← België

Arrest 193424 - Plannen van aanleg - 19/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.424 Rolnummer: Zaak: Arrest 193424 - Plannen van aanleg - 19/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-05-29 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:08 Fiche Arrest nr 193.424 van 19 mei 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging Verwerping Samenvoeging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.424 van 19 mei 2009 in de zaken A. 170.905/X-12.

  1. (I) A. 170.906/X-12.
  2. (II) A. 170.907/X-12.
  3. (III) I. In zake :
  4. Chris WALTHÉRY,
  5. Cynthia WALTHÉRY,
  6. Henriette VAN DE KELFT,
  7. Marie-Josée VAN DE KELFT(overleden), Rechtsgeding hervat door :
  8. Robert BODSON,
  9. Paul BODSON, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen :
  10. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160,
  11. de gemeente EDEGEM, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  12. II. In zake : de b.v.b.a. ILPALONA, die woonplaats kiest bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen :
  13. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160,
  14. de gemeente EDEGEM, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  15. X-12.727-12.728-12.729-1/13 III. In zake : de n.v. VERMEULEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen :
  16. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160,
  17. de gemeente EDEGEM, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  18. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Chris WALTHERY, Cynthia WALTHERY, Henriette VAN DE KELFT en Marie-Josée VAN DE KELFT op 10 maart 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 2 december 2005 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van de volledige herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Terelst” genaamd, deel Zuid en deel Noord, van de gemeente Edegem, bestaande uit een plan van de bestaande en juridische toestand, een bestemmingsplan deel Zuid en deel Noord met bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften en een bijbehorend onteigeningsplan, met uitsluiting van de in blauw omrande delen op het bestemmingsplan deel Zuid en de in blauw omrande delen op het bijbehorend onteigeningsplan; (zaak I. A.170.905) Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. ILPALONA op 10 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde bestreden besluit; (zaak II. A.170.906) Gezien het verzoekschrift dat de n.v. VERMEULEN op 10 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van hetzelfde bestreden besluit; (zaak III. A.170.907) X-12.727-12.728-12.729-2/13 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord in de drie zaken; Gezien de verslagen opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL in de drie zaken; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gezien de laatste memories van de verwerende partijen in de zaak sub I; Gezien de laatste memories in de zaken sub II en III; Gelet op de beschikkingen van 8 en 9 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 februari 2009 voor de drie zaken; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS in de drie zaken; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL in de drie zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  19. De samenvoeging De beroepen zijn dermate verknocht dat het in het raam van een goede rechtsbedeling past de zaken samen te voegen. X-12.727-12.728-12.729-3/13
  20. De rechtspleging Met een verzoekschrift van 10 februari 2009 verklaren Robert BODSON en Paul BODSON het geding te hervatten voor Marie-Josée VAN DE KELFT in de zaak A. 170.905/X-12.
  21. De gegevens van de zaken 3.
  22. De verzoeksters in de zaak A.170.905 zijn eigenaar van een terrein gelegen aan de Richard Goossensstraat te Edegem, kadastraal bekend sectie C, nrs. 253/r. Op 18 mei 1999 sloot de verzoekende partij in de zaak A.170.906 een optionele koopovereenkomst met de derde en de vierde verzoekster in de zaak A.170.905 aangaande het voornoemde perceel nr. 253/r. De verzoekende partij in de zaak A.170.907 werd “in het kader van de verdere tenuitvoerlegging van deze overeenkomst” door de verzoekende partij in de zaak A.170.906 aangezocht tot uitvoering der werken voor de optrek van 6 woningen op deze eigendom. 3.
  23. De voormelde percelen zijn, volgens het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen, gelegen in woongebied. Dit terrein ligt tevens binnen het beheersingsgebied van het bij koninklijk besluit van 27 februari 1991 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Terelst”. 3.
  24. Bij besluit van 16 maart 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Edegem wordt een verkavelingsvergunning afgeleverd, nadat de gemeenteraad van de gemeente Edegem, op 25 februari 1999, het voorziene wegentracé had goedgekeurd. 3.
