id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.247 Rolnummer: A. 73903/X-7323 Zaak: Arrest 193247 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 193.247 van 13 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.247 van 13 mei 2009 in de zaak A. 73.903/X-
- In zake : Luc ENGELBORGHS, die woonplaats kiest bij advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc ENGELBORGHS op 7 april 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 februari 1997 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, houdende verwerping van zijn beroep tegen het besluit van 30 mei 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg houdende weigering van de vergunning voor “het oprichten van varkensstallen en een loods” op een perceel gelegen aan de Strijdmakkersstraat te Tongeren (Rutten), kadastraal bekend sectie A nr. 1755/c; Gelet op het arrest nr. 71.915 van 18 februari 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 19 maart 1998 ingediend door de verzoeker; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; X-7323-1/8 Gelet op de beschikking van 20 juni 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GEBOERS die, loco advocaten M. BOES en W. MERTENS verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat K. BOSMANS, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 31 mei 1995 dient de verzoeker een aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundig attest nr. 2 voor “het bouwen van een kweek-, biggen- en vleesvarkensstal en loods” op een perceel gelegen aan de Strijdmakkersstraat te Tongeren (Rutten), kadastraal bekend sectie A, nr. 1755/c. Op 8 september 1995 verleent de gemachtigde ambtenaar een principieel ongunstig advies om reden dat “door de voorstelde inplanting (...) de open ruimte tussen Lauw en Rutten verder (wordt) aangetast”, en dat “verdere aansnijding van de nog vrije ruimte met nieuwbouw-vestigingen (...) op een meer onderbouwde wijze (dient) te gebeuren via een structuurplan voor het buitengebied”. X-7323-2/8 1.
- Op 4 oktober 1995 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg aan de verzoeker de milieuvergunning voor het “exploiteren van een varkensbedrijf” op het voornoemde perceel. 1.
- Op 4 december 1995 dient de verzoeker bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Tongeren een bouwaanvraag in voor het “bouwen van een kweek-, biggen- en vleesvarkensstal en loods” op hetzelfde perceel. Bij besluit van 27 februari 1996 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde bouwvergunning. 1.
- Bij besluit van 30 mei 1996 verwerpt de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg het beroep van de verzoeker tegen voormeld weigeringsbesluit. 1.
- Op 18 juni 1996 stelt de verzoeker beroep in tegen voormeld besluit van de bestendige deputatie bij de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening. Bij het thans bestreden besluit van 27 februari 1997 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening wordt het beroep van de verzoeker verworpen. Dit besluit is gemotiveerd als volgt: “Overwegende dat de oprichting van twee varkensstallen en een loods wordt beoogd; dat de drie constructies worden opgesteld in U-vorm op 6 m van de rechter perceelsgrens en op 28 m uit de as van de voorliggende 2.50 m brede betonverharde weg, de Strijdmakkersstraat; dat de varkensstal links, met een grondoppervlakte van 15.60m bij 60m, een kroonlijsthoogte van 2.80m en een nokhoogte van 4.95m heeft, opgetrokken is met rood getinte gevelsteen en afgedekt wordt door een tentdak in herfstbruine, vezelversterkte golfplaten; dat de loods achteraan, met een grondoppervlakte van respectievelijk 15.60m bij 60m, een kroonlijsthoogte van 5.60 m en een nokhoogte van 7.70m heeft en opgetrokken is met dezelfde voornoemde materialen; dat de varkensstal rechts, met een grondoppervlakte van 50m bij 18.90m, een kroonlijsthoogte van 2.80m en een nokhoogte van 5.40m heeft en opgetrokken is met dezelfde voornoemde materialen, ingeplant wordt op 8 m rechts van de links gelegen varkensstal: Overwegende dat de grond volgens