← België

Arrest 192902 - Varia (onderwijs en cultuur) - 30/04/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.902 Rolnummer: A. 191268/XII-5703 Zaak: Arrest 192902 - Varia (onderwijs en cultuur) - 30/04/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-12 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:04 Fiche Arrest nr 192.902 van 30 april 2009 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 192.902 van 30 april 2009 in de zaak A. 191.268/XII-

  1. In zake : Floris LEIJTEN, die woonplaats kiest te Bocholt, Schipperstraat 9 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij de juridische cel van de afdeling Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel, kantoor houdende te 1210 Brussel, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, kamer 1C
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Floris Leijten, minderjarige leerling vertegenwoordigd door zijn ouders Janet Hendrix en Jan Leijten, op 30 januari 2009 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 19 december 2008 van de Onderwijsinspectie Secundair Onderwijs als gevolg waarvan hij verplicht moet worden ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school en hij wordt uitgesloten voor huisonderwijs; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 30 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5703-1\6 Gehoord de opmerkingen van Janet Hendrix, Jan Leyten en advocaat S. Klok, loco advocaat A. Pellens, die verschijnen voor verzoeker, en van adviseur M. Broucke, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
  3. Bij schrijven van 5 juli 2002 geeft Jan Leijten het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap te kennen dat zijn zoon Floris thuisonderwijs krijgt. Bij brief van 28 augustus 2002 meldt de afdeling Beleidsvoorbereiding Basisscholen aan de ouders van verzoeker de ontvangst van de verklaring van huisonderwijs. Op 27 juli 2003 onderschrijft Jan Leijten een verklaring dat verzoeker tijdens het schooljaar 2003-2004 huisonderwijs volgt. 1.
  4. Naar aanleiding van een controlebezoek op 8 december 2003 bevestigen twee inspecteurs in een op diezelfde dag ondertekend verslag dat het aan verzoeker gegeven huisonderwijs als dusdanig voldoet. 1.
  5. Voor de daaropvolgende schooljaren 2004-2005, 2005-2006, 2006-2007 en 2007-2008 onderschrijft Jan Leijten eveneens telkens een verklaring dat verzoeker huisonderwijs volgt. Op verzoek van de afdeling Scholen Secundair Onderwijs en DKO en met het oog op een controle door de inspectie, vullen de ouders van verzoeker op 31 juli 2007 een daartoe bestemde vragenlijst in. XII-5703-2\6 1.
  6. Op 12 december 2007 verrichten twee inspecteurs een controle op het voldoen aan de leerplicht door het volgen van huisonderwijs, waarvan het verslag besluit dat het huisonderwijs niet voldoet. Bij brief van 10 januari 2008 meldt de inspecteur-generaal SO dat uit het verslag van de inspecteurs blijkt dat het huisonderwijs onvoldoende beantwoordt aan de voorwaarden die de regelgeving vooropstelt, dat verzoeker momenteel niet in orde is met de leerplicht en dat, om de kans te geven de bestaande tekortkomingen te regulariseren, een tweede controle aan huis georganiseerd zal worden. 1.
  7. Op 9 december 2008 voert de inspectie de tweede inspectiecontrole uit. Op 19 december 2008 stelt zij haar controleverslag op, dat als volgt besluit : “Het huisonderwijs, zoals georganiseerd voor Floris Leijten beantwoordt onvoldoende aan de doelstellingen zoals geformuleerd in artikel 1 § 6 van de Wet betreffende de leerplicht van 29 juni
  8. De onderwijsinspectie maakt de ouders/personen die het ouderlijk gezag uitoefenen erop attent dat bij twee opeenvolgende controles waarbij vastgesteld wordt dat het verstrekte onderwijs niet beantwoordt aan de in de regelgeving omschreven doelstellingen: de leerling verplicht moet worden ingeschreven in een school erkend door de Vlaamse Gemeenschap; de leerling uitgesloten wordt voor huisonderwijs”. Bij schrijven van 23 december 2008 zendt de inspecteur-generaal SO aan de ouders van verzoeker het verslag van de inspectie. De schorsingsvoorwaarden
  9. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. XII-5703-3\6 Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
  10. Krachtens artikel 8, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het enig verzoekschrift waarbij ook een vordering tot schorsing wordt ingesteld “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”.
