id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.175 Rolnummer: A. 174442/X-12917 Zaak: Arrest 193175 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-20 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 193.175 van 11 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.175 van 11 mei 2009 in de zaak A. 174.442/X-12.
- In zake : Anne SIMPELAERE, die woonplaats kiest bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Y. FRANCOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anne SIMPELAERE op 29 juni 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 april 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening “houdende enerzijds inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar voor de provincie West-Vlaanderen gericht tegen het besluit van de bestendige deputatie van de Provincieraad van West-Vlaanderen dd. 28 april 2005, waarbij beroepster een vergunning wordt verleend voor de regularisering van een aan gang zijnde verbouwing van een woning gelegen aan de Robert Vandammestraat op een perceel kadastraal gekend als Sectie A, nr. 0822A, en houdende anderzijds de vernietiging van deze vergunning”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN DEN BROECK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-12.917-1/4 Gelet op de beschikking van 17 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verzoekster is eigenaar van een onroerend goed op een terrein gelegen te Koksijde, R. Vandammestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 822/a. Het voormelde perceel is volgens het gewestplan Veurne-Westkust, vastgesteld bij koninklijk besluit van 6 december 1976, gelegen in natuurgebied. Het is tevens gelegen in een bij ministerieel besluit van 2 mei 2001 definitief beschermd landschap “Duin-polderovergang Ten Bogaerde”. Het is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen het beheersingsgebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. Het hof van beroep te Gent heeft bij het in kracht van gewijsde getreden arrest van 28 februari 2003 de verzoekster en haar medebeklaagde onder verbeurte van een dwangsom bevolen “over te gaan tot het herstel van de plaats te Koksijde (...) in de oorspronkelijke toestand” en gezegd dat dit herstel omvat “het volledig wegbreken van de verbouwde woning met inbegrip van de funderingen, rioleringen, de houten afsluiting en de steenslagverharding van de toegangsweg en het afvoeren van de afbraakmaterialen van het perceel”. Op 29 juli 2004 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de verzoekster aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde een stedenbouwkundige vergunning aan voor de “regularisatie van een X-12.917-2/4 verbouwing van een woning” gelegen te Koksijde, R. Vandammestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 822/a. Op 5 januari 2005 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde regularisatievergunning. Op 28 april 2005 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen het beroep van de verzoekster in en wordt de regularisatievergunning verleend. Op 8 juni 2005 tekent de gemachtigde ambtenaar bij de bevoegde minister beroep aan tegen deze beslissing van de bestendige deputatie. Bij het bestreden besluit van 6 april 2006 willigt de minister het beroep van de gemachtigde ambtenaar in.
- In haar antwoord op het schrijven van de auditeur-verslaggeefster met het verzoek haar actueel belang te willen toelichten, verklaart de verzoekster dat de betrokken constructie inmiddels, ter uitvoering van het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 februari 2003, werd afgebroken. De verzoekster voert aan dat zij desondanks nog een actueel belang heeft bij de gevraagde vernietiging “in het kader van de (...) dwangsomdiscussie” en omdat zij bij het standpunt blijft dat “het ministerieel besluit van 6 april 2006 waarbij de (...) verleende regularisatievergunning werd vernietigd manifest onwettig is”.
- Ambtshalve dient te worden onderzocht of de verzoekster doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang. Het blijkt dat werd overgegaan tot de afbraak van de constructie waarvoor de verzoekster een regularisatievergunning had aangevraagd, vergunning die met het thans bestreden besluit werd geweigerd. Het wezen zelf van een vergunning voor de regularisatie van niet-vergunde bouwwerken, houdt de aanwezigheid in van een niet-vergund bouwwerk. Aangezien in casu de bouwwerken zijn afgebroken, wordt ambtshalve vastgesteld dat de verzoekster niet meer doet blijken van het vereiste actueel belang om de vernietiging van het bestreden besluit te verkrijgen. In haar laatste memorie verwijst de verzoekster nog naar de wijziging van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek bij de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State. De verzoekster meent dat zij nog steeds haar belang behoudt, vermits “de vraag of de instelling van het beroep tot nietigverklaring ja dan neen de X-12.917-3/4 verjaring heeft gestuit” afhangt van “het resultaat van het beroep tot nietigverklaring, meer specifiek de vraag of het bestreden besluit (...) ja dan neen zal worden vernietigd”. De argumentatie dat een vernietiging door de Raad van State tot gevolg heeft dat de verjaringstermijn vermeld in artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek wordt gestuit, adstrueert geen belang dat is verbonden aan het doen verdwijnen van de bestreden akte uit de rechtsorde. Een dusdanig belang is een onrechtstreeks belang dat niet volstaat om tot de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring te besluiten. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-12.917-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.175 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div