id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.288 Rolnummer: A. 173080/X-12830 Zaak: Arrest 193288 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 03:07 Fiche Arrest nr 193.288 van 14 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 193.288 van 14 mei 2009 in de zaak A. 173.080/X-12.
- In zake :
- Michel PERSOONS,
- Marie VIDTS,
- Willy PERSOONS, wonende te 9506 SCHENDELBEKE, Dagmoedstraat 51 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Energie, die woonplaats kiest bij advocaten P. HOFSTRÖSSER en B. SCHUTYSER, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan
- tussenkomende partij : de n.v. FLUXYS, die woonplaats kiest bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Michel PERSOONS, Marie VIDTS en Willy PERSOONS op 8 mei 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Koninklijk Besluit van 5 maart 2006 waarbij de oprichting van installaties voor het vervoer van aardgas door middel van leidingen die private gronden bezetten op het grondgebied van de gemeenten Brakel, Lierde, Geraardsbergen en Ninove (vervoersinstallaties ND 500 HD Brakel (ontspanning) - Haaltert van openbaar nut wordt verklaard”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 10 juli 2006 ingediend door de n.v. FLUXYS; Gelet op de beschikking van 29 augustus 2006 die de tussenkomst van n.v. FLUXYS toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-12.830-1/4 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partijen op 8 oktober 2008; Gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de eerste verzoekende partij van 3 januari 2009, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 23 maart 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 mei 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de eerste en tweede verzoekende partijen, van advocaat S. VAN HOECKE, die loco advocaten P. HOFSTRÖSSER en B. SCHUTYSER verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat T. DREIER, die loco advocaat P. PEETERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord adjunct-auditeur P. ’T KINDT, daartoe gemachtigd bij beslissing van 2 april 2009 van de adjunct auditeur-generaal, in zijn eensluidend advies. Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag X-12.830-2/4 aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Dit wordt door de verzoekende partijen niet betwist. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De eerste en tweede verzoekende partijen hebben ter terechtzitting geen argumenten aangebracht waaruit blijkt dat in casu geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 21, zesde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De derde verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij; X-12.830-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien mei 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.830-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.288 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div