id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.855 Rolnummer: A. 74482/IX-2089 Zaak: Arrest 192855 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-18 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-30 03:03 Fiche Arrest nr 192.855 van 30 april 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.855 van 30 april 2009 in de zaak A. 74.482/IX-
- In zake : Jacqueline PETIT, wonende te SINT-NIKLAAS, Peperstraat 37, bus 2 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jacqueline PETIT op 27 mei 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het ministerieel besluit van 2 april 1997 waarbij Fabiola Matthieu wordt bevorderd tot opsteller; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 8 december 1999 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 27 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-2089-1/6 Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, en van advocaat A. VANDAELE, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- De verzoekster is op het ogenblik van de bestreden beslissing, en dit sedert 7 september 1976, in dienst bij het parket van de Procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Zij neemt er, voorafgaand aan haar aanstelling als beambte in augustus 1981, achtereenvolgens de functies van hulparbeidster en van telefoniste waar. Sedert 1 oktober 1988 is zij bekleed met de graad van eerstaanwezend beambte. Fabiola Matthieu is sinds 22 april 1985 in dienst bij het parket van Dendermonde als beambte. 1.
- Op 12 september 1996 dient Fabiola Matthieu haar kandidatuur in voor de betrekking van opsteller bij het parket te Dendermonde. Op 11 december 1996 stelt ook de verzoekster zich kandidaat voor deze betrekking. Op 29 januari 1997 brengt de secretaris van het parket advies uit over de kandidaten. Voor de verzoekster luidt het advies “gunstig onder voorbe- houd”, voor Fabiola Matthieu “gunstig”. De procureur des Konings en de procureur-generaal sluiten zich op 29 januari 1997 en 5 februari 1997 bij deze adviezen aan. IX-2089-2/6 Bij ministerieel besluit van 2 april 1997 benoemt de minister van Justitie Fabiola Matthieu tot opsteller bij het parket van de Procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Dit is het bestreden besluit. Bij ministerieel besluit van 25 juni 1997 wordt Fabiola Matthieu bevorderd tot eerstaanwezend opsteller bij het parket van de Procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. 1.
- Bij ministerieel besluit van 9 februari 2000 wordt de verzoekster op haar beurt benoemd tot opsteller bij het parket van de Procureur des Konings bij de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde. Op 1 maart 2007 wordt zij gepensioneerd, in de graad van assistent. Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- Met een ter post aangetekend schrijven van 13 april 2000 werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, afgeleid uit het ontbreken van het rechtens vereiste belang in hoofde van de verzoekster. Zij voert aan dat de verzoekster, ten gevolge van haar benoeming tot opsteller bij het parket van Dendermonde, geen actueel belang meer heeft. Ingaand op een vraag van de staatsraad-verslaggever naar nieuwe ontwikkelingen, herhaalt de verwerende partij in een brief van 6 juni 2008 dat de verzoekster zelf reeds werd benoemd tot opsteller. Zij voegt eraan toe dat de verzoekster ondertussen ook gepensioneerd is. Om die twee redenen beschikt zij niet meer over het rechtens vereiste belang bij haar annulatieberoep. 2.
- De verzoekster beantwoordt dit laatste schrijven met een brief van 28 juli
- Zij wijst erop dat zij ingevolge het bestreden besluit drie jaar op haar bevordering tot opsteller heeft moeten wachten, waardoor zij loonverlies heeft geleden. Zij bevestigt dat zij op 1 maart 2007 in ruste is gesteld. 2.3.
- Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een IX-2089-3/6 belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarover. 2.3.
- De voornaamste betrachting van iemand die, zoals de verzoekster, voor de Raad van State de rechtshandeling aanvecht waardoor zij niet wordt aangesteld in een betrekking waarvoor zij zich kandidaat heeft gesteld maar waarin integendeel iemand anders wordt aangesteld, is om de nietigverklaring van die rechtshandeling te verkrijgen, waardoor de betrekking opnieuw open wordt verklaard en zij aldus de kans krijgt om zelf, in de plaats van degene wiens benoeming nietig is verklaard, in die betrekking te worden aangesteld, om ze daadwerkelijk waar te nemen. Te dezen vordert de verzoekster de nietigverklaring van het ministerieel besluit waarbij Fabiola Matthieu wordt benoemd tot opsteller bij het parket te Dendermonde. In de loop van de procedure is de verzoekster zelf ook bevorderd tot opsteller bij het parket te Dendermonde, met ingang van 1 maart
- Daarenboven is zij met ingang van 1 maart 2007 op pensioen gesteld. Er dient vastgesteld te worden dat de verwerende partij niet de absolute rechtsplicht had om de verzoekster te benoemen, en dat de bestreden benoeming integendeel een benoeming naar keuze is, gesteund op een vergelijking van de titels en de verdiensten van de kandidaten. De overheid heeft dan ook niet de rechtsplicht om, in geval van een eventuele vernietiging van het bestreden besluit, de verzoekster met terugwerkende kracht te benoemen tot opsteller bij het parket te Dendermonde en haar loopbaan aldus te reconstrueren. Een vernietigings- arrest kan derhalve niet meer bijdragen tot het rechtsherstel dat een verzoeker normaal met zijn beroep tegen een benoemings- of bevorderingsbesluit ambieert, met name zelf benoemd of bevorderd worden in de betrokken functie en die functie daadwerkelijk bekleden. Uit het voorgaande volgt dat het materieel belang, dat de verzoekster onmiskenbaar had bij het instellen van het beroep tegen het bestreden bevorderingsbesluit, in de loop van het geding is teloorgegaan. IX-2089-4/6 2.3.
- De verzoekster wijst voorts niet op het bestaan van bijzondere omstandigheden die zouden doen blijken van een ander belang, met name een moreel belang. 2.3.
- Aldus geeft verzoekster geen blijk van een actueel en rechtstreeks belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. De exceptie is gegrond. Kosten
- Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-2089-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 april 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-2089-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.