id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.084 Rolnummer: A. 191158/VII-37314 Zaak: Arrest 193084 - Milieuvergunningen - 07/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 03:05 Fiche Arrest nr 193.084 van 7 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.084 van 7 mei 2009 in de zaak A. 191.158/VII-37.314. In zake : Neron KELMENDI, die woonplaats kiest bij advocaat K. ROELANDT, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 209 A tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, Antoine Dansaertstraat 92. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Neron KELMENDI op 19 januari 2009 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 6 november 2008 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel van 30 juni 2008, waarbij aan de BVBA TRANSPORT LENDERS de vergunning wordt verleend voor het veranderen van een transportbedrijf, wordt verworpen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 20 maart 2009 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 23 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; VII-37.314-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ROELANDT, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat K. LEFEVER die, loco advocaat K. VAN ALSENOY verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. De BVBA TRANSPORT LENDERS exploiteert een transportbe- drijf aan de Lambrechtsstraat 10A te Steenokkerzeel. Met betrekking tot deze inrichting heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel op 2 april 1996 akte genomen van de melding van exploitatie van een werkplaats voor het herstellen en onderhouden van motorvoertuigen (klasse 3-inrichting). 1.2. Op 30 april 2008 dient de BVBA TRANSPORT LENDERS bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel een aanvraag in voor de verandering van de inrichting. In hoofdzaak strekt de aanvraag tot de uitbreiding van de inrichting met een dieseltankstation, stalplaatsen voor meer dan 25 vrachtwagens en een wasplaats. 1.3. Met een besluit van 30 juni 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel vergunning voor de uitbreiding van de inrichting met een bovengrondse opslagtank voor 50.000 liter diesel en de bijbehorende brandstofverdeelinstallatie. Voor de overige onderdelen van de aanvraag wordt de milieuvergunning geweigerd. VII-37.314-2/6 1.4. Met een aangetekend verstuurd schrijven van 7 augustus 2008 stelt verzoeker beroep in tegen voormeld besluit van 30 juni 2008. In het beroepschrift wordt aangevoerd dat de toepasselijke bestemmingsvoorschriften van het gewestplan niet bij de beoordeling van de aanvraag werden betrokken, dat niet precies wordt aangegeven op welk perceel het dieseltankstation zal worden ingericht en dat de inrichting in haar geheel stedenbouwkundig onverenigbaar is aangezien zowel de toegangsweg tot de inrichting alsook de woning waar de maatschappelijke zetel van het bedrijf gevestigd is, gelegen zijn in woongebied met landelijk karakter. Voorts wijst de beroepsindiener op de gebrekkige ontsluiting van het bedrijfsterrein met een voor de omwonenden onveilige verkeersafwikkeling tot gevolg. 1.5. In het kader van de beroepsprocedure worden verschillende adviezen uitgebracht :
- a)de afdeling Ruimtelijke Ordening brengt op 5 september 2008 gunstig advies uit : de inrichting zou verenigbaar zijn met de gewestplanbestemming van gebied voor kleine en middelgrote en ambachtelijke bedrijven;
- b)in het advies van de afdeling Milieuvergunningen van 11 september 2008 wordt voorgesteld om de vergunning integraal te weigeren;
- c)op 12 september 2008 deelt de Vlaamse Milieumaatschappij mee over geen adviesbevoegdheid te beschikken omtrent de redenen die aan de basis van het beroepschrift liggen;