  25. Op 28 juni 2001 beslist de gemeenteraad van de gemeente Edegem het ontwerp van bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Terelst”, zesde gedeeltelijke herziening, en het bijbehorende onteigeningsplan, voorlopig aan te nemen. 3.
  26. Blijkens de aanhef van voormeld besluit heeft die gedeeltelijke herziening betrekking op een gedeelte van voornoemd bijzonder plan van aanleg dat “wordt afgebakend door Meester Richard Goossensstraat, Boerenlegerstraat, X-12.727-12.728-12.729-4/13 Leonardo da Vincilaan en Terelststraat”, zijnde een binnengebied van voormeld plan van aanleg met een woonbestemming. Artikel 2 van voormeld gemeenteraadsbesluit bepaalt wat volgt: “Artikel 2 : De vergunning van 16 maart 1999 tot het verkavelen van gronden, gelegen aan de Meester Richard Goossensstraat, kadastraal gekend : 2de afdeling - sectie C - nrs. 253 r en 272 b, op te heffen om de volgende redenen : - De verkaveling is gelegen in een relict van een typisch elzen-essenbos met een zeer oude bosbodem vol typische bosvegetatie in een ijzerhoudende kwelzone van het brongebied van de vroegere Dorpsloop en wordt bestempeld als een waardevol vegetatietype ‘Elzen-essenbos van bronnen en bronbeken’, zoals bedoeld in bijlage V van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998; - De simulaties tijdens de opmaak van het gemeentelijk Totaal Rioleringsplan hebben uitgewezen dat de hydraulische verhanglijn in de Meester Richard Goossensstraat peilen kan bereiken tot 58 à 69 centimeter boven het straatniveau. In combinatie met de aanwezige krachtige en diepe kwel, zal de waterhuishouding op de verkaveling zodoende blijvend worden gevoed zonder dat noch drainage, noch de inbuizing van de Dorpsloop hier iets aan kan veranderen. Bovendien zal een eventuele ophoging van de betreffende percelen zowel voor de verkaveling als voor de onmiddellijke buurtbewoners grote problemen opleveren”. 3.
  27. Op 7 oktober 2004 beslist de gemeenteraad van de gemeente Edegem het ontwerp van BPA nr. 2 “Terelst” zevende en volledige herziening en het bijbehorende onteigeningsplan, voorlopig aan te nemen. 3.
  28. Hoewel, blijkens de toelichtingsnota bij de zevende volledige herziening, de voormelde zesde gedeeltelijke herziening mede “wordt opgenomen om verder de officiële procedure te doorlopen” én het de bedoeling is om, onder meer de voormelde verkavelingsvergunning van 16 maart 1999 “op te heffen”, rept voormeld gemeenteraadsbesluit, anders dan voornoemd gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2001, met geen woord omtrent die voorgenomen opheffing. 3.
  29. Tijdens het omtrent dit voorlopig plan van 18 oktober 2004 tot en met 16 november 2004, gehouden openbaar onderzoek, dienen de derde en vierde verzoeksters in de zaak A.170.905 een bezwaarschrift in, waarin zij onder meer aanvoeren dat zij zich verzetten tegen de herbestemming van hun eigendom “tot groenzone met ecologische en landschappelijke waarde” en waarbij zij stellen dat de ter inzage liggende plannen niet gedateerd, noch ondertekend zijn. X-12.727-12.728-12.729-5/13 3.
  30. Blijkbaar ingevolge de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren beslist de gemeenteraad van de gemeente Edegem op 24 maart 2005, een aangepaste zevende en volledige herziening met bijbehorend onteigeningsplan voorlopig aan te nemen “onder de volgende voorwaarde: De breedte van de groenzone met ecologische en landschappelijke waarde, gelegen op het gedeelte tussen Leonardo da Vincilaan, de voormalige Dorpsloop en de percelen Terelststraat 132 tot en met 138, dient te worden gewijzigd van 20 meter naar 5 meter”. 3.
