id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.860 Rolnummer: A. 161425/IX-4847 Zaak: Arrest 192860 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 03:03 Fiche Arrest nr 192.860 van 30 april 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.860 van 30 april 2009 in de zaak A. 161.425/IX-
- In zake : Paul REYNDERS, wonende te COURT-SAINT-ETIENNE, Avenue des Combattants 85 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten V. VAN OBBERGHEN en O. VAN OBBERGHEN, kantoor houdende te VILVOORDE, Riddersstraat 2, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Paul REYNDERS op 22 maart 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : 1) het koninklijk besluit van 16 november 2004 waarbij Didier Seeuws, Walter Stevens, Marc Mullie, Paul Huynen, Marc Calcoen, Joris Ronse, Hugo Brauwers, Chris Hoornaert, Rudolf Huygelen, Eddy Weyens, Koen Doens (Nederlandse taalrol) worden bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst op datum van 1 mei 2004, en 2) het koninklijk besluit van 16 november 2004 waarbij Jean-Luc Bodson, Georges Godart, Marie-France André en Bruno Georges (Franse taalrol) worden bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst op datum van 1 mei 2004; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door adjunct-auditeur M. CELIS; Gelet op de kennisgeving van dat verslag, bij een op 15 januari 2009 ter post aangetekende brief, aan de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij; IX-4847-1/3 Gelet op het verzoek van 12 februari 2009 aan de burgemeester van de gemeente van de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij om haar het verslag langs administratieve weg te betekenen; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, bij schrijven van 6 maart 2009 gericht aan de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. Het verslag is door de griffie ter kennis gebracht van de verzoekende partij, op haar laatst gekende woonplaats. De aangetekende zending is echter als onbestelbaar teruggestuurd. Uit inlichtingen verstrekt door het bestuur van de gemeente Court-Saint-Etienne, gemeente van de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij, blijkt dat deze uit de bevolkingsregisters geschrapt is, op grond dat zij naar het buitenland vertrokken is, evenwel zonder een adres achter te laten. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-4847-2/3 Met een schrijven gericht aan de laatst gekende woonplaats van de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier deze partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 april 2009, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4847-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.860 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.