← België

Arrest 193290 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.290 Rolnummer: A. 170714/X-12720 Zaak: Arrest 193290 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 14/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 03:07 Fiche Arrest nr 193.290 van 14 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 193.290 van 14 mei 2009 in de zaak A. 170.714/X-12.

  1. In zake :
  2. Johan SYS, wonende te 9032 GENT, Kolegemstraat 211
  3. Lieve VAN DEN BERGHEM, (overleden) Rechtsgeding hervat door:
  4. Jonny SYS, wonende te 9032 GENT, Kolegemstraat 211,
  5. Kathelijne SYS, wonende te 9032 GENT, Kolegemstraat 211,
  6. Gwen SYS wonende te 9260 WICHELEN, Watermolenweg
  7. tegen :
  8. de stad GENT,
  9. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  10. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan SYS en Lieve VAN DEN BERGHEM op 2 maart 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 januari 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent waarbij aan de cvba Style & Concept de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een meergezinswoning (appartement) met garages op een perceel gelegen te Gent- Wondelgem, Kolegemstraat, kadastraal bekend, sectie B, nrs. 498/f en 496/m; Gelet op het arrest nr. 160.591 van 27 juni 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-12.720-1/4 Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 4 juli 2006; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partijen van 7 september 2006, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gezien het uittreksel uit het register der overlijdensakten van de stad Gent waaruit blijkt dat de tweede verzoekster op 19 maart 2008 is overleden; Gezien het op 13 maart 2009 ingediende verzoekschrift waarbij Jonny SYS, Kathelijne SYS en Gwen SYS verklaren het geding te hervatten voor de tweede verzoekster; Gelet op de beschikking van 19 december 2008 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 30 januari 2009, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 13 maart 2009; Gelet op de beschikking van 6 maart 2009 houdende intrekking van de beschikking tot vaststelling op de terechtzitting van 13 maart 2009 en houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 mei 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. LACHAERT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat E. DE VYLDER, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur P. ’T KINDT, daartoe gemachtigd bij beslissing van 2 april 2009 van de adjunct auditeur-generaal, in zijn eensluidend advies. Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-12.720-2/4 OVERWEEGT WAT VOLGT : De Hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Het staat buiten betwisting, dat de verzoekende partijen niet binnen de termijn, waarin zij om de voortzetting van de procedure konden vragen, de toentertijd vereiste fiscale zegels hebben aangebracht.De algemene vergadering van de afdeling administratie van de Raad van State heeft in het arrest nr. 129.110 van 10 maart 2004 inzake de NV STEVAN en in de arresten nrs. 129.111 en 129.112 van dezelfde datum inzake VAN DE VELDE en NUYENS aangenomen dat het aanbrengen van de fiscale zegels een substantieel vormvoorschrift betreft waarvan de miskenning de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast en dat uit de samenlezing van de artikelen 70, § 1, tweede lid en 71, eerste lid, b), van het algemeen procedurereglement volgt dat de vereiste zegels in principe moeten zijn aangebracht op het moment waarop het verzoek tot voortzetting bij de Raad van State wordt ingediend en in elk geval vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen dat moet gebeuren. De Raad van State valt voor de onderhavige zaak die redenering bij; Daaruit volgt dat de verzoekende partijen niet regelmatig de voortzetting van de procedure hebben gevraagd. Overeenkomstig artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, geldt tegen hen dan ook een vermoeden van afstand van geding. De verzoekende partijen hebben ter terechtzitting geen argumenten aangebracht waaruit blijkt dat in casu geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 17, § 4ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. X-12.720-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  11. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  12. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de eerste verzoekende partij en de nalatenschap van de tweede verzoekende partij, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien mei 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.720-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.290 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.591 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.