id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.178 Rolnummer: A. 191391/X-14082 Zaak: Arrest 193178 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 11/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-18 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 193.178 van 11 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.178 van 11 mei 2009 in de zaak A. 191.391/X-14.082. In zake : Olivier SEYNAEVE, die woonlaats kiest bij advocaat J. PEETERS, kantoor houdende te 3400 LANDEN, Brugstraat 17 tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te 3080 TERVUREN, Merenstraat 28. tussenkomende partij : Michel DE PUYDT, die woonplaats kiest bij advocaat P. VAN WESEMAEL, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Olivier SEYNAEVE op 10 februari 2009 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 4 november 2008 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende inwilliging van het beroep van Michel DE PUYDT tegen de beslissing van 15 april 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Landen houdende weigering van de vergunning voor het plaatsen van een afsluiting en van een mestbassin, het aanleggen van een paardenpiste en het uitbaten van een manege op een perceel gelegen te Landen, Wezerenstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 328/n; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-14.082-1/11 Gelet op de beschikking van 3 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS, die loco advocaat J. PEETERS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat D. SOCQUET, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. VAN WESEMAEL, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 4 maart 2009 heeft Michel DE PUYDT gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. De feiten 2.1. Op 5 december 2007 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de tussenkomende partij aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen een stedenbouwkundige vergunning voor “terreinwerkzaamheden” op een perceel gelegen aan de Wezerenstraat 74 te Landen, kadastraal bekend sectie A, nr. 328/n. Het voornoemde terrein is, volgens het bij koninklijk besluit van 24 maart 1978 vastgestelde gewestplan Tienen-Landen, gelegen in woongebied met landelijk karakter. Het is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan. Het is wel gelegen binnen de omschrijving van een op 10 augustus 2004 goedgekeurde verkaveling, waarvan de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar op 10 oktober 2007 evenwel de verzaking heeft goedgekeurd. X-14.082-2/11 Blijkens de bij de voormelde aanvraag horende “motiveringsnota” beoogt de aanvraag “de aflevering van een vergunning aangaande: 1) een reliëfwijziging, dit gedeeltelijk ten titel van een regularisatie; 2) een afpaling voor de perceelsgrens; 3) een afpaling op het talud van de waterloop, vergezeld door een groenscherm; 4) een mestbassin; en 5) boordstenen”. 2.2. De verzoeker is eigenaar en bewoner van het goed, kadastraal bekend nr. 327/m, dat onmiddellijk grenst aan het perceel waarvoor de bestreden stedenbouwkundige vergunning werd verleend. 2.3. Tijdens het openbaar onderzoek dient onder meer de verzoeker een bezwaar in. 2.4. Het advies van 24 januari 2008 van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar luidt als volgt: “ADVIES GEMEENTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE AMBTENAAR OVERWEGEND GEDEELTE Beknopte beschrijving van de aanvraag Het ingediend project voorziet het aanleg(gen) van een paardenpiste, reliëfwijziging, het aanleggen van een mestbassin en uitbaten van een manege. Stedenbouwkundige basisgegevens uit plannen van aanleg De bouwplaats is volgens het gewestplan Tienen - Landen, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 24 maart 1978, gelegen in het woongebied met landelijk karakter. Het ingediend voorstel stemt overeen met de planologische voorschriften gevoegd bij het gewestplan Tienen - Landen i.c. artikel 5 en 