id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.687 Rolnummer: A. 163977/IX-4966 Zaak: Arrest 192687 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 27/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-12 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:02 Fiche Arrest nr 192.687 van 27 april 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.687 van 27 april 2009 in de zaak A. 163.977/IX-
- In zake : Rudy HUYGHE, die woonplaats kiest bij advocaat K. COLLETTE, kantoor houdende te OOSTENDE, Elisabethlaan 303 tegen : de Vlaamse Landmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te BRUSSEL, Leopold II-laan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Rudy HUYGHE op 5 juli 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 mei 2005 van de administrateur-generaal van de Vlaamse Landmaatschappij waarbij hij met ingang van 1 juni 2005 wordt ontslagen wegens beroepsongeschiktheid, met inachtneming van een opzeggingstermijn van 18 maanden; Gelet op het arrest nr. 151.783 van 28 november 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 30 december 2005 door de verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-4966-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 maart 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van advocaat W. GILLARD, die loco advocaat S. BUTENAERTS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
- De verzoeker is sinds 29 april 1976 in dienst bij de Vlaamse Landmaatschappij. Na een stage als landmeter-expert wordt hij op 1 januari 1977 benoemd tot statutair ambtenaar, meer bepaald als landmeter-expert onroerend goed, waarna hij op 1 juli 1985 bevorderd wordt tot landmeter-expert o.g. 1e klasse. Ten tijde van de bestreden beslissing, en dit sinds 1 november 1997, is de verzoeker tewerkgesteld als hoofddeskundige B
- 1.
- De verzoeker wordt op 23 september 2002 het slachtoffer van een arbeidsongeval. Naar aanleiding van dit ongeval blijft de verzoeker volledig arbeidsongeschikt tot 1 januari
- 1.
- Op basis van de functioneringsevaluatie voor het jaar 2002 beslist de directieraad van de Vlaamse Landmaatschappij op 17 juni 2003 om aan de verzoeker een loopbaanvertraging op te leggen. IX-4966-2/6 Tegen deze beslissing stelt de verzoeker beroep in bij de raad van beroep voor sommige Vlaamse openbare instellingen. Deze adviseert op 9 september 2003 dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. Niettemin beslist de raad van bestuur van de Vlaamse Landmaat- schappij op 14 oktober 2003 om de loopbaanvertraging op te leggen. Tegen die beslissing stelt de verzoeker geen beroep bij de Raad van State in. 1.
- Op 15 maart 2004 kennen de evaluatoren van de verzoeker hem in het kader van de functioneringsevaluatie over het jaar 2003 de beoordeling “onvoldoende” toe. De verzoeker stelt tegen deze beslissing geen beroep in. 1.
- Op 30 december 2004 spreekt de verzoeker de interne vertrouwenspersoon van de Vlaamse Landmaatschappij aan, en beklaagt hij zich over de arbeidsrelatie met de personen die zijn evaluatoren zijn. Op zijn verzoek heeft de vertrouwenspersoon een gesprek met die twee meerderen, die van oordeel zijn dat zij tegenover de verzoeker correct gehandeld hebben. Op 27 januari 2005 dient de verzoeker een met redenen omklede klacht in bij de externe preventieadviseur wegens pesterijen op het werk. Deze besluit op 27 mei 2005 dat geen grensoverschrijdend gedrag kon worden waarge- nomen bij de evaluatoren van de verzoeker. 1.
- Er wordt een evaluatiegesprek over het jaar 2004 gepland op 14 maart
- De verzoeker laat weten dat hij aan dat gesprek niet wenst deel te nemen, gelet op de negatieve ervaringen in het verleden. Hij vraagt dat het evaluatieverslag hem toegestuurd zou worden. Het evaluatieverslag, door de twee evaluatoren ondertekend op 24 maart 2005, besluit met de einduitspraak “onvoldoende”. Dit verslag wordt met een aangetekend schrijven van 25 maart 2005 aan de verzoeker ter kennis gebracht. De verzoeker haalt de zending niet af. Hij stelt ook deze keer geen beroep in tegen de beslissing. IX-4966-3/6 1.
