← België

Arrest 193176 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.176 Rolnummer: A. 185145/X-13458 Zaak: Arrest 193176 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-20 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 193.176 van 11 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.176 van 11 mei 2009 in de zaak A. 185.145/X-13.

  1. In zake : Jean KERSTEN, die woonplaats kiest bij advocaat G. KINDERMANS, kantoor houdende te 3870 HEERS, Steenweg 161 tegen : de deputatie van de provincieraad van LIMBURG. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jean KERSTEN op 5 september 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 12 juli 2007 van de deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij het beroep tegen de beslissing van 4 april 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Borgloon niet wordt ingewilligd en waarbij wordt beslist geen stedenbouwkundige vergunning te verlenen voor het bouwen van 4 appartementen op een perceel gelegen te Borgloon, Lindestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 341/m; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 april 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-13.458-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. LAMBRICHTS, die loco advocaat G. KINDERMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van Bestuurssecretaris I. WILLEMS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De verwerende partij werpt op dat het beroep onontvankelijk is aangezien het verzoekschrift “enkel de opsomming bevat van een aantal feitelijkheden, zonder dat de verzoeker enig middel laat gelden waarop het beroep tot nietigverklaring berust”. Artikel 2, § 1, 3/ van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen moet bevatten. Onder de uiteenzetting van de middelen wordt verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de geschonden rechtsregel en van de wijze waarop die rechtsregel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden. Te dezen brengt de verzoeker in zijn verzoekschrift een opeenstapeling van feitelijke argumenten aan waaruit dient te blijken dat “er helemaal niet kan aan gedacht worden dat de Lindestraat nog agrarisch is” en dat deze straat “niet meer kan aanzien worden als landschappelijk waardevol agrarisch gebied”. Met de verwerende partij dient te worden vastgesteld dat de verzoeker in zijn uiteenzetting in gebreke blijft op een voldoende duidelijke wijze aan te geven welke rechtsregel werd overtreden en op welke wijze deze regel door het bestreden besluit werd geschonden. Dit gebrek kan niet meer worden goedgemaakt door de laatste memorie. In zoverre uit de uiteenzetting in het verzoekschrift zou moeten worden afgeleid dat de verzoeker het gelijkheidsbeginsel geschonden acht, toont de verzoeker geenszins in concreto aan op welke wijze dit beginsel geschonden is. Er dient te worden vastgesteld dat het verzoekschrift geen rechtsmiddel bevat in de zin van het voormelde artikel 2, § 1, 3/ van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. X-13.458-2/3 Om deze redenen dient de exceptie te worden aangenomen. Het beroep is onontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-13.458-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.176 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.