  31. Hoewel, blijkens de toelichtingsnota bij de zevende volledige herziening, de voormelde zesde gedeeltelijke herziening mede “wordt opgenomen om verder de officiële procedure te doorlopen” en het de bedoeling is, onder meer de voormelde verkavelingsvergunning van 16 maart 1999 “op te heffen”, rept ook het gemeenteraadsbesluit van 24 maart 2005, anders dan meergenoemd gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2001, met geen woord omtrent die voorgenomen opheffing. 3.
  32. Tijdens het omtrent dit voorlopig plan, van 13 april 2005 tot en met 12 mei 2005, gehouden openbaar onderzoek worden 13 bezwaarschriften ingediend, die in het advies van 31 mei 2005 van de GECORO worden onderzocht en besproken. 3.
  33. Op 23 juni 2005 neemt de gemeenteraad van de gemeente Edegem de zevende en volledige herziening van het BPA nr. 2 “Terelst”, na behandeling en weerlegging van de ingediende bezwaren en opmerkingen en met inbegrip van het bijgevoegde onteigeningsplan definitief aan. In de aanhef van dit besluit wordt vermeld dat onder meer meergenoemde verkavelingsvergunning van 16 maart 1999, volledig dient te worden opgeheven omdat zij strijdig is met de in het BPA vooropgestelde ordening van het plangebied. 3.
  34. Op 2 december 2005 keurt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening de volledige herziening van het BPA nr. 2 “Terelst” genaamd, van de gemeente Edegem goed. Dit is het bestreden besluit in de drie zaken. X-12.727-12.728-12.729-6/13
  35. De ontvankelijkheid in de zaak A.170.905 4.1.
  36. De tweede verwerende partij werpt de volgende exceptie op ten aanzien van de verzoeksters : “
  37. Wijlen Prof. William LAMBRECHTS omschrijft het belang ‘als het voordeel dat de verzoeker verwacht uit het verdwijnen van het nadeel dat voor hem is ontstaan uit het bestreden besluit, welke verdwijning het verhoopte gevolg is van de gevorderde vernietiging’. Het is een vaste rechtspraak van Uw Raad dat een verzoeker een belang dient te hebben bij de vordering op zich, alsook bij elk der aangevoerde middelen.
  38. De vernietiging van de aangevochten akte moet aan de verzoekende partij derhalve ook een voordeel verschaffen, ze moet een nuttig effect ressorteren. Blijkt dat de eventueel tussen te komen vernietiging de verzoeker geen nuttig gevolg oplevert, dan zal het beroep bij gebrek aan belang worden afgewezen.
  39. Wordt het belang van verzoekende partijen door de andere partijen betwist, dan komt het de verzoekende partijen toe iedere twijfel op dit punt weg te nemen. Tweede verwerende partij betwist het belang van verzoekende partijen, en zal dit standpunt hierna uitvoerig uiteen zetten.
  40. Op 28 juni 2001 (wordt) door de gemeenteraad van Edegem, na voorafgaand advies van de gemeentelijke commissie van advies voor ruimtelijke ordening en op basis van het algemeen belang, met algemeenheid van stemmen voorlopige goedkeuring gegeven aan de 6de gedeeltelijke wijziging van het BPA nr. 2 ‘Terelst’. In artikel 2 van hetzelfde besluit werd besloten de verkavelingvergunning 16 maart 1999 op te heffen. De zevende herziening is de verderzetting en voltooiing van de zesde herziening van het betreffende BPA. Verzoekende partijen kennen de besluiten m.b.t. de zesde herziening. Zij hebben er nooit enig rechtsmiddel tegen aangewend. Dit kan moeilijk anders worden beoordeeld dan als een verder gebrek aan belang. Meteen werd door de gemeente overigens geopteerd voor ruiling of aankoop van de gronden teneinde privatieve schade te vermijden in hoofde van de verzoekende partijen. Daaruit volgt dat hoe die partijen geen schade kunnen lijden. Verzoekende partijen kunnen geen voordeel halen uit de vernietiging van het bestreden besluit. Het gevolg is dat er geen belang is bij huidige vordering.