6 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal - culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Verordeningen /// Andere zoneringsgegevens van het goed /// Externe adviezen De afdeling waterlopen bracht op 18 december 2007 een ongunstig advies uit om volgende redenen: er mogen binnen de vrij te houden strook van 5 meter geen beplantingen of constructies geplaatst worden. De afdeling openbare werken van de stad Landen (bracht) op 11 december 2007 een gunstig advies uit voor de reliëfwijziging en ongunstig voor de mestopslag De afdeling milieu bracht op 18 januari 2008 een advies uit. De aanvrager heeft momenteel een openbaar onderzoek lopen in verband met een klasse 2 milieuvergunningsaanvraag die de exploitatie van een manege beoogt. De X-14.082-3/11 mestopslag ressorteert in dit geheel en wordt wat betreft het milieutechnisch aspect later geëvalueerd. De aanleg van de paardenpiste, in het bouwdossier aangevraagd als een reliëfwijziging, geeft aan het perceel een nieuwe bestemming. Om een duidelijke koppeling tussen de milieu- en stedenbouwkundige aspecten te behouden, is het m.i. dan ook belangrijk dat de toekomstige bestemming van het perceel ondubbelzinnig in de al dan niet verleende stedenbouwkundige vergunning opgenomen wordt. Men vraagt hier in wezen toelating voor de aanleg van een paardenpiste (waarvoor een reliëfwijziging nodig is). Historiek: Bouwovertreding vastgesteld met als pv. Nr. LE.66.L3.002499/2007: uitvoeren van grondwerken. Er werd een laag zand aangebracht en er ligt nog meer zand klaar om over het terrein aan te brengen. Doel is (...) het aanleggen van een paardenpiste. Er werd eveneens een verkaveling goedgekeurd met als referentie 354/V/303 goedgekeurd op 10 augustus 2004. Voor deze verkaveling werd er op 10 oktober 2007 een verzaking afgeleverd. Het openbaar onderzoek Tijdens het openbaar onderzoek dat lopende was van 10 december 2007 tot en met 9 januari 2008 werden er 3 bezwaren ingediend. Het bezwaar ingediend door de familie Georis - Bangels luidt als volgt: Wij ondervinden veel last van het geroep van de lesgevers en de kinderen. De aanleg van een mestbassin brengt veel geur en vliegen met zich mee. Het pistezand zorgt voor vervuiling van de terreinen en gevels. Weerlegging: Aangezien er geen groenbuffer voorzien is voor het opvangen van het zand, zal deze zich verplaatsen naar al de naastliggende percelen en zorgen voor overlast op de terrein. De mestbassin is op de meest uiterste plaats ingeplant en zorgt hiermee voor de minst mogelijke hinder voor de omliggende terreinen. De lessen en wedstrijden brengen regelmatig geluidsoverlast teweeg en zorgen voor een hinder naar de omliggende woningen. Het gaat over regelmatige lessenpakketten/wedstrijden die vooral in het weekend worden georganiseerd waarbij men kan spreken van een grote regelmaat die de draagkracht overschrijdt. In die zin (...) ligt de piste te kort op de naastliggende woonomgeving. Bezwaar ingediend door mevrouw Nathalie Moyaerts handelt over het volgende: Wij hebben al meerdere malen ondervonden dat de piste gebruikt wordt voor commerciële doeleinden, wat heel veel last met zich meebrengt. Onze privacy wordt geschonden en onze rust wordt verstoord. De ruiters kunnen zonder moeite over de omheining kijken en zo onze woning inkijken. (...) Het roepen en tieren van de kinderen die in het weekend les komen volgen zorg(
