← België

Arrest 193266 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.266 Rolnummer: A. 76567/X-11305 Zaak: Arrest 193266 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-22 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:06 Fiche Arrest nr 193.266 van 13 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.266 van 13 mei 2009 in de zaak A. 76.567/X-11.

  1. In zake : Gustave SARON, die woonplaats kiest bij advocaat F. DINNEWETH, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Cordoeaniersstraat 17 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat F. DE BISSCHOP, kantoor houdende te 9255 BUGGENHOUT, Provincialebaan
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gustave SARON op 1 december 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 september 1997 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling waarbij de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeente Knokke-Heist van openbaar nut wordt verklaard; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 3 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 16 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; X-11.305-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. DEVERS, die loco advocaat F. DINNEWETH verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. VANDENDAEL, die loco advocaat F. DE BISSCHOP verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Feiten
  4. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de echtgenote van de verzoeker, eigenares is van een perceel gelegen te Knokke-Heist, Natiënlaan, kadastraal bekend 10de afdeling, sectie A, nr 116/n. 1.
  5. Op 23 april 1997 vraagt de n.v. AQUAFIN een ministerieel besluit aan tot verklaring van openbaar nut voor het aanleggen en exploiteren van collectoren op het grondgebied van de gemeente Knokke-Heist (project nr. 96.520 : PS + PL Isabellavaart te Knokke-Heist). 1.
  6. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek wordt namens de verzoeker en zijn echtgenote op 19 en 20 juni 1997 een schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist. Daarin wordt op het volgende gewezen : “(...), door deze inplanting verliest het perceel nagenoeg 3/4 van de straatbreedte, wat de bruikbaarheid en de waarde van het volledige perceel vanzelfsprekend sterk doet dalen. Het is volstrekt onlogisch dat het tracé van de voorziene pijpleiding ter hoogte van perceel 74 c en 87 L, plots zuidwaarts afbuigt, in plaats van rechtdoor langs de Isabellavaart te lopen tot aan de Natiënlaan. Het is veel meer opportuun om het pompstation te voorzien op perceel 118 f, waar toch reeds een zekere depreciatie is door de aanwezigheid van een vervallen steenbakkerij, en waardoor de lengte van de pijpleiding kan worden beperkt. Indien toch inplanting van het pompstation zou worden weerhouden op het perceel nr. 116 n (...), is het veel minder schadelijk dat deze wordt voorzien X-11.305-2/5 langs de zuidgrens van dit perceel, namelijk in de hoek achter de gebouwen van garage Gheeraert”. In het schrijven van 20 juni 1997 wordt hieraan nog toegevoegd dat het perceel nr. 116/n omsloten is met een omheining bestaande uit vaste betonpalen. 1.
  7. Met een brief van 25 juli 1997 antwoordt de n.v. AQUAFIN aan de raadsman van de verzoeker en zijn echtgenote “dat het voorgestelde tracé om de persleiding aan te leggen op de percelen 87h, 87g en 118f, niet haalbaar is omwille van het feit dat de doorgang tussen de Isabellavaart en de woning te smal is om geen schade aan de woning te berokkenen. De bouw van het pompstation op een van deze percelen zal tevens een meerkost met zich brengen naar uitvoering toe en een belangrijke minwaarde aan de woningen, nl. een meerkost van circa 840.000,-Bef. * 70 m extra aanleg toegangsweg aan 5.000,- Bef = 350.000,-Bef * extra telefoon en electriciteitskabel over 70 m aan 1.000,-Bef per kabel = 140.000,-Bef * de vervanging van de persleiding i 500 door i 1000 gravitair als toegangsleiding naar het pompstation = (15.000,-Bef - 10.000,-Bef) x 70m = 350.000,-Bef Het perceel 116n is stedebouwkundig gesitueerd in de zone recreatiegebied en is in gebruik als weiland. Op de coördinatievergadering van 12 november 1996 werd tevens de inplanting van het pompstation grondig besproken met het gemeentebestuur, de provinciale technische dienst, de ZWIN-polder en de Vlaamse Gemeenschap afdeling Water”. 1.
  8. Op 30 mei 1997 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist gunstig advies te verlenen. Op 5 juni 1997 verleent ook de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een gunstig advies. Op 4 september 1997 verleent AMINAL een gunstig advies. 1.
  9. Op 15 september 1997 word het thans bestreden besluit genomen. 1.
  10. Op 25 november 1997 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling een ministerieel besluit houdende machtiging tot onteigening door de n.v. AQUAFIN van de onroerende goederen nodig voor de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinstallatie te Knokke-Heist. X-11.305-3/5
  11. Ontvankelijkheid 2.
  12. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring en de memorie van wederantwoord Gustave Saron en Godelieva Dujardin als verzoekende partijen vermelden maar dat geen gevolg werd gegeven aan het verzoek van de Raad van State bij brief van 11 december 1997 om het verzoekschrift op beider naam ter rol te doen stellen zodat het verzoekschrift slechts op naam van Saron op de rol werd gebracht. 2.
  13. Voorts blijkt dat de onteigeningsprocedure tegen Godelieva Dujardin als eigenares van inneming 71 voor de vrederechter geleid heeft tot een vonnis van 27 mei 1998 waarbij een provisionele onteigeningsvergoeding werd bepaald die gestort werd op de Deposito- en Consignatiekas, en vervolgens tot een vonnis van 8 januari 1999 waarbij de voorlopige onteigeningsvergoeding werd bepaald. Door de uitwerking van het onteigeningsvonnis dat vaststelt dat alle door de wet voorgeschreven voorwaarden en vormvereisten in acht zijn genomen, gaat het eigendomsrecht definitief en zonder voorbehoud over van het vermogen van de titularis van dat recht, te dezen de echtgenote van de verzoeker, naar het vermogen van de onteigenaar. De herzieningsprocedure die werd ingeleid door de onteigenaar heeft dan geleid tot het vonnis van 8 november 2002 van de rechtbank van eerste aanleg waarin de door de echtgenote van de verzoeker opgeworpen onregelmatigheid van het besluit van 25 november 1997 van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling houdende machtiging tot onteigening van haar voornoemd perceel werd verworpen en met betrekking tot de herziening van de voorlopig bepaalde onteigeningsvergoeding een deskundigenonderzoek werd bevolen. 2.
  14. Op de vraag, die de verzoeker namens de kamervoorzitter bij brief van 30 oktober 2008 werd gesteld, of hij nog een actueel belang heeft en of er zich intussen nieuwe feitelijke of juridische ontwikkelingen hebben voorgedaan die een weerslag kunnen hebben op de oplossing van de zaak, antwoordde de raadsman van de verzoeker enkel dat hij “nog steeds een actueel belang (heeft) gezien de parallelle onteigeningsprocedure nog niet werd afgerond”. Door louter te affirmeren dat de verzoeker nog een actueel belang heeft omwille van de hangende onteigeningsprocedure waarin hijzelf geen procespartij is en de tweede vraag onbeantwoord te laten en aldus de rechter zijn medewerking te onthouden, geeft de verzoeker in de gegeven omstandigheden blijk van een gebrek aan belangstelling X-11.305-4/5 voor en actueel belang bij het door hem ingediende beroep. Ambtshalve dient te worden vastgesteld dat de verzoeker niet doet blijken van het door de wet vereiste belang en dat het beroep niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.305-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.266 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.