← België

Arrest 192865 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.865 Rolnummer: A. 166091/X-12485 Zaak: Arrest 192865 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-14 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-30 03:03 Fiche Arrest nr 192.865 van 30 april 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.865 van 30 april 2009 in de zaak A. 166.091/X-12.

  1. In zake : Michel COCKX, die woonplaats kiest bij advocaat G. BLOCKX, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Ambachtenlaan 6 tegen :
  2. de gemeente BOUTERSEM, die woonplaats kiest bij advocaat C. PITTOMVILS, kantoor houdende te 3300 TIENEN, Minderbroederstraat 51,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. DECLERCQ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, J. P. Minckelersstraat
  4. tussenkomende partij : Bert VAN TILT, die woonplaats kiest bij advocaat S. VERBOUWE, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michel COCKX op 16 september 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 juli 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem waarbij aan VAN TILT - MAUS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend tot het bouwen van een meergezinswoning in gesloten verband op een perceel gelegen te Boutersem, Martelarenstraat 10, kadastraal bekend sectie B, nr. 421/h4; Gelet op het arrest nr. 153.815 van 17 januari 2006 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Bert VAN TILT wordt ingewilligd en de debatten worden heropend; X-12.485-1/3 Gelet op het arrest nr. 188.211 van 25 november 2008 waarbij de afstand van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt vastgesteld; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 4 december 2008; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. X-12.485-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig april 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.485-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.865 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.815 ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.211 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.