- t)voor veel geluidsoverlast. Tijdens de wedstrijden worden er door de paarden enorm veel slagen veroorzaakt aangezien het gewicht van een paard tussen de 500 - 700 kg varieert. In de winter is er het probleem dat de piste moet verlicht worden. Aangezien wij gekozen hebben voor een open huis met veel glas, schijnt het licht voortdurend in onze woning. Voor deze verlichting worden hoge staanders met gasverlichting gebruikt. De mesthoop bezorgt geuroverlast met als resultaat in de zomer moeten wij alle ramen gesloten houden. De vliegen die aangetrokken worden zijn niet dezelfde als gewone huisvliegen maar zorgen voor een irritatie van de huid. Ik zou willen dat het terrein naast mijn woning terug in de oorspronkelijke staat wordt gebracht. Weerlegging: Aangezien er regelmatig lessen en wedstrijden georganiseerd worden, moet de ingerichte activiteit combineerbaar zijn met de omliggende X-14.082-4/11 woningomgeving. De lessen en wedstrijden brengen regelmatig geluidsoverlast teweeg en zorgen voor een hinder naar de omliggende woningen. Het gaat over regelmatige lessenpakketten/wedstrijden die vooral in het weekend worden georganiseerd waarbij men kan spreken van een grote regelmaat die de draagkracht overschrijdt. In die zin (...) ligt de piste te kort op de naastliggende woonomgeving. De lichtinstallatie die aan de gevels van het bestaand gebouw (
- is)gemonteerd schijn(
- t)richting de bestaande woningen en (geeft) ’s avonds een grote hinder voor het naastliggend goed. Bezwaar ingediend door de heer Olivier Seynaeve luidt als volgt: Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dien ik bezwaar in tegen de aanvraag voor het inrichten van een paardenpiste naast onze woning in de Wezerenstraat, aangezien ik van mening ben dat een manege niet thuishoort in de woonkern. Wij kunnen hier spreken van een manege, omdat de aanleg van deze piste niet voor privé gebruik is, maar wel een commercieel doel heeft. Deze commerciële doeleinden blijk(
- en)uit een aantal gegevens die ik heb kunnen verzamelen. Enkele voorbeelden: kampen die georganiseerd worden tijdens de vakanties, op de uitslagen staat duidelijk geschreven ruiterclub de Hippo - droom, hun internetsite, dagelijkse rijlessen die er gegeven worden, enz......; Door de dagelijkse lessen die er gegeven(...) worden wordt er voortdurend geroepen hoe de ruiters moeten handelen. De menigte die aanwezig is bij deze lessen kijk(
- t)onze woning binnen en betre(edt) zelfs mijn tuin. De piste bevindt zich maar op 3 meter van mijn woning. Dit is een inbreuk op mijn privacy en geeft een zeer onveilig en onaangenaam gevoel. De omheining van 1m80 die geplaatst geworden is (
- is)niet voldoende hoog om onze privacy te garanderen. De verlichting die ze gebruiken voor de avondlessen staa(
- t)nergens vermeld op het plan en zorg(
- t)voor hinder in mijn woning. Deze zomer werden er wedstrijden georganiseerd waardoor de geluidsoverlast ondra(ag)lijk was. Mensen die applaudisseren en constant zitten te roepen, de uitslagen van de wedstrijden werden zelfs gepubliceerd. Aangezien deze wedstrijden veel bezoekers met zich meebrengen wordt er regelmatig geparkeerd op de stoep wat voor een heel onveilige situatie zorgt voor de voetgangers. Telkens er paardgereden werd, heb ik klacht ingediend maar werd er meerdere malen verteld dat het om privé aangelegenheden ging. Volgens mij hebben zij meer dan 10 stalplaatsen en zijn zij verplicht om een milieuvergunning aan te vragen. Al deze feiten ervaar ik nu al, het is dus niet gebaseerd op gissingen of veronderstellingen, maar het is de zuivere realiteit. Ik vraag dan ook om de zandheuvels te verwijderen en het terrein naast mijn woning in zijn oorspronkelijke staat te brengen. Weerlegging: Het uitbaten van een manege in de Wezerenstraat is onverenigbaar met de omgeving en overschrijdt de draagkracht. Net zoals hoger vermelde weerlegging heeft omschreven, kunnen we aanhalen dat de lichtinstallatie die aan de gevels van het bestaand gebouw (
- is)gemonteerd richting de bestaande woningen schijn(
- t)en ’s avonds een grote hinder voor het naastliggend goed (geeft). De lessen en wedstrijden brengen regelmatig geluidsoverlast teweeg en zorgen voor een hinder naar de omliggende woningen. Het gaat over regelmatige lessenpakketten/wedstrijden die vooral in het weekend worden georganiseerd waarbij men kan spreken van een grote regelmaat die de draagkracht overschrijdt. In die zin (...) ligt de piste te kort op de naastliggende woonomgeving. De aanvragers hebben geen parkeergelegenheden voorzien voor de bezoekers op hun eigendom waardoor ze gewoon in de straat parkeren en zorgen voor een onveilige situatie. Beschrijving van de bouwplaats, de omgeving en het project De bouwplaats is gelegen langs de Wezerenstraat (gemeenteweg) in de deelgemeente Walsbets. In de bebouwde omgeving is er een diversiteit aan X-14.082-5/11 gebouwentypes. In de buurt zijn er zowel recent hedendaagse ééngezinswoningen als oudere typologieën aanwezig. De piste wordt aangelegd binnen een bestaand(
