← België

Arrest 193076 - Apothekers en apotheken - 07/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.076 Rolnummer: A. 171803/VII-36125 Zaak: Arrest 193076 - Apothekers en apotheken - 07/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-18 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:05 Fiche Arrest nr 193.076 van 7 mei 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.076 van 7 mei 2009 in de zaak A. 171.803/VII-36.

  1. In zake : de NV APOTHEEK VESALIUS, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEMEESTER, kantoor houdende te GENT, Kortrijksesteenweg 535 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat
  2. tussenkomende partij : de BVBA VANDEN BERGHE en DE SMEDT, die woonplaats kiest bij advocaat R. ASCRAWAT, kantoor houdende te VEURNE, Kaaiplaats
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV APOTHEEK VESALIUS op 5 april 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de minister van Volksgezondheid van 31 januari 2006 waarbij aan de BVBA VANDEN BERGHE en DE SMEDT een vergunning wordt verleend voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek binnen de onmiddellijke nabijheid van de Iepersestraat 127 te Roeselare naar de Westlaan 138 te Roeselare; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 29 mei 2006 ingediend door de BVBA VANDEN BERGHE en DE SMEDT; Gelet op de beschikking van 1 juni 2006 die de tussenkomst van de BVBA VANDEN BERGHE en DE SMEDT toelaat; VII-36.125-1/6 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partij en de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 maart 2009 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 2 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. DECLERCK, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. HOSTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat F. VANDEN BERGHE die, loco advocaat R. ASCRAWAT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
  4. De feiten 1.
  5. De tussenkomende partij dient op 17 februari 2005 een aanvraag in tot het verkrijgen van een vergunning voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde officina in de onmiddellijke nabijheid. Zij wenst de apotheek over te brengen van de Iepersestraat 127 in Roeselare naar de Westlaan 138 in dezelfde stad. VII-36.125-2/6 1.
  6. Conform artikel 15 van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken verstuurt de vestigingscommissie per aangetekende brief van 30 augustus 2005 de aanvraag naar de meest representatieve farmaceuti- sche beroepsorganisaties en naar de farmaceutische inspecteur. 1.
  7. De farmaceutische inspecteur brengt op 2 september 2005 een gunstig advies uit. 1.
  8. Op 30 januari 2006 verleent de vestigingscommissie eveneens een gunstig advies. 1.
  9. De minister van Volksgezondheid verleent op 31 januari 2006 de vergunning aan de tussenkomende partij. Dit is de bestreden beslissing. 1.
  10. De verzoekende partij doet op 27 mei 2004 een aanvraag tot overplaatsing buiten de onmiddellijke omgeving van haar officina van de Iepersestraat 381 te Roeselare naar de Iepersestraat 288-
  11. Op 14 mei 2007 brengt de vestigingscommissie een gunstig advies uit omtrent de aanvraag van de verzoekende partij. De minister sluit zich aan bij dit advies en verleent op 6 juni 2007 aan de verzoekende partij de aangevraagde vergunning
  12. De ontvankelijkheid Standpunt van de partijen 2.
  13. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie op inzake het gebrek aan belang in hoofde van de verzoekende partij. Volgens haar brengt de verzoekende partij geen fundamentele kritiek uit omtrent de aanvraag van de tussenkomende partij, maar stelt zij alleen dat er een andere procedure had moeten worden gevolgd. 2.
  14. De tussenkomende partij merkt eveneens op dat de verzoekende partij de overbrenging als dusdanig niet betwist. Zij meent dat de verzoekende partij geen belang heeft, vermits de overbrenging volgens de procedure die geldt voor de VII-36.125-3/6 "overbrenging buiten de onmiddellijke omgeving" in ieder geval zou worden aanvaard. 2.
  15. De verzoekende partij antwoordt dat de door haarzelf aangevraagde nieuwe inplanting zal moeten worden beoordeeld in het licht van de bestaande officina's. Door de thans bestreden overbrenging is de toestand ter plaatse volgens haar gewijzigd en is het niet uitgesloten dat de vergunningverlenende overheid als gevolg daarvan, met betrekking tot haar dossier, zal oordelen dat er geen aanleiding bestaat om nog enige wijziging in de bestaande toestand aan te brengen. Beoordeling 2.
  16. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de Raad van State worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of van een belang. De verzoekende partij moet doen blijken van het rechtens vereiste, rechtstreeks, persoonlijk, zeker, actueel en wettig belang bij de gevraagde vernietiging. Als antwoord op de exceptie voert de verzoekende partij, in haar memorie van wederantwoord, als nadeel de negatieve invloed aan van de bestreden vergunning op haar eigen aanvraag tot overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid. Uit de stukken van het dossier blijkt dat de bevoegde minister op 6 juni 2007 de aangevraagde vergunning aan de verzoekende partij heeft verleend. Op de vraag naar haar belang antwoordt de verzoekende partij onder meer dat de officina van de tussenkomende partij dichter bij haar vestiging is "komen te liggen", "dankzij het feit dat men 400 m als 100 m beschouwde", en dat zij niet op de hoogte is van de houding van de tussenkomende partij. De omstandigheid dat, als gevolg van de bestreden beslissing, de apotheek van de tussenkomende partij dichter bij deze van de verzoekende partij is gesitueerd, wordt pas voor het eerst vermeld in een brief, ontvangen door de griffie op 25 februari
  17. VII-36.125-4/6 Het belang waarvan een verzoeker blijk moet geven, dient te bestaan op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep en hij moet dat belang in beginsel behouden tot aan de uitspraak. Het voordeel dat hij met de gevorderde vernietiging wenst te verkrijgen, moet in principe meer zijn dan de genoegdoening, verbonden aan het horen onwettig verklaren van de bestreden beslissing. Te dezen legt de verzoekende partij haar belang in de morele genoegdoening die de onwettigverklaring van de bestreden beslissing met zich meebrengt. Het belang van de verzoekende partij is niet aangetoond. De exceptie is gegrond en de vordering is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  18. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  19. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-36.125-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-36.125-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.076 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.