← België

Arrest 193392 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.392 Rolnummer: A. 76895/IX-898 Zaak: Arrest 193392 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-25 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:08 Fiche Arrest nr 193.392 van 18 mei 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.392 van 18 mei 2009 in de zaak A. 76.895/IX-

  1. In zake : Jacques VAN DEN STEEN, wonende te EREMBODEGEM, Ten Bos 15 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jacques VAN DEN STEEN op 23 december 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de directeur-generaal van de administratie der directe belastingen van 15 december 1997, waarbij : - hij wordt aangewezen als dienstleider van de directie V/3, samen met L. HOUTHOOFD, directeur; - Pl. COUSIN, eerste attaché van financiën, wordt aangewezen als leidend ambtenaar van de directie V/5; - L. GEERTS, eerstaanwezend inspecteur, wordt aangewezen voor de directie V/5; Gelet op het arrest nr. 72.401 van 12 maart 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 10 april 1998 door de verzoekende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 5 juli 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-898-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 25 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 mei 2009; Gehoord het verslag van D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Feiten 1.
  3. Verzoeker stond aan het hoofd van de directie V/5 van het Hoofdbestuur van de Administratie der Directe Belastingen. Deze directie, die belast is met allerlei uitvoeringstaken (dactylografie, verkoop publicaties, drukwerk, bibliotheek, ...), bestaat volgens het door verwerende partij voorgelegde organisatieschema uit een tachtigtal personeelsleden, allen uitvoerend personeel. 1.
  4. In de loop van de maand november 1997 sturen personeelsleden van de dienst dactylografie een anonieme klachtbrief omtrent verzoekers wijze van optreden ten overstaan van het personeel van deze dienst, naar de directeur-generaal. In de daaropvolgende weken nemen verschillende andere personeelsleden van die directie, waaronder ook personeelsleden van de dienst dactylografie, in nota's aan de directeur-generaal de verdediging op van verzoeker, of distantiëren zij zich minstens uitdrukkelijk van die klachtbrief. In tegenstelling tot de klagers maken zij wel hun identiteit bekend. IX-898-2/6 1.
  5. Op 10 december 1997 overhandigt de directeur-generaal die klachtbrief aan verzoeker. Tegelijkertijd wordt hem meegedeeld dat hij een nieuwe affectatie krijgt. 1.
  6. Bij dienstorder van 15 december 1997 worden een aantal personeels- en bevoegdheidsherschikkingen doorgevoerd, waaronder ook een wijziging in de affectatie van verzoeker. Hij wordt van zijn functie van leidend ambtenaar van de directie V/5 ontheven, om samen met L. Houthoofd, die eveneens directeur is, de leiding te nemen van de directie V/
  7. Hij wordt als leidend ambtenaar bij V/5 opgevolgd door eerste attaché Pl. Cousin, terwijl ook eerstaanwezend inspecteur L. Geerts, die voordien geaffecteerd was bij de directie V/3, overgaat naar de directie V/
  8. 1.
  9. Bij koninklijk besluit van 1 mei 1999 wordt verzoeker bevorderd tot auditeur-generaal met ingang van 1 juni
  10. Ontvankelijkheid van het beroep 2.
  11. Ter terechtzitting werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid op. Zij voert aan dat verzoeker niet langer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang, nu hij bij koninklijk besluit van 1 mei 1999 werd benoemd tot auditeur-generaal van financiën, bij de centrale diensten van de Administratie der Directe Belastingen, met ingang van 1 juni
  12. Zij voegt daaraan toe dat inmiddels de verschillende directies van het Ministerie van Financiën werden gereorganiseerd. 2.
  13. Artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de beroepen tot nietigverklaring voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht door elke partij die doet blijken van een benadeling of een belang. Het belang moet bestaan, niet alleen op het ogenblik van het instellen van het beroep, maar ook bij de uitspraak daarvan. Gelet op de niet-betwiste omstandigheid dat voornoemde anonieme klachtbrief (overweging 1.2.) kritieken en verwijten bevat aan het adres van verzoeker, die niet werden onderzocht en die geen steun vinden in het administratief dossier, doet verzoeker in elk geval nog steeds blijken van een moreel belang bij zijn beroep tot nietigverklaring. IX-898-3/6 De exceptie wordt verworpen. Ten gronde 3.