- e)landelijke dorpskern die voor het overgrote deel bestaat uit ééngezinswoningen. De piste wordt bij deze aangelegd op een mogelijke huiskavel. Op de perceelsgrens ten opzichte van de linker buur wordt een houten afsluiting geplaatst over een lengte van 41m67. Deze panelen hebben een hoogte van 1m80 en worden bevestigd op (een) keerwand met L - elementen van 70cm hoogte. Vooraan aan de straatzijde van het terrein wordt de bestaande betonnen afsluiting van 2m80 behouden. Achteraan wordt aan de linker buur over een lengte van 5m35 eveneens een houten scherm geplaatst dat demonteerbaar is. Achteraan op lot 1 wordt een draadafsluiting geplaatst van 1m80 met een groenscherm van een ligustrumhaag van 1m80. De mestbak wordt gekoppeld aan een bestaand gebouw en heeft een oppervlakte van 29,4m². De vloer van de mestbak bestaat uit beton. Rond de mestbak wordt een muur voorzien van 1m hoogte uit betonblokken. Aan de linker zijde van (het) mestbassin wordt er een haag van 1m80 voorzien. Het terrein wordt opgehoogd met zand zodat het gebruikt kan worden als paardenpiste. Door de reeds bestaande bebouwing, de afgegeven bouw- en verkavelingsvergunningen en de reeds aanwezige infrastructuur, is de ordening van het gebied bekend. Door de configuratie en de reeds aanwezige bebouwing op de omliggende percelen, brengt het ingediend project, het aanleggen van een paardenpiste, uitbaten van een manege, plaatsen (van) afsluitingen en reliëfwijzigingen, (...) de goede ordening van het gebied in het gedrang. Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening Overwegende dat de paardenpiste binnen 3m gelegen is van een bestaande ééngezinswoning geeft dit onvoldoende buffer naar de omliggende omgeving. Aangezien de piste gebruikt wordt voor commerciële doeleinden, die vooral in het weekend georganiseerd worden, geeft dit een groot geluid- en stofhinder mee voor omliggende woonomgeving. Wedstrijden brengen veel bezoekers met zich mee waardoor er geparkeerd wordt in de straat. Aangezien de aanvragers geen parkeergelegenheden voorzien hebben op hun eigendom geeft dit een onveilige situatie in het straatbeeld. Deze hinder overschrijdt de draagkracht van de omgeving. De manege is niet toelaatbaar aangezien het niet verenigbaar is met de onmiddellijke omgeving. Wegens het houden van wedstrijden zorgt dit voor een hinderlijk karakter in de rustige omgeving in het betrokken gebied. Algemene voorwaarden Om bovenvermelde redenen is het ingediend project niet planologisch en stedenbouwkundig - architecturaal verantwoord BESCHIKKEND GEDEELTE Advies ONGUNSTIG - aangezien het te kort gelegen is bij de bestaande ééngezinswoningen binnen het woonweefsel van Walsbets (...)”. 2.5. Op 15 april 2008 wordt de stedenbouwkundige vergunning onder voorwaarden verleend aan de tussenkomende partij. De door de verzoeker ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van deze vergunning wordt verworpen met het arrest nr. 187.786 van 6 november 2008. Het eindarrest nr. 190.924 van 26 februari 2009 stelt vervolgens de afstand van het geding van de verzoeker vast. X-14.082-6/11 2.6. De tussenkomende partij heeft inmiddels op 29 mei 2008 tegen de beslissing van 15 april 2008 van het college administratief beroep ingesteld bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant, omdat hij zich niet akkoord kan verklaren met de in de vergunning opgelegde voorwaarden. 