id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.899 Rolnummer: A. 161522/XII-4424 Zaak: Arrest 192899 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-11 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:04 Fiche Arrest nr 192.899 van 30 april 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.899 van 30 april 2009 in de zaak A. 161.522/XII-
- In zake : Luc MESTDAGH, die woonplaats kiest bij advocaat D. Crabeels, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat 106 tegen : de PROVINCIALE HOGESCHOOL LIMBURG, die woonplaats kiest bij advocaat H. Lamon, kantoor houdende te Hasselt, de Schiervellaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Luc Mestdagh op 6 april 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van het directiecomité van de Provinciale Hogeschool Limburg van 1 februari 2005 houdende zijn definitieve ambtsneerlegging met ingang van 1 februari 2005; Gelet op het arrest nr. 150.863 van 27 oktober 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de procedure van 24 november 2005 ingediend door verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door auditeur B. Weekers, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; XII-4424-1\4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 1 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Louage, die loco advocaat D. Crabeels verschijnt voor verzoeker, en van advocaat H. Lamon, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Het directiecomité van de Provinciale Hogeschool Limburg neemt met de bestreden beslissing op 1 februari 2005 akte van, eensdeels, een eerste evaluatie “onvoldoende” die aan verzoeker, docent in het departement architectuur en beeldende kunst, op 10 september 2002 door zijn departementshoofd is toegekend en die op 13 januari 2003 door het college van beroep gehandhaafd werd en, anderdeels, een tweede evaluatie “onvoldoende” die na bezwaar van verzoeker door het college van beroep op 21 december 2004 ook is gehandhaafd. Vervolgens besluit het directiecomité akkoord te gaan “met de definitieve ambtsneerlegging op basis van artikel 93 § 2 van het decreet van 13 juli 1994 met ingang van 1 februari 2005”.
- De Raad van State vernietigt bij arrest nr. 187.755 van 6 november 2008 de eerstvermelde evaluatie “onvoldoende” van 13 januari
- Het lid van het auditoraat dat is belast met het onderzoek van deze zaak heeft vervolgens aan de raadsman van verwerende partij gevraagd welke gevolgtrekkingen zij trekt uit het voormeld arrest, voor de thans voorliggende zaak. Die vraag is, zelfs nadat ze is herhaald op de openbare terechtzitting, zonder antwoord gebleven. Er wordt bijgevolg van uitgegaan dat de nietigverklaring van XII-4424-2\4 de eerste evaluatie verwerende partij naderhand jegens verzoeker niet tot enig handelen heeft aangezet.
- In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat het eerste middel is geput uit de schending van artikel 93, § 2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, wegens de onwettigheid van de eerste negatieve evaluatie, dat die eerste negatieve evaluatie thans geacht moet worden nooit te hebben bestaan en dat het middel in het licht van die vaststelling gegrond is.
- De raadsman van verzoeker verklaart ter terechtzitting zich te richten “naar de wijsheid van de Raad”.
- De Raad van State acht het wijs de zienswijze van het auditoraat bij te vallen en eveneens vast te stellen, om de in het auditoraatsverslag gegeven redenen, dat het middel gegrond is. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat, om tot die vaststelling te komen, korte debatten kunnen volstaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van het directiecomité van de Provinciale Hogeschool Limburg van 1 februari 2005 houdende de definitieve ambtsneerlegging van Luc Mestdagh met ingang van 1 februari
- Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verwerende partij. XII-4424-3\4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig april 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4424-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.899 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.150.863 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.