  14. Verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelin- gen. Hij werkt dit middel uit als volgt: “Artikel 1 van de wet van 29 juli 1991 omschrijft het begrip “bestuurshandeling” waarvoor de uitdrukkelijke motiveringsplicht geldt als de eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur. De aangevochten beslissing heeft zonder twijfel rechtsgevolgen, meer bepaald nadelige gevolgen, voor verzoeker zodat zij uitdrukkelijk dient te worden gemotiveerd. Deze motivering welke afdoende moet zijn, moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de basis liggen van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing is, in de werkelijke zin van het woord..., helemaal niet gemotiveerd. Er wordt zelfs niet verwezen naar de naamloze nota van de dienst dactylografie van november
  15. Het is raden en gissen. (...).” 3.
  16. Verwerende partij antwoordt dat de formele motiveringsplicht in casu niet van toepassing is, daar het niet gaat om een administratieve rechtshandeling in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, aangezien de bestreden beslissing betrekking heeft op organisatorische maatregelen, met als finaliteit de goede werking van de dienst. Verwerende partij voegt daaraan toe dat de aangevochten beslissing niet gefundeerd is op de naamloze nota van november 1997 van de dienst dactylografie gericht aan de directeur-generaal. Volgens verwerende partij diende deze nota in het kader van de aangevochten beslissing niet onderzocht te worden, nu er zich toch een herschikking van de diensten aandient. De nota werd aan verzoeker zonder meer meegedeeld door de directeur-generaal. IX-898-4/6 3.3.
  17. Verzoeker repliceert als volgt : “Ten onrechte houdt verwerende partij voor dat de bestreden maatregel een zuiver organisatorische maatregel is. Deze maatregel heeft, wat verzoeker betreft, en rekening gehouden met de voorgaanden, meer bepaald de ‘nota-klachtbrief’, uiterst nadelige rechtsgevolgen voor verzoeker die, van directie V/5 wordt gedegradeerd tot bijstander van de directieleider van de directie V/
  18. Verzoeker kan maar vaststellen dat de bestreden maatregel, in feite, minstens, [als] een ordemaatregel, houdende al dan niet voorlopige degradatie, formeel diende te worden gemotiveerd al weze het maar, het standpunt van verwerende partij aannemende, om duidelijk te stellen, ten aanzien van collega’s van verzoeker en personeelsleden, dat geen enkel oorzakelijk verband bestond tussen de bestreden maatregel en de klachtbrief van enkele, niet nader geïdentificeerde personeelsleden van de directie V/5 waarvan verzoeker eerder de leiding waarnam.” 3.4.
  19. De bestreden beslissing tot overplaatsing van verzoeker is, zoals blijkt uit de chronologie van de feiten (overwegingen 1.2 - 1.4), minstens gedeeltelijk gegrond op het persoonlijk gedrag van verzoeker. De maatregelen, vervat in de bestreden beslissing, blijken aldus meer te zijn dan een loutere maatregel van inwendige orde. Als zodanig zijn die maatregelen dan ook onderworpen aan de verplichting tot formele motivering, opgelegd bij de in het middel ingeroepen wet van 29 juli
  20. 3.4.
  21. De bestreden beslissing die zich aandient als dienstorder, met “onmiddellijke inwerkingtreding”, bevat geen enkel motief voor de overplaatsing van verzoeker. 3.4.
  22. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Vernietigd wordt de beslissing van de directeur-generaal van de administratie der directe belastingen van 15 december 1997, waarbij Jacques VAN DEN STEEN, directeur, wordt aangewezen als dienstleider van de directie V/3 samen met L. HOUTHOOFD, directeur en Pl. COUSIN, eerste attaché van financiën, wordt aangewezen als leidend ambtenaar van de directie V/5 en L. Geerts, eerstaanwezend inspecteur, wordt aangewezen voor de directie V/
  24. IX-898-5/6 Artikel
  25. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 mei 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-898-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.392 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.72.401 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.