id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.082 Rolnummer: A. 133000/X-11300 Zaak: Arrest 193082 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-18 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:05 Fiche Arrest nr 193.082 van 7 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.082 van 7 mei 2009 in de zaak A. 133.000/X-11.
- In zake : de n.v. HELI SERVICE BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : de gemeente SINT-PIETERS-LEEUW. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. HELI SERVICE BELGIUM op 14 februari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 7 oktober 2002 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente SINT-PIETERS-LEEUW houdende aflevering van een negatief planologisch attest voor een perceel gelegen te Sint-Pieters-Leeuw, Pepingensesteenweg, kadastraal bekend sectie I, nrs. 611/g en h; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 9 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; X-11.300-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat P.-J. VERVOORT, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De verzoekende partij exploiteert een helikopterhaven aan de Pepingensesteenweg 250 te Sint-Pieters-Leeuw. Het terrein is overeenkomstig het gewestplan Halle-Vilvoorde- Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het terrein is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat en evenmin binnen het gebied v a n e e n b e h o o r l i j k v e r g u n d e , ni e t ve r va l l e n ve r ka v e l i n g . 1.
- Oorspronkelijk is het exploiteren van een landings- en opstijgplaats voor helikopters op zich niet vergunningsplichtig. De inrichting kon dan ook lange tijd geëxploiteerd worden op grond van een op 7 mei 1998 verleende milieuvergunning met als voorwerp het onderhouden van helikopters, omvattende onder meer een onderhoudswerkplaats. Door de wijziging van de bij Vlarem I gevoegde lijst van als hinderlijk beschouwde inrichtingen bij artikel 66 van het besluit van 12 januari 1999 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende reglementering en vergunning voor het gebruik van grondwater en de afbakening van waterwingebieden en beschermingszones, worden “vliegvelden” opgenomen in de lijst van de ingedeelde inrichtingen (cf. indelingsrubriek 57 van de nieuwe indelingslijst). Het voormelde artikel 66 is in werking getreden op 1 mei
- X-11.300-2/6 1.
- Op 28 maart 2000 dient de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant een aanvraag in voor een milieuvergunning voor het veranderen van haar vergunde inrichting voor het onderhoud van helikopters. Tot het voorwerp van die aanvraag behoren “terreinen voor vliegvelden met een start- en landingsbaan van minder dan 1.900 m” (rubriek 57.1.1/), het stallen van 15 helikopters (rubriek 15.1.1/) alsmede opslagplaatsen voor kerosine en avgas met de bijbehorende verdeelinstallaties. 1.
- Op 31 augustus 2000 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant de gevraagde vergunning wegens de onverenigbaarheid van de inrichting met de gewestplanbestemming landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.
- Die beslissing wordt in beroep bevestigd met een besluit van 8 maart 2001 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw. Het annulatieberoep van de n.v. VC WORLD INVESTMENT COMPANY tegen het laatstgenoemde besluit wordt door de Raad van State verworpen bij arrest nr. 180.193 van 28 februari
- 1.
- De verzoekende partij dient op 15 juli 2002 bij het gemeentebestuur van Sint-Pieters-Leeuw een aanvraag in voor het verkrijgen van een planologisch attest voor haar helikopterhaven. In de toelichtende nota bij haar aanvraag wordt onder meer het volgende gesteld: “De firma Heli Service Belgium n.v. is gespecialiseerd in het uitvoeren van helikoptervluchten voor velerlei doeleinden.(...) De helihaven van Heli Service Belgium n.v. is de laatste helihaven voor de hoofdstad en is tevens centraal gelegen in België. (...) Het bedrijf houdt zich tevens bezig met het onderhoud van de eigen vloot alsook de toestellen van derden (...)”. 1.
- Op 2 oktober 2002 verlenen de gewestelijk planologisch ambtenaren een ongunstig advies over de aanvraag van planologisch attest. 1.
- Op 7 oktober 2002 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw akte te nemen van het ongunstig advies van de gewestelijk planologisch ambtenaren, zich hierbij aan te sluiten en een negatief planologisch attest af te leveren. X-11.300-3/6 Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “Het uitbaten van de helihaven veroorzaakt hinder naar de omgeving, zowel wat lawaaihinder betreft - vooral door het vrij permanent aanwezig zijn van motorlawaai - en door de mogelijke inkijk op de omliggende erven. (...) De bedrijfssite dringt bovendien vrij diep binnen in de omliggende akkers en weiden. Op die manier wordt de openheid van de plek verstoord en wordt omwille van de strategische ligging in de open ruimte, een groot deel (van) de noodzakelijke landbouwstructuren verzwakt”. 1.
- Op 18 januari 2005 verwerpt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van 6 februari 2003 van de afdeling Milieu-inspectie houdende het bevel om met ingang van 12 mei 2003 de exploitatie van de helikopterhaven stop te zetten. Op vordering van de verzoekende partij vernietigt de Raad van State het laatstgenoemde besluit bij arrest nr. 171.698 van 31 mei
- 1.
- Artikel 30 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 september 2008 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming ter doorvoering van technische actualisering voegt aan bijlage 1 bij Vlarem I de volgende rubriek van klasse 2 toe: “57.
- Helihavens Voor de toepassing van deze rubriek wordt onder helihavens verstaan, terreinen of plaatsen op constructies, die niet enkel occasioneel gebruikt worden voor de aankomst, het vertrek en de verplaatsing van helikopters. Indien afwisselend of opeenvolgend percelen die, al dan niet aan elkaar grenzend, in elkaars nabijheid zijn gelegen, worden gebruikt, worden die als één terrein beschouwd. Onder het toepassingsgebied van deze rubriek vallen in ieder geval de helihavens die beantwoorden aan de definitie van het Verdrag van Chicago van 1944 tot oprichting van de Internationale burgerluchtvaartorganisatie (bijlage 14 begrip “helistation”)”. Het voormelde artikel 30 is in werking getreden op 1 maart
- X-11.300-4/6
- Ontvankelijkheid Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de verzoekende partij op 15 juli 2002 een planologisch attest heeft aangevraagd voor de door haar geëxploiteerde helihaven. Op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing luidde artikel 14bis, derde lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, als volgt : “Het planologisch attest kan enkel worden aangevraagd door en voor een bedrijf dat onderworpen is aan de milieuvergunningsplicht in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning”. In het arrest nr. 171.698 van 31 mei 2007 heeft de Raad van State voor recht gezegd dat op basis van de voorliggende reglementering een helihaven niet vergunningsplichtig is. Hieruit volgt dat de verwerende partij het attest dat was aangevraagd voor een helihaven hoe dan ook diende te weigeren, aangezien een helihaven niet onderworpen was aan de milieuvergunningsplicht en er derhalve niet voldaan werd aan de geciteerde decretale bepaling. Ambtshalve moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift geen belang had bij haar beroep tot nietigverklaring. Bijgevolg is het beroep niet ontvankelijk. De door de verzoekende partij in haar laatste memorie voorgestelde prejudiciële vraag in verband met de stelling dat een planologisch attest niet aanvechtbaar zou zijn voor de Raad van State, wordt niet aan het Grondwettelijk Hof gesteld aangezien de norm die ten grondslag ligt aan de hiervoor aangenomen reden van onontvankelijkheid niet het voorwerp van de vraag vormt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-11.300-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-11.300-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.082 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div