id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.078 Rolnummer: A. 180769/VII-36895 Zaak: Arrest 193078 - Milieuvergunningen - 07/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-15 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 03:05 Fiche Arrest nr 193.078 van 7 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.078 van 7 mei 2009 in de zaak A. 180.769/VII-36.
- In zake :
- Frans VAN NEVEL,
- Kathleen DEMOLDER, wonende te BRUGGE, Kloosterveld 43,
- Renaat VAN BELLEGHEM,
- Hilde DUSAUCHOIT, wonende te BRUGGE, Kloosterveld 70,
- Dirk MAERTENS,
- Betty GORISSEN, wonende te BRUGGE, Kloosterveld 64,
- Jacques DENYS,
- Agnes POLLET, wonende te BRUGGE, Karel de Goedestraat 40 tegen : de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frans VAN NEVEL, Kathleen DEMOLDER, Renaat VAN BELLEGHEM, Hilde DUSAUCHOIT, Dirk MAERTENS, Betty GORISSEN, Jacques DENYS en Agnes POLLET op 3 februari 2007 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 16 november 2006 waarbij het beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge van 23 juni 2006 houdende het verlenen van een vergunning aan de VZW DE JONGE GEZELSCHAPSHOND voor het exploiteren van een hondenschool, gelegen aan de Robrecht van Vlaanderenlaan 46 te Sint-Andries Brugge, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd en aangevuld; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; VII-36.895-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKS- WEERDT; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan eerste verzoeker op 16 december 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan eerste verzoeker, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij eerste verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; OVERWEEGT WAT VOLGT: Overeenkomstig artikel 30, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geven collectieve verzoekschriften aanleiding tot het betalen van zoveel malen het recht als er verzoekers zijn. Het verzoekschrift tot nietigverklaring is slechts, door een overschrijving op het rekeningnummer van het zesde registratiekantoor van Brussel, gezegeld voor een bedrag van 175 euro, terwijl het acht verzoekende partijen betreft. Ambtshalve wordt dan ook vastgesteld dat het verzoekschrift alleen voor eerste verzoeker op de rol is gebracht. Eerste verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan eerste verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent. Overeenkomstig voormeld artikel 21, zesde lid, geldt ten aanzien van eerste verzoeker een vermoeden van afstand van geding wanneer hij, binnen een termijn van 30 dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur VII-36.895-2/4 waarin de verwerping van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient. Voorts moeten, krachtens artikel 84 van voornoemd besluit van de Regent, alle processtukken bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van State worden toegezonden. Zoals onder meer blijkt uit het verslag aan de Regent dat voorafgaat aan dit besluit, is het de bedoeling van dit voorschrift vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken. Dit voorschrift is van openbare orde. Eerste verzoeker heeft een laatste memorie ingediend die niet bij ter post aangetekende brief werd verstuurd. De laatste memorie heeft dus geen vaste datum verkregen binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in artikel 21, zesde lid, van voormelde gecoördineerde wetten. Dienvolgens staat niets de toepassing van dit artikel in de weg, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van eerste verzoeker. VII-36.895-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-36.895-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div