  11. Met dezelfde welwillendheid als verwerende partij in haar nota met opmerkingen, neemt de Raad van State aan dat verzoeker die uiteenzetting heeft beoogd waar hij onder de rubriek “schorsing van het besluit van 19 december 2008” schrijft : “Het besluit van 19 december 2008 heeft waarschijnlijk onmiddellijke werking en wij kunnen daardoor op korte termijn worden gedwongen Floris op een school in te schrijven, wat niet in het belang van Floris zal zijn en een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent. Wij verzoeken de Raad van State daarom op de kortst mogelijke termijn te bepalen dat het besluit van 19 december 2008 wordt geschorst totdat de Raad van State definitief over ons verzoekschrift tot vernietiging van dit besluit heeft geoordeeld”. Ter terechtzitting argumenteert de raadsvrouw van verzoeker dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel ook uiteengezet is in het feitenrelaas. Hoewel niet van de Raad van State mag worden verwacht dat hij zelf op speurtocht zou gaan naar wát een verzoekende partij nu wel als nadeel wil doen gelden en waaróm dit nadeel volgens haar ernstig is, én moeilijk herstelbaar, kan uit dit feitenrelaas als nuttig gegeven onthouden worden dat verzoeker argumenteert dat hij “hoogbegaafd [is] en op school met die hoogbegaafdheid niet of nauwelijks rekening werd gehouden”.
  12. Verwerende partij werpt op dat verzoeker het nadeel niet specificeert, noch de graad van ernst van het geleden nadeel dat een terugkeer naar de schoolbanken zou kunnen veroorzaken, noch het moeilijk herstelbaar karakter ervan. De Raad van State kan die vaststellingen enkel bijvallen. XII-5703-4\6 Hij stelt daarenboven vast dat verzoeker blijkens de voorgelegde stukken thans 14 jaar is en maar tot zijn vijfde jaar naar het regulier (kleuter)onderwijs in Nederland is gegaan, dat documenten die zijn hoogbegaafdheid en zijn toenmalige lage welbevinden in het regulier onderwijs staven bij het verzoekschrift ontbreken, dat het nadeel dat verzoeker zou ondergaan door zich -minstens tijdelijk, in afwachting van de uitspraak ten gronde- te moeten inschrijven in een erkende onderwijsinstelling noch in het verzoekschrift noch door stavingsstukken geconcretiseerd wordt ten einde aan te geven waarom dergelijk nadeel én ernstig én moeilijk herstelbaar is. Voorts is het argument dat tien jaar geleden “op (kleuter)school” -in Nederland- met zijn hoogbegaafdheid nauwelijks rekening “werd gehouden” geenszins relevant voor de vraag of thans tien jaar later -in Vlaanderen- scholen in het secundair onderwijs voor verzoeker beschikbaar zijn die met hoogbegaafdheid rekening houden. De Raad van State heeft het er het raden naar of verzoeker of zijn ouders zich inspanningen hebben getroost om zich hierover te informeren, laat staan dat zij het resultaat van die inspanningen voorleggen om het beweerde nadeel te onderbouwen. Summier en niet concreet onderbouwd als het geschreven betoog is, moet de Raad van State dit derhalve als een loutere bewering bestempelen die niet voldoet aan het besproken, substantiële ontvankelijkheidsvereiste.
  13. Ter terechtzitting gaan de ouders van verzoeker uitvoerig in op de leersituatie van verzoeker. Gelet op artikel 17, § 3, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, artikel 8, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State en de rechten van verdediging, dient het nadeel in principe in het verzoekschrift te worden uiteengezet. Niet blijkt waarom te dezen daarvan zou moeten worden afgeweken. Van deze aanvullende toelichting van het nadeel kon ook al in het verzoekschrift gewag zijn gemaakt en ze doet geen afbreuk aan de vaststelling dat elk overtuigingsstuk blijft ontbreken. Besluit blijft dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet genoegzaam is aangetoond.
  14. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. XII-5703-5\6 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig april 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5703-6\6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.192.902 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.402 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.