er bij de aanvoer van mest (waarvan door WALLAYS gezegd wordt dat ze ook via kleine (dus niet-gesloten) wagens van naburige bedrijven zal worden aangevoerd) en bij de afvoer van de afgewerkte producten, er voor de omgeving een supplementaire belasting zijn in de vorm van een toegenomen insectenpopulatie, met als gevolg een verhoogde druk van ziek(t)en en plagen bij de teelt van groenten en champignons. Het volledig werken in onderdruk kan de verspreiding van ziekten en plagen enigszins vermijden, doch bij nazicht van de bouwplannen, blijkt er van werken in onderdruk in de toekomstige installatie geen sprake te zijn. Minstens zou er toch moeten voorzien worden in de aanwezigheid van een sasdeur. X-11.203-5/8 De champignonkwekers uit de omgeving vrezen eveneens voor het mislukken van hun oogsten, gezien de mogelijke verspreiding van schimmels en sporen door de wind of door insecten’. Het Schepencollege beantwoordde voornoemd bezwaar van verzoekers in volgende zin; Volgens de bouwplannen voorziet de loods in drie luchtwassers en één luchtfilter. Volgens het advies van de Bestendige Deputatie van West-Vlaanderen bestaat het systeem uit een bio-compostreactor en uit in elkaar te plaatsen elementen, welke een gesloten kast vormen zodat er geen gassen uit de reactor kunnen ontsnappen. Dit deel van het bezwaarschrift handelt over een milieu-technische materie en wordt door de Bestendige Deputatie als ongegrond beschouwd. Het antwoord van het Schepencollege betreft enkel het gevaar voor geurhinder en geeft geen antwoord op het bezwaar gevaar voor verspreiding van ziekten door de aanvoer van mest via kleine, niet-gesloten wagens van naburige bedrijven. Bij aflevering van een bouwvergunning dient het project getoetst te worden aan de omgeving, nl. al dan niet verenigbaarheid met de omgeving, onder andere voor wat de verwevenheid van functies betreft. Dit maakt eveneens deel uit van de ruimtelijke draagkracht. In casu zijn in de onmiddellijke omgeving een aantal functies aanwezig, nl. groenten- en champignonteelt, die onverenigbaar zijn met de in te planten installatie. De beantwoording van het bezwaar van verzoekers op dit punt betreft derhalve niet een milieu-technische materie. Het College verwijst trouwens in haar motivatie zelf naar de voorziene verweving van functies, daar waar zij stelt; De aanvraag is gelegen in een planologisch verantwoorde zone (agrarisch gebied) van het gewestplan. De bestaande plaatselijke ordening van het gebied evenmin als de voorziene verweving van functies (landbouw en enkele weliswaar in beperkte mate zonevreemde woningen) wordt door de aanvrager niet gewijzigd of verstoord ....... Het College beperkt zich te verwijzen naar het standpunt van de Bestendige Deputatie bij de milieuvergunningsaanvraag, zonder dit standpunt over te nemen. De motivering is derhalve niet afdoende. (...)”. 3.2.
- De verzoekers voeren in wezen aan dat de door hen geformuleerde bezwaren niet afdoende werden beantwoord. 3.2.
- Het college van burgemeester en schepenen is, als orgaan van het actief bestuur, niet verplicht op alle argumenten van de verzoekers te antwoorden. Het college dient evenwel in de beslissing voldoende duidelijk aan te geven door welke, met de goede plaatselijke aanleg verband houdende, redenen de bezwaren van de verzoekers worden verworpen. X-11.203-6/8 3.2.
- Met betrekking tot het bezwaar aangaande de “verspreiding van ziekten en plagen in de groententeelt in de omgeving en gevaar voor geurhinder” wordt in het bestreden besluit het volgende gesteld : “Volgens de bouwplannen voorziet de loods in drie luchtwassers en één luchtfilter. Volgens het advies van de Bestendige Deputatie van West- Vlaanderen bestaat het systeem uit een bio-compostreactor en uit in elkaar te plaatsen elementen, welke een gesloten kast vormen zodat er geen gassen uit de reactor kunnen ontsnappen. Dit deel van het bezwaarschrift handelt over een milieu-technische materie en wordt door de Bestendige Deputatie als ongegrond beschouwd. Overwegende dat bepaalde leden van het college de opmerking maken dat de aanvoer van de mest vooral van bedrijven komt buiten Ardooie”. Er dient te worden vastgesteld dat, in tegenstelling tot wat de tweede verwerende partij en de tussenkomende partij stellen, het risico op de verspreiding van ziektes en plagen als gevolg van de aanvoer van mest, rechtstreeks wordt bepaald door de plaats van de inplanting van de thans vergunde installatie en aldus de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening betreft. Het bestreden besluit stelt dan ook ten onrechte dat dit bezwaar handelt over een “milieu-technische materie”. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 16 september 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie waarbij aan Geert WALLAYS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een loods voor mestverwerking en het aanleggen van verharding op een perceel gelegen te Ardooie, Ysselmeersstraat 22, kadastraal bekend sectie E, nr. 1396/e. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 1050 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-11.203-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig april 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.203-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.670 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.955 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div