  41. Het is vaste rechtspraak van Uw Raad dat het belang, als één van de ontvankelijkheidvoorwaarden, de openbare orde raakt. De Raad van State wijst dan ook ambtshalve op het gemis aan belang in hoofde van de verzoekende partijen, zelfs zo de andere partijen hierop niet zouden wijzen.
  42. Artikel 19, eerste lid, van de R.v.St.-wet vereist niet enkel dat de verzoekende partij over het vereiste belang beschikt tot het instellen van een vernietigingsvordering, hij moet van dit belang eveneens doen blijken. Het komt aan de verzoekende partij toe om het bestaan van een belang aan te tonen en eventuele twijfel daaromtrent weg te nemen. Laat de verzoeker dit na, of slaagt hij er niet in de twijfel op dat punt weg te nemen, dan is het beroep niet ontvankelijk. Krachtens de rechtspraak van Uw Raad dient het belang bovendien te worden uiteengezet in het verzoekschrift tot nietigverklaring. In het verzoekschrift wordt met geen woord over het belang gerept.
  43. Door het gemis aan belang is de vordering niet ontvankelijk”. X-12.727-12.728-12.729-7/13 4.1.
  44. De eerste verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord dezelfde exceptie op. 4.
  45. Het wordt niet betwist dat de verzoeksters eigenaar zijn van een terrein gelegen aan de Richard Goossensstraat te Edegem, kadastraal bekend sectie C, nr. 253/r, binnen de perimeter van het bestreden bijzonder plan van aanleg. De bestemming van deze grond wordt ingevolge het bestreden besluit gewijzigd van zone voor gegroepeerde woningbouw in groenzone met ecologische en landschappelijke waarde, en bovendien wordt middels het bestreden besluit de hun op 16 maart 1999 verleende verkavelingsvergunning opgeheven. Bijgevolg beschikken de verzoeksters over het rechtens vereiste belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. De omstandigheid dat de verzoeksters “nooit enig rechtsmiddel (hebben) aangewend (tegen)” “de besluiten m.b.t. de zesde herziening”, kan hun het belang bij de gevraagde vernietiging niet ontnemen. Ook het loutere feit dat de verzoeksters “nagelaten” hebben in hun bezwaarschrift hun bezwaar te uiten over de opheffing van de verkavelingsvergunning, vermag daar niets aan te veranderen. De exceptie kan niet worden aangenomen.
  46. De gegrondheid van het beroep A. 170.905 5.
  47. De verzoeksters voeren in een eerste middel het volgende aan : “Eerste middel, genomen uit de schending van artikel 41 van het decreet houdende de organisatie van de stedenbouw, gecoördineerd bij Decreet dd. 22 oktober 1996, Doordat, het bestreden besluit vermeldt dat ‘alle verkavelingen binnen het BPA worden opgeheven en vervangen door de bepalingen van het BPA ‘Terelst’, dat dit uitdrukkelijk bepaald is in het gemeenteraadsbesluit van de definitieve vaststelling van het BPA conform artikel 41 van het Decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996’ Terwijl, uit de stukken van het dossier blijkt dat in (de) gemeenteraadsbeslissing dd. 24 maart 2005, waarbij de zevende herziening van het BPA Terelst voorlopig werd aangenomen er geen enkele sprake is van de vernietiging van de binnen de perimeter van het BPA gelegen verkavelingen, zodat deze vernietiging helemaal niet het voorwerp heeft uitgemaakt van het openbaar onderzoek over het voorlopig aangenomen ontwerp-BPA En terwijl, conform artikel 41 van het op 22 oktober 1996 gecoördineerde stedenbouwdecreet verkavelingsvergunningen voor het deel dat niet vervallen is, enkel kunnen herzien of vernietigd worden door de definitieve vaststelling van een gewestplan of aanneming van een gemeentelijk bijzonder plan van aanleg op voorwaarde dat dit bij de voorlopige en de definitieve vaststelling of aanneming van het plan uitdrukkelijk bepaald is. X-12.727-12.728-12.729-8/13 En terwijl, artikel 41 waarvan ter opheffing van de binnen de perimeter van het BPA Terelst gelegen verkavelingen blijkens de tekst van het bestreden besluit gebruik wordt gemaakt, overigens enkel voorziet in de mogelijkheid tot de herziening of de vernietiging van verkavelingen, doch niet in de opheffing van verkavelingen, Zodat, het bestreden besluit door in toepassing van artikel 41 van het op 22 oktober 1996 gecoördineerde Stedenbouwdecreet alle binnen de perimeter van het bestreden besluit geldende verkavelingen op te heffen zonder dat in deze opheffing uitdrukkelijk werd voorzien in het gemeenteraadsbesluit dd. 24 maart 2005 houdende de voorlopige goedkeuring van het ontwerp van zevende volledige herziening van het BPA Terelst, en zonder dat dit artikel 41 overigens in de mogelijkheid tot opheffing van een verkaveling voorziet, artikel 41 van het op 22 oktober 1996 gecoördineerde Stedenbouwdecreet heeft geschonden”. 5.2.