2.7. De provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar maakt op 4 september 2008 een ongunstig verslag op om de volgende redenen: “- de aanvraag is niet verenigbaar met de directe woonomgeving, gezien de maatregelen die zouden benodigd zijn om de hinder in te perken en tot een integratie te komen niet mogelijk zijn binnen de beperkte mogelijkheden (breedte/oppervlakte) van het perceel. S de plaatsing van houten schuttingen op de perceelsgrens vanaf de straat over een lengte van ruim 47m druist in tegen de begrippen van een goede plaatselijke ordening en leidt tot de verstoring van de normale open en doorgroende overgang tussen de percelen. S de ingrepen dringen door in de 5m brede te vrijwaren strook langs de beek op de achterste perceelsgrens, wat strijdig is met de inrichtingsbepalingen langs waterlopen van 2de categorie”. 2.8. De tussenkomende partij en zijn echtgenote en zijn raadsman worden op 14 oktober 2008 gehoord en leggen bij deze gelegenheid een “replieknota” met aanvullende stukken neer. 2.9. Met het bestreden besluit van 4 november 2008 willigt de deputatie het ingestelde beroep in mits volgende voorwaarden: “- de verlichting moet wegschijnen van de perceelsgrens en beperking van de lichtintensiteit. S op de piste, nabij de linkse perceelsgrens over de gehele lengte van het perceel wordt een ondoorzichtige houten wand opgetrokken met een hoogte van 2.40m. Naast de wand aan de pistezijde wordt doorlopend, met een plantafstand van 0.25m à 0.33m per lopende m. een winterharde groenbuffer (bv. ligustrum vulgare) geplant die kan opgroeien tot minimumhoogte van 2.50m. Hiertoe wordt een strook van minstens 0.5m naast de planten voorbehouden, die wordt weergegeven op de aangepaste plannen. S de mestbassin mag niet geplaatst worden in de 5m die vrijgehouden dient te worden voor werken aan de waterlopen, dit wordt weergegeven op de aangepaste plannen”. 2.10. Aan de echtgenote van de tussenkomende partij (Femke Rottiers) wordt voor de inrichting op 15 april 2008 door het college van burgemeester en schepenen van Landen een milieuvergunning verleend voor een proeftermijn van één jaar. Deze milieuvergunning werd in beroep door de deputatie van de X-14.082-7/11 provincieraad van Vlaams-Brabant voorwaardelijk bevestigd met een besluit van 16 oktober 2008, mits schrapping van een aantal vergunningsvoorwaarden. 3. Grondvoorwaarden voor de schorsing 3.1. Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Artikel 17, § 3 van dezelfde wet bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet moet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden. 3.2. De verzoeker laat wat betreft de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende gelden: “Aangezien de ten uitvoerlegging van de bestreden beslissing ook oorzaak is van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat verzoekende partij ondergaat ; De ten uitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft voor verzoekende partij , zijn partner en zijn minderjarig kind zeer belastende gevolgen ; Het gevolg van de uitvoering van de bestreden stedenbouwkundige vergunning ( niet de milieuvergunning ) bestaat er onder meer in dat de heer Michel DE PUYDT , door de vergunde werken, een manège mag uitbaten ; Zonder stedenbouwkundige vergunning zou geen manège mogelijk zijn derwijze dat alle nadelen welke de uitbating thans (genereert) zoals dagelijks stofhinder, geurhinder ( van de mestopslag ) , lawaai , gezondheidsproblemen schade is die ontstaa(