het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 april 1977, gelegen is in het agrarisch gebied; dat zulk gebied, overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, bestemd is voor de landbouw in de ruime zin en behoudens bijzondere bepalingen enkel de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen alsmede de woning van de exploitanten mag bevatten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt en ook de para- agrarische bedrijven; dat voornoemde X-7323-3/8 aanvraag niet strijdt met de vigerende bepalingen van het artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 februari 1972; Overwegende dat, zolang de ordening van het gebied nog niet nauwkeurig is vastgelegd door middel van een bijzonder plan van aanleg, de aanleg, in toepassing van artikel 45 van de gewijzigde stedebouwwet, aan de appreciatiebevoegdheid van de vergunningverlenende overheid, in casu de bij toepassing van artikel 55 § 2 van de stedebouwwet in naam van de Vlaamse regering in hoger beroep uitspraak doende Vlaamse minister, wordt overgelaten, mits inachtname van onder meer de gewestplannen en bovenvermeld koninklijk besluit van 28 december 1972; Overwegende dat de aanvrager mede-uitbater is met zijn vader van het in dezelfde straat op 350m van de bouwplaats gelegen ouderlijk bedrijf (80 ha voornamelijk akkerteelten); dat zij eveneens de grootouderlijke bedrijfszetel nog in gebruik hebben; dat deze gelegen is in woongebied met landelijk karakter in het centrum van Rutten; dat er zich daar 600 varkens en 40 runderen bevinden; dat om redenen van goed nabuurschap en ingesloten ligging de voortzetting van dit bedrijf niet meer wenselijk is; dat de aanvrager hierom een nieuwe varkensbedrijf, waarvan hij samen met het ouderlijk bedrijf de enige bedrijfsopvolger is, wil oprichten; Overwegende dat op 19 september 1995 een stedenbouwkundig attest nr. 2 met ongunstig advies werd afgeleverd; Overwegende dat bij het ouderlijke huis, deels gelegen in een woongebied met landelijk karakter en deels in een agrarisch gebied, nog ruime uitbreidingsmogelijkheden voorhanden zijn; Overwegende dat het hier overigens een akkerbouwgebied betreft dat onlangs door ruilverkaveling werd geherstructureerd waardoor in de buurt van kwestieuze aanvraag reeds een loods en een landbouwbedrijf werden opgericht; dat de gevraagde constructies, beoogd in een open quasi homogeen agrarisch gebied met grote perceelsoppervlakten, de open ruimte tussen Rutten en Lauw verder aantast zodat de reeds bestaande landschapsverstoring onnodig nog wordt versterkt; dat de voorgestelde industrieel ogende inplanting de visuele kwaliteit van dit nochthans nog quasi open gebied bezwaart en aldus de goede ruimtelijke ordening van het gebied in het gevaar brengt; dat de aanvraag uit stedenbouwkundig oogpunt niet kan aanvaard worden”.
- Ten gronde 2.
- Eerste middel 2.1.
- Uiteenzetting van het middel In een eerste middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 2, § 1 en 53, § 3 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en van het gewestplan Sint-Truiden - Tongeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 april
- Hij zet dit middel uiteen als volgt: “Doordat het bestreden besluit de aanvraag verwerpt, hoewel de gebouwen qua bestemming beantwoorden aan de voorschriften van het gewestplan X-7323-4/8 Tongeren - St.Truiden nl. agrarisch gebied, omwille van de bewering dat de gevraagde constructies beoogd worden op een open quasi homogeen agrarisch gebied met grote perceelsoppervlakten en dat door de uitvoering van deze gebouwen de reeds bestaande landschapsverstoring onnodig zou worden versterkt. Verder wijst het besluit nog op de industrieel ogende inplanting die de visuele kwaliteit van dit nochtans open gebied zou bezwaren en aldus de goede ruimtelijke ordening van het gebied in het gevaar zou brengen. Deze motivering is in feite niet juist. Vooreerst moet worden vastgesteld dat, zoals ook in het bestreden besluit worden toegegeven, het verder exploiteren van het bedrijf in het centrum van de gemeente Rutten niet