← België

Arrest 192864 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.864 Rolnummer: A. 168418/X-12603 Zaak: Arrest 192864 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-14 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:03 Fiche Arrest nr 192.864 van 30 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 192.864 van 30 april 2009 in de zaak A. 168.418/X-12.

  1. In zake :
  2. de VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN RESIDENTIE KIANA, (in de vordering tot schorsing)
  3. Nico LUTEYN,
  4. Brigitte D’HONDT-VAN PETEGHEM,
  5. René HELSMOORTEL,
  6. Rik GHEKIERE, die woonplaats kiezen bij advocaat K. BOUVE, kantoor houdende te 8420 DE HAAN, Mezenlaan 9 tegen :
  7. de stad BRUGGE, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Baron Ruzettelaan 27,
  8. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  9. tussenkomende partij : de vzw KATHOLIEKE HOGESCHOOL BRUGGE-OOSTENDE (KHBO), die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46 bus
  10. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Nico LUTEYN, Brigitte D’HONDT-VAN PETEGHEM, René HELSMOORTEL en Rik GHEKIERE op 7 december 2005 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 september 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge, waarbij aan de vzw Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor “de nieuwbouw van een hogeschoolcampus (met naar schatting 2.300 studenten en 251 personeelsleden), X-12.603-1/4 met conciërgewoning en terreinaanleg op de vroegere gronden van de Xaverianen”, op een perceel gelegen te Brugge tussen de Xaverianenstraat, de Expresweg N31, de Koningin Astridlaan en de Amazonestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 374/c; Gelet op het arrest nr. 157.902 van 25 april 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding op 29 mei 2006 ingediend door Nico LUTEYN, Brigitte D’HONDT-VAN PETEGHEM, René HELSMOORTEL en Rik GHEKIERE; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 13 juni 2006 ingediend door de v.z.w. Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2006 die de tussenkomst van de v.z.w. Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 6 januari 2009; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag is de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten X-12.603-2/4 op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Op grond van artikel 14quater, van voornoemd besluit van de Regent zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 875 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vijfde. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een vierde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-12.603-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig april 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.603-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.864 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.157.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.