- t)door de stedenbouwkundige vergunning ; X-14.082-8/11 Deze nadelen zijn niet alleen ernstig maar daarenboven moeilijk te herstellen o.a. wat betreft de gezondheid van verzoekende partij en zijn familie ; Dagelijks wordt verzoekende partij geconfronteerd met de gevaarlijke paardenvlieg en fecaliën hetgeen ook één van de gevolgen is van de mestbak , die thans stedenbouwkundig vergund is ; De zeer korte afstand van de paardenpiste tot de privé-woning van verzoekende partij heeft daarenboven voor gevolg dat verzoekende partij dagdagelijks geconfronteerd wordt met inkijken in zijn woning en dat zijn meest elementaire privacy-rechten geschonden worden ; Inmiddels hebben zich ook scheuren gemanifesteerd in de woning van verzoekende partij en deze scheuren zijn het gevolg van de uitvoering van de vergunde werken ; Verzoekende partij ondergaat eveneens een ernstig moeilijk te herstellen nadeel door de psychologische impact van de bestreden beslissing ; Uitzicht op een vieze mestbak en een paardenpiste , gevolgen van de ten uitvoerlegging van de bestreden beslissing, zijn deel ; De kwaliteit van de woon- en leefwereld van verzoekende partij is herleid tot nul door de uitvoering van de constructies welke vergund werden ; Door de ten uitvoerlegging is er wel degelijk sprake van een werkelijke verkeerschaos voor de woning van verzoekende partij : door de vergunde werken is het kader geschapen voor recreatieve activiteiten, sportkampen enz.... Deze ernstige depreciatie van de kwaliteit van de woon- en leefwereld als gevolg van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing , te veréénzelvigen met een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel , rechtvaardigt dringend dat de ten uitvoerlegging van de bestreden beslissing zou geschorst worden”. 3.3. De verwerende partij repliceert in de nota onder andere dat de verzoeker zijn nadeel enkel “in algemene bewoordingen” formuleert, geen concrete elementen worden aangebracht terwijl de inrichting reeds een tijd in functie is, de opgesomde aspecten te maken hebben met de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning en het uiteengezette nadeel hetzelfde is als datgene dat reeds door de Raad van State werd verworpen met het arrest nr. 187.786 van 6 november 2008. 3.4. De tussenkomende partij werpt ook op dat het aangevoerde nadeel quasi identiek is aan datgene dat reeds door de Raad van State werd afgewezen met het voormelde arrest en merkt verder op dat de bestreden vergunning inmiddels volledig werd uitgevoerd en dat de verkregen milieuvergunning door de verzoekende partij niet in rechte wordt aangevochten. 3.5. Voor zover de verzoeker het nadeel omschrijft als “dagelijks stofhinder, geurhinder (van de mestopslag), lawaai, gezondheidsproblemen”, de dagelijkse confrontatie “met de gevaarlijke paardenvlieg en fecaliën hetgeen ook één van de gevolgen is van de mestbak”, het “inkijken in zijn woning” en “scheuren (...) in de woning” en “werkelijke verkeerschaos”, worden geen precieze gegevens verstrekt, spijts de uitvoering van de vergunde werken en de daadwerkelijke X-14.082-9/11 uitbating van de inrichting, om concreet aan te tonen dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het aangevoerde nadeel veroorzaakt en de vereiste ernst heeft. Het door de verzoeker aangevoerde nadeel ingevolge de “psychologische impact van de bestreden beslissing” wordt evenmin nader toegelicht of aannemelijk gemaakt en kan ook daarom alleen al niet worden aangenomen. 3.6. Uit de door de tussenkomende partij bijgebrachte foto’s blijkt overigens dat op de perceelsgrens met verzoekers eigendom inmiddels een afsluiting werd aangebracht die de inkijk in verzoekers woning verhindert, zodat het betoog van laatstgenoemde dat hij “dagdagelijks geconfronteerd wordt met inkijken in zijn woning en dat zijn meest elementaire privacy-rechten geschonden worden”, niet kan worden bijgetreden. 3.7. Verzoekers betoog dat de kwaliteit van zijn woon- en leefwereld door de uitvoering van de vergunde constructies tot nul is herleid, kan, gelet op het voorgaande, niet worden aangenomen. 3.8. Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van Michel DE PUYDT in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-14.082-10/11 Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf mei 2009, door : de H. P. LEFRANC, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. P. LEFRANC. X-14.082-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.178 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div