meer mogelijk noch wenselijk is, zodat verwacht kan worden dat bij het verstrijken van de huidige vergunning, het bedrijf aldaar zal moeten worden stopgezet. De suggestie die gedaan is dat de aanvrager zijn bedrijf beter zal inplanten achter de ouderlijke hoeven getuigt van weinig realiteitszin gelet op het feit dat men daar raakt aan het landelijk woongebied en vanzelfsprekend grote weerstand te verwachten is tegen de oprichting van een bedrijf, bestemd voor het houden van varkens aldaar. Genoteerd kan worden dat in het kader van het openbaar onderzoek over de milieuaanvraag nu reeds 2 klachten werden genoteerd waar sprake was van geurhinder. Dit zou a fortiori het geval zijn mocht het bedrijf nog dichter bij de bebouwde kom worden ingepland. Terwijl aldus het bestreden besluit, zo niet bevestigt dan toch de indruk ongemoeid laat dat de huidige bedrijfszetel zal moeten verplaatst worden, weigert het de huidige aanvraag op grond van het ‘open quasi homogeen agrarisch gebied met grote perceelsoppervlakten’. Dit is lijnrecht in tegenspraak met de feitelijke toestand. Zoals uit de bijgebrachte gegevens blijkt werd nog in 1995 en 1996 vergunning verleend voor het oprichten van agrarische gebouwen, nog in de onmiddellijke buurt van het perceel waarvoor de aanvrager zijn vergunning had aangevraagd. Het betreft hier m.n. de bouwvergunningen verleend aan Smeysters en Werelds. Onjuist is dus de feitelijke vaststelling dat het hier zou gaan over een open quasi homogeen agrarisch gebied. Men kan integendeel opmerken dat de inplanting van de nieuwe bedrijfsgebouwen juist op een verantwoorde afstand van de bebouwde kom werd gepland, ver genoeg om geen hinder aan de bewoners te veroorzaken en dicht genoeg om de open ruimte niet verder aan te tasten. Met de redengeving die het bestreden besluit immers zou opgeven, had zeker ook de vergunning Smeysters moeten geweigerd worden aangezien dit bedrijf nog verder weg ligt van de bebouwde kom, aan de Strijdmakkersstraat en had men zeker ook de vergunning aan Werelds moeten weigeren aangezien die aan de andere kant van de weg ligt en ongeveer op gelijke afstand van de bebouwde kom als de beoogde inplanting van het gebouw van de aanvrager. Wat betreft de visuele hinder moet worden vastgesteld dat dit argument niet steekhoudend is aangezien de verzoekende partij bij haar aanvraag tevens een beplantingsplan had gevoegd, waardoor een groenscherm rondom het bedrijf zou worden aangeplant, enerzijds bestaande uit een haag en een windscherm, uit een bosplantsoen bestaande, en aan de andere kant door hoogstammige fruitbomen. (...). Derhalve moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit steunt op onjuiste feitelijke gegevens in zoverre het voorhoudt dat het hier zou gaan om open quasi homogeen landbouwgebied en anderzijds de beweerde visuele hinder, geen reden kan zijn voor de weigering mede gelet op het door de X-7323-5/8 aanvrager voorgestelde groenscherm dat grotendeels zou bestaan uit streekeigen hoogstammige fruitbomen”. 2.1.
- Onderzoek van het middel 2.1.2.
- In het middel voert de verzoeker aan, enerzijds dat het bestreden besluit is gesteund op de onjuiste feitelijke vaststelling dat het hier zou gaan over een open quasi homogeen agrarisch gebied, en anderzijds dat het motief betreffende de visuele hinder niet steekhoudend is, gelet op het voorgestelde groenscherm. 2.1.2.
- Uit de door de verzoeker bij de bouwaanvraag gevoegde fotoreportage en inplantingsplan blijkt dat de minister terecht heeft kunnen oordelen dat het betrokken bouwperceel is gelegen in “een open quasi homogeen agrarisch gebied”. Noch het feit dat de inplanting van de beoogde bedrijfsgebouwen is gelegen op een volgens de verzoeker verantwoorde afstand van de bebouwde kom, noch het feit dat voordien in dat gebied reeds twee bouwvergunningen werden verleend, doen afbreuk aan voormelde vaststelling. In het bestreden besluit wordt overigens ook melding gemaakt van de reeds bestaande constructies. Het bestreden besluit blijkt niet gesteund op onjuiste feitelijke vaststellingen. 2.1.2.
