id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.136 Rolnummer: A. 192498/XII-5808 Zaak: Arrest 193136 - Handelsvestigingen - 09/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-14 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 03:05 Fiche Arrest nr 193.136 van 9 mei 2009 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.136 van 9 mei 2009 in de zaak A. 192.498/XII-5808 In zake : de b.v.b.a. BELFORT - FRANCAIS die woonplaats kiest bij advocaat D. PEETERS kantoor houdende te 8310 SINT-KRUIS (BRUGGE) Breeweg 10 tegen : de stad BRUGGE, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS kantoor houdende te 8000 BRUGGE Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. BELFORT - FRANCAIS op 8 mei 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing 7 mei 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge om de terrasvergunning, afgeleverd aan de b.v.b.a. Belfort - Français, vóór de uitbating Le Grand Café Belfort, Markt 25, te 8000 Brugge, voor één week te schorsen met onmiddellijke ingang van maandag 11 mei 2009 tot en met vrijdag 17 mei 2009; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 8 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2009, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. PEETERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-5808-1/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VERCRUYSSEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoekende partij het volgende aan: “IV. HET MOEILIJK TE HERSTELLEN ERNSTIG NADEEL De bestreden beslissing – genomen door een daartoe onbevoegde overheid - is manifest onwettig zodat zij op geen enkele wijze in de rechtsorde kan blijven bestaan en enig rechtsgevolgen zou mogen ressorteren. Deze onwettigheid is dermate apert dat zij inherent voor elke rechtsonderhorige nadeel berokkent, dewelke op geen enkele andere wijze kan worden beschermd. Door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zal verzoekster een belangrijk inkomstenverlies (zie attest accountant, stuk 17 stukkenbundel verzoekster) ondergaan. Gelet op de economische crisis die thans het sterkst voelbaar is in de horeca zal dit voor verzoekster een ernstige financiële aderlating met zich meebrengen die mogelijks ook gevolgen zal hebben voor de tewerkstelling die uiteraard afgestemd IX-5808-2/5 is op de bezetting van [het] zeer druk bezochte terras op de Markt in Brugge, in een van de drukkere periodes van het jaar. Een eventuele financiële genoegdoening achteraf kan dit ernstig nadeel niet verhelpen aangezien onomkeerbaar schade zal worden toegebracht indien de bestreden beslissing ten uitvoer zal worden gebracht, nu niet alleen het direct inkomstenverlies in aanmerking dient te worden genomen, doch tevens de repercussies op werkgelegenheid, economische werkloosheid van het personeel, imagoverlies en aantasting van reputatie, die bij verspreiding binnen de sector en de voorlopige tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ernstige en onherstelbare schade met zich zal meebrengen waarvan de impact zonder meer moeilijk te herstellen is, waarbij ook andere schade-elementen in rekening dienen te worden gebracht. Deze elementen kunnen nadien niet meer rechtgezet worden en daaraan kan niet worden verholpen door een financiële tegemoetkoming. Een eventuele schadevergoeding kan immers de geruchten en het negatief imago, en negatieve reclame (die een zeer grote impact heeft op de bedrijfsuitvoering van verzoekster, die onvermijdelijk aanwezig zullen zijn, en die een rechtstreeks gevolg zijn van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, op korte termijn, in de aanloop van een bijzonder drukke seizoensperiode, niet vermijden. De ligging van verzoekster, met name op de noordzijde van de markt te Brugge die een directe verbinding vormt tussen de hoofdstraten en derhalve één van de meest drukke passages van stad Brugge is, waar jaarlijks 1.500.000 miljoen toeristen en inwoners neerstrijken, is van bijzonder belang, zodat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ook meteen voor iedereen zichtbaar, kenbaar en voelbaar is. Dat mede gelet op die ligging ook de impact van de onmiddellijke tenuitvoerlegging immens is, aangezien uitgerekend een terras het uithangbord betekent van een aldaar gelegen horeca-uitbating. Daarnaast zal de reputatie van verzoekster t.a.v. haar bestaand en potentieel cliënteel, en personeel (dat uiteraard vragen zal stellen) alsook haar concurrenten op ernstige wijze geschaad worden. Niet alleen zal het terras van verzoekster onbruikbaar zijn met direct inkomstenverlies, aantasting van substantiële reputatie tot gevolg en dit net in een voor Brugge zeer drukke periode in de aanleiding en voorbereiding van de bloedprocessie, wat steeds een erg grote publiekstrekker is, doch ook het restaurant zelf zal worden aangetast, aangezien een leeg terras de potentiële klanten afschrikt zodat de potentiële klanten wegblijven. Bovendien zal de intrekking van de vergunning voor een week een bijzonder stigma leggen op verzoekster waar zij zich op geen enkele wijze zal weten te beschermen indien de bestreden beslissing ten uitvoer zal worden gelegd. Zodoende dreigt door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de rechtspositie van verzoekster rechtstreeks aangetast te worden en dit [op] onomkeerbare wijze. Dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel derhalve is aangetoond.” IX-5808-3/5 De desbetreffende schorsingsvoorwaarde is een autonome constitutieve voorwaarde. Het desgevallend “manifest onwettig” zijn van de bestreden beslissing kan op zichzelf niet tot de conclusie nopen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen. De bestreden beslissing impliceert in de feiten dat het betrokken restaurant gedurende één week zonder terras moet worden uitgebaat. Het aangevoerde “belangrijk inkomstenverlies” wordt door het bij het verzoekschrift gevoegde uiterst summiere “attest” van een accountant zonder enige concrete staving geraamd op 28.320 euro aan “netto inkomstenverlies voor de uitbater”. Dit betreft een louter financieel nadeel waarvan niet wordt aangetoond dat het ernstig is en moeilijk te herstellen. Er wordt met name niet aangetoond dat dit verlies de verzoekende vennootschap in haar voortbestaan bedreigt. De verzoekende partij betwist niet dat, zoals de verwerende partij aangeeft, zij onmiddellijk naast het restaurant waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, ook nog een ander restaurant uitbaat. Het aangevoerde nadeel wordt door de verzoekende partij ten onrechte niet betrokken op de economische toestand van de vennootschap in zijn geheel. De aangevoerde “economische crisis” doet aan al deze vaststellingen geen afbreuk. De nadelen die de bestreden beslissing op het vlak van de tewerkstelling -welke moeten worden gerelativeerd: volgens het voormelde “attest” betreft het economische werkloosheid voor twee personeelsleden-, zijn geen nadelen in hoofde van de verzoekende partij zelf. Ook het ingeroepen “imagoverlies”, en de aangevoerde “aantasting van reputatie”, worden niet aannemelijk gemaakt. Er wordt niet aannemelijk gemaakt hoe de loutere verwijdering van het terras gedurende een week daartoe zou lijden. De verwerende partij wordt niet tegengesproken wanneer zij erop wijst dat het cliënteel van de restaurants op het desbetreffende marktplein hoofdzakelijk uit toeristen bestaat, en dus niet uit een vast, terugkerend, cliënteel. Er wordt dan ook niet aangetoond dat “bestaand en potentieel cliënteel” zou afhaken omwille van het “terrasverbod” van één week. IX-5808-4/5 Ten slotte valt niet in te zien, en wordt niet aangetoond in welk opzicht een rechtspersoon kan lijden aan een “bijzonder stigma”. De desbetreffende schorsingsvoorwaarde is bijgevolg niet vervuld. Er is aldus niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te bevelen. Die vaststelling leidt ertoe dat de vordering verworpen moet worden. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij; Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 mei 2009, door : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. R. STEVENS. IX-5808-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.136 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.004 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.