- Op 26 mei 2005 besluit de administrateur-generaal van de Vlaamse Landmaatschappij, gelet op het feit dat de verzoeker gedurende twee opeenvolgende jaren de evaluatie “onvoldoende” heeft gekregen, om hem definitief ongeschikt te verklaren. De verzoeker wordt dienvolgens ontslagen met inacht- neming van een opzeggingstermijn van 18 maanden, ingaand op 1 juni
- Dit besluit, dat ter kennis van de verzoeker wordt gebracht met een aangetekend schrijven van 26 mei 2005, vormt het voorwerp van het voorliggende beroep. Ontvankelijkheid van het beroep
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij, onder verwijzing naar artikel XII 7, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen (hierna: stambesluit VOI), een exceptie van onontvankelijkheid op wegens gebrek aan belang in hoofde van de verzoeker. Zij voert aan dat de verzoeker heeft nagelaten om beroep in te stellen tegen de twee beslissingen waarbij hij de beoordeling “onvoldoende” heeft gekregen. Door de twee opeenvolgende negatieve evaluaties, die automatisch aanleiding geven tot de bestreden beslissing, niet aan te vechten, heeft de verzoeker volgens de verwerende partij zijn belang verloren. 3.
- Op het ogenblik van het bestreden besluit bepaalde artikel XII 3, eerste lid, van het stambesluit VOI dat tot ambtsneerlegging aanleiding geven: “(...) 3/ de definitief vastgestelde beroepsongeschiktheid”. Artikel XII 7, § 1, van hetzelfde besluit bepaalde voorts het volgende: “§
- De ambtenaar wordt definitief ongeschikt verklaard wegens beroeps- redenen als hij twee opeenvolgende keren de evaluatie ‘onvoldoende’ gekregen heeft. Het voorstel ‘onvoldoende’ dat de tweede opeenvolgende maal geformuleerd wordt, wordt gelijkgesteld met een voorstel tot afdanking wegens beroeps- ongeschiktheid waartegen beroep mogelijk is bij de raad van beroep. §
- Het ontslag wegens beroepsongeschiktheid wordt ambtshalve onder- tekend door de benoemende overheid. Het ontslag treedt in werking na het verstrijken van een opzeggingstermijn. Deze opzeggingstermijn bedraagt drie maanden voor de ambtenaren die minder dan vijf jaar in dienst zijn als ambtenaar bij de instelling. Deze termijn wordt IX-4966-4/6 vermeerderd met drie maanden bij de aanvang van elke nieuwe periode van vijf jaar dienst als ambtenaar bij de instelling. (...) (...)” Uit de laatstgenoemde bepalingen volgt dat, als een personeelslid twee opeenvolgende keren de evaluatie “onvoldoende” heeft gekregen, de benoemende overheid ertoe gehouden is hem definitief ongeschikt te verklaren en hem ambtshalve te ontslaan. 3.
- Te dezen blijkt dat de verzoeker voor de jaren 2003 en 2004 een evaluatie “onvoldoende” heeft gekregen. Tegen geen van deze evaluaties heeft hij beroep ingesteld. Weliswaar voert de verzoeker aan, ter verantwoording van het feit dat hij tegen de eerste evaluatie geen beroep heeft ingesteld, dat “hij enkele maanden voordien had moeten vaststellen dat de directieraad van de [Vlaamse Landmaatschappij] toch geen rekening hield met de adviezen van [de raad van beroep] en [zijn] argumenten zelfs op een hautaine manier wegwuifde”. Die uitleg doet echter in het geheel geen afbreuk aan het feit dat de eerste evaluatie definitief geworden is. Ter verantwoording van het feit dat hij ook tegen de tweede evaluatie geen beroep heeft ingesteld, voert de verzoeker aan, onder meer in het tweede middel, dat hij het beschrijvend evaluatieverslag, hem toegestuurd met een op 25 maart 2005 aangetekend schrijven, nooit ontvangen heeft. Het is juist dat de verzoeker het bedoelde aangetekend schrijven niet heeft afgehaald. Het is echter wel verstuurd naar zijn adres. Het enkele feit dat de verzoeker de zending niet heeft afgehaald, belet niet dat het evaluatieverslag geacht moet worden hem ter kennis te zijn gebracht. De verzoeker voert voorts geen omstandigheden aan die hem belet zouden hebben de zending af te halen. In die omstandigheden is de termijn om beroep tegen de evaluatie in te stellen, wel degelijk beginnen lopen. Bij gebreke van een door de verzoeker ingesteld beroep, is ook de tweede evaluatie definitief geworden. 3.
- Gelet op twee opeenvolgende evaluaties “onvoldoende” kon de administrateur-generaal van de Vlaamse Landmaatschappij niet anders dan de verzoeker definitief ongeschikt verklaren en hem ambtshalve ontslaan. IX-4966-5/6 Het bestreden besluit kon met andere woorden niet anders zijn dan wat het is. In die omstandigheden heeft de verzoeker geen belang bij zijn beroep. De exceptie is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 april 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4966-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.687 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.151.783 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.