  48. Artikel 41 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), luidt als volgt : “De bepalingen betreffende het opmaken van de plannen van aanleg zijn van toepassing op de herziening ervan. Verkavelingsvergunningen kunnen voor het deel dat niet vervallen is, herzien of vernietigd worden door de definitieve vaststelling van een gewestplan of aanneming van een gemeentelijk bijzonder plan van aanleg op voorwaarde dat dit bij de voorlopige en de definitieve vaststelling of aanneming van het plan uitdrukkelijk bepaald is”. 5.2.
  49. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat artikel 2 van het op 28 juni 2001 door de gemeenteraad van de gemeente Edegem voorlopig aangenomen ontwerp van bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Terelst”, zesde gedeeltelijke herziening, de verkavelingsvergunning van 16 maart 1999 uitdrukkelijk opheft. Op 7 oktober 2004 beslist de gemeenteraad van de gemeente Edegem “het ontwerp van het BPA nr. 2 ‘Terelst’ - 7de en volledige herziening met bijbehorend onteigeningsplan” voorlopig goed te keuren. Zoals uit de feiten blijkt, wordt in het bepalend gedeelte van dit besluit niet, en daargelaten de vraag of daaraan enig gevolg kan worden gegeven, evenmin in de aanhef ervan, gestipuleerd dat dit plan de niet vervallen verkavelingsvergunningen herziet of vernietigt. Blijkens de toelichtingsnota bij het gemeenteraadsbesluit van 7 oktober 2004 wordt de voormelde zesde gedeeltelijke herziening mede “opgenomen om verder de officiële procedure te doorlopen”. Op 24 maart 2005 beslist de gemeenteraad van de gemeente Edegem een aangepaste “7de en volledige herziening met bijbehorend onteigeningsplan” voorlopig goed te keuren. In het bepalend gedeelte van dit besluit, noch in de aanhef ervan, wordt vermeld dat de niet vervallen X-12.727-12.728-12.729-9/13 verkavelingsvergunningen herzien of vernietigd worden. Blijkens de toelichtingsnota van voormeld gemeenteraadsbesluit van 24 maart 2005 wordt de zesde gedeeltelijke herziening mede “opgenomen om verder de officiële procedure te doorlopen”. Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat aan het voormelde gemeenteraadsbesluit van 28 juni 2001 houdende de gedeeltelijke herziening van het BPA nr. 2 “Terelst” geen verder gevolg werd gegeven, doch dat de gemeenteraad beslist heeft de procedure voor het herzien van het betreffende BPA ab initio te hernemen, zij het thans voor een volledige herziening ervan. De verwerende partijen kunnen dan ook niet gevolgd worden waar zij beweren dat de gemeenteraadsbesluiten van 7 oktober 2004 en 24 maart 2005 een “aanvulling” zijn op het gemeenteraadsbesluit van 28 juni
  50. Het loutere feit dat in de gemeenteraadsbesluiten van 7 oktober 2004 en 24 maart 2005 “uitdrukkelijk verwezen (werd)” naar het besluit van 28 juni 2001, vermag aan de voormelde vaststelling geen afbreuk te doen. Wanneer een voorlopig aangenomen ontwerp van bijzonder plan van aanleg de herziening of de vernietiging van een niet vervallen verkavelingsvergunning beoogt, dient de gemeenteraad, overeenkomstig artikel 41 van het gecoördineerde decreet, en gelet op de zwaarwichtige gevolgen van die herziening of vernietiging van de constitutieve rechtscheppende akte die een verkavelingsvergunning is, dit uitdrukkelijk aan te geven in het bepalend gedeelte van dit besluit. Het volstaat derhalve niet, in tegenstelling tot wat de verwerende partijen voorhouden, dergelijk voornemen te vermelden in de eventuele toelichtingsnota, horend bij die voorlopige