- Wat de visuele hinder betreft moet worden vastgesteld dat het voorgestelde groenscherm er juist op wijst dat de voorgestelde constructies de goede ruimtelijke ordening van het betrokken gebied in het gedrang brengen. Uit het feit dat een groenscherm was voorgesteld kan dan ook niet worden afgeleid dat het bestreden besluit wat de visuele hinder van de aanvraag betreft op onjuiste feitelijke gegevens is gesteund. 2.1.2.
- Het middel is niet gegrond. 2.
- Tweede middel 2.2.
- Uiteenzetting van het middel In een tweede middel voert de verzoeker de schending aan van het gelijkheidsbeginsel. X-7323-6/8 Hij zet dit middel uiteen als volgt: “Doordat in het bestreden besluit, als reden van weigering verwezen wordt naar het open quasi homogeen karakter van de landbouwstreek en de visuele hinder die door het toestaan van de vergunning zou kunnen ontstaan, daar waar nog in 1995 en nog in 1996 2 bouwvergunningen in de onmiddellijke buurt werden verleend die minstens evenzeer, zoniet nog meer in strijd zouden komen met dit open en quasi homogeen karakter van het gebied. Er wordt noch in het bestreden besluit, noch in enig ander stuk van het dossier vermeld waarom vergunningen, die klaarblijkelijk in 1995 en 1996 nog probleemloos konden verleend worden met gunstig advies van de gemachtigde ambtenaar, d.w.z. met gunstig advies van het Vlaamse Gewest, thans niet meer voor verleend kunnen worden. Uit geen enkel gegeven blijkt waarom men nu plots een beleid van vrijwaring van open ruimte zou voorstaan, daar waar een dergelijk beleid ofwel niet bestond in 1995 en 1996 dan wel op dat moment geen reden was om de alsdan door Smeysters en Werelds aangevraagde vergunningen te weigeren. Op zijn minst had de verwerende partij moeten uitleggen waarom zij het roer nu plots omgooit en meent deze vergunning te moeten weigeren. Daar was temeer reden voor omdat, als er al sprake kon geweest zijn van een open en homogeen agrarisch gebied, dit wel het geval was voor de vergunningen aan Werelds en Smeysters werden verleend. Juist door het verlenen van deze vergunningen werd het open en homogeen karakter van het gebied in ruime mate aangetast, zodat dit temeer een reden was om nu uit te leggen waarom men aan de aanvrager de vergunning weigert, daar waar men onder voor de open ruimte nog ongunstiger omstandigheden, de vergunningen wel in een recent verleden heeft verleend”. 2.2.
- Onderzoek van het middel 2.2.2.
- Het gelijkheidsbeginsel kan slechts zijn geschonden indien een verzoeker met feitelijke en concrete gegevens aantoont dat in rechte én in feite gelijke toestanden ongelijk werden behandeld, zonder dat er voor deze ongelijke behandeling een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. 2.2.2.
- Vooreerst dient te worden vastgesteld dat de verzoeker wel verwijst naar “2 bouwvergunningen in de onmiddellijke buurt”, doch nalaat deze voor te leggen en concreet aan te tonen dat het gaat om in rechte en in feite gelijke toestanden. 2.2.2.
- Daarenboven blijkt uit de motivering van het bestreden besluit dat de minister de reeds aanwezige constructies bij zijn beoordeling heeft betrokken, waar hij overweegt dat “in de buurt van kwestieuze aanvraag reeds een loods en een landbouwbedrijf werden opgericht”. Wat de in de aanvraag voorziene varkensstallen en loods betreft overweegt hij echter “dat de gevraagde constructies, beoogd in een open quasi homogeen agrarisch gebied met grote X-7323-7/8 perceelsoppervlakten, de open ruimte tussen Rutten en Lauw verder aantast zodat de reeds bestaande landschapsverstoring onnodig nog wordt versterkt”. Aldus geeft de minister de redenen aan waarom geen nieuwe vergunning meer kan worden verleend. Deze redenen blijken niet kennelijk onredelijk te zijn. 2.2.2.
- Het middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7323-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.247 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.71.915 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div