- d)door de Provinciale Milieuvergunningscommissie wordt op 15 oktober 2008 voorgesteld om het beroep ongegrond te verklaren en de beroepen beslissing te bevestigen. 1.6. Met een besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 6 november 2008 wordt het beroep van verzoeker niet ingewilligd en wordt de beroepen beslissing bevestigd. Dit besluit vormt het voorwerp van de onderhavige vordering. 2. De voorwaarden voor de schorsing 2.1. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de VII-37.314-3/6 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.2. Wat de tweede voorwaarde betreft, zet verzoeker uiteen dat de dieselpomp voor de exploitatie van de vergunde bovengrondse dieseltank alleen bereikbaar is via de toegangsweg naast zijn eigendom, zodat hij de lawaaihinder zal moeten ondergaan van ronkende motoren bij het tanken en van af- en aanrijdende vrachtwagens, mogelijk zeer vroeg in de ochtend. Daarnaast zal ook de bestaande verkeersdrukte toenemen, hetgeen, gelet op de geringe manoeuvreerruimte waarover de vrachtwagens beschikken, zijn veiligheid nog meer bedreigt, hetgeen het college van burgemeester en schepenen ook onderkend heeft met verwijzing naar het niet- ontwikkeld zijn van de KMO-zone. De aantasting van zijn woon- en leefklimaat is ernstig en achteraf niet meer te herstellen. 2.3. De verwerende partij antwoordt dat het nadeel hypothetisch geformuleerd is, dat er ter plaatse reeds een transportbedrijf geëxploiteerd wordt op basis van een melding van een klasse 3-inrichting, dat het bedrijf niet uitgebreid wordt en dat er bijgevolg niets wijzigt aan het af- en aanrijden van vrachtwagens. Zij benadrukt dat de betwisting gaat over een mazouttank die enkel bedoeld is voor de bevoorrading van de eigen vrachtwagens van het bedrijf en dat het probleem van de verkeersafwikkeling een zijdelings probleem is; overigens ligt de mazouttank in de KMO-zone en moeten de toegangsweg en de bedrijfsgebouwen niet in de beoordeling betrokken worden. 2.4. Verzoeker is naar eigen zeggen eigenaar van een woning in oprichting, gelegen op een perceel dat grenst aan de toegangsweg naar het transportbedrijf van de BVBA TRANSPORT LENDERS, waarvan niet betwist wordt dat het in een KMO-zone gevestigd is. Het transportbedrijf krijgt geen toelating om uit te breiden. Dat er nu meer vrachtwagens van het bedrijf ter plaatse zullen komen tanken, is een veronderstelling die verzoeker niet hardmaakt. Van iemand die er wetens en willens voor opteert zich in de onmiddellijke omgeving van een KMO-zone te vestigen, mag worden verwacht dat hij de normale hinder, die verwacht kan worden van de in de zone gevestigde of daar te verwachten bedrijven, accepteert. Hinder van het geluid van vrachtwagens VII-37.314-4/6 die af- en aanrijden naar een transportbedrijf dat in dergelijke KMO-zone thuishoort en die daar veelvuldig optrekken en afremmen, is een normale hinder. Het is ook te verwachten en dus niet abnormaal dat alle vrachtwagens van de BVBA TRANSPORT LENDERS op het bedrijfsterrein zelf komen tanken. Die hinder vormt voor verzoeker dan ook in beginsel geen nadeel. 2.5. De brandstofpomp, tegen het gebruik waarvan verzoeker zich verzet, is blijkens de gegevens van het dossier op ongeveer 35 meter van zijn woning ingeplant. Die afstand is ruim genoeg om te stellen dat, bij afwezigheid van specifieke gegevens, verzoeker geen abnormale hinder ondergaat van de ligging van de verdeelpomp. Het nadeel is niet ernstig. 2.6. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat de vergunning voor de uitbating van een brandstofverdeelinstallatie voor de eigen vrachtwagens van de BVBA TRANSPORT LENDERS een ontoelaatbare stijging van de verkeersdruk zal teweegbrengen en aldus de verkeersveiligheid op onherstelbare wijze in gevaar zal brengen. In ieder geval maakt verzoeker niet duidelijk op welke wijze de hinder, doordat de vrachtwagens voor het bereiken van de verdeelpomp de parking van het benzinestation van LUKOIL zullen gebruiken, zijn persoonlijke situatie aangaat. 2.7. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat de schorsing van de tenuitvoerlegging kan verantwoorden, is niet aangetoond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-37.314-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven mei tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-37.314-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.084 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div