aanneming. Ook de loutere vermelding in de aanhef van een besluit, in casu in het gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2005 houdende de definitieve goedkeuring van de zevende en volledige herziening van het betreffende BPA, dat “alle verkavelingen in het plangebied”, waaronder de verkavelingsvergunning van 16 maart 1999, “volledig (dienen) opgeheven omdat zij strijdig zijn met de in het BPA vooropgestelde ordening van het plangebied”, kan niet worden beschouwd als het in de zin van voormeld artikel 41 “uitdrukkelijk” bepalen dat de niet vervallen verkavelingsvergunningen worden herzien of vernietigd. Bovendien kan de tweede verwerende partij niet met goed gevolg stellen dat de “opheffing van de verkavelingsvergunning (...) een onbetwistbaar gevolg (is)” van het gegeven dat door artikel 15 van de stedenbouwkundige voorschriften “de gronden in kwestie zullen omgevormd worden naar een groenzone met X-12.727-12.728-12.729-10/13 landschappelijke waarde”, als zou daardoor aan het bepaalde in artikel 41 van het gecoördineerde decreet voldaan zijn. De overweging in het bestreden goedkeuringsbesluit van 2 december 2005 “dat alle verkavelingen in het BPA worden opgeheven en vervangen door de bepalingen van het BPA ‘Terelst’; dat dit uitdrukkelijk bepaald is in het gemeenteraadsbesluit van de definitieve vaststelling van het BPA conform artikel 41 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996” is bijgevolg feitelijk onjuist. Bovendien blijkt daaruit dat de bevoegde minister bij het nemen van het goedkeuringsbesluit geen rekening heeft gehouden met het feit dat artikel 41 van het gecoördineerde decreet ook reeds bij de voorlopige aanneming van het plan vereist dat uitdrukkelijk bepaald wordt dat dit voorlopig plan de niet vervallen verkavelingsvergunningen herziet of vernietigt. Het eerste middel is dan ook, in de aangegeven mate, gegrond.
  51. De onontvankelijkheid in de zaken A.170.906 en A.170.907 Tengevolge van de vernietiging van de bestreden beslissing in de zaak A.170.905 zijn deze beroepen zonder voorwerp geworden. Gelet op de omstandigheden van de zaken is het gepast de kosten lastens de verwerende partijen te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  52. De zaken A. 170.905/X-12.727, A. 170.906/X-12.728 en A. 170.907/X-12.729 worden gevoegd. Artikel
  53. Vernietigd wordt het besluit van 2 december 2005 van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van de volledige herziening van het bijzonder plan van aanleg nr. 2 “Terelst” genaamd, deel Zuid en deel Noord, van de gemeente Edegem, bestaande uit een plan van de bestaande en juridische toestand, een bestemmingsplan deel Zuid en deel X-12.727-12.728-12.729-11/13 Noord met bijbehorende stedenbouwkundige voorschriften en een bijbehorend onteigeningsplan, met uitsluiting van de in blauw omrande delen op het bestemmingsplan deel Zuid en de in blauw omrande delen op het bijbehorend onteigeningsplan. X-12.727-12.728-12.729-12/13 Artikel
  54. De beroepen in de zaken A. 170.906/X-12.728 en A. 170.907/X-12.729 worden verworpen. Artikel
  55. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  56. De kosten van het beroep in de zaak A. 170.905/X-12.777, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de beroepen in de zaken A. 170.906/X-12.728 en A. 170.907/X-12.729, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-12.727-12.728-12.729-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.424 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.