← België

Arrest 193440 - O.C.M.W. - 19/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.440 Rolnummer: A. 191020/IX-8040 Zaak: Arrest 193440 - O.C.M.W. - 19/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-03 Raadplegingen: 200 - laatst gezien 2026-07-02 09:16 Fiche Arrest nr 193.440 van 19 mei 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.440 van 19 mei 2009 in de zaak A. 191.020/XII-

  1. In zake : Ferdinand LEYS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Lahousse, kantoor houdende te Mechelen, Leopoldstraat 64 tegen :
  2. de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Gerard Davidstraat 46, bus 1
  3. het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN HALLE, dat woonplaats kiest bij advocaten D. Lindemans en Th. Eyskens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ferdinand Leys op 9 januari 2009 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “1/ De beslissing van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant dd. 13.11.2008 [...] waarbij de beslissing van het Vast Bureau van het OCMW Halle dd. 17.03.2008 wordt bevestigd. 2/ De beslissing van het Vast Bureau van het OCMW Halle dd. 17.03.2008 waarbij wordt beslist dat verzoeker van rechtswege in disponibiliteit gesteld [wordt] wegens ziekte van 14.02.2008 tot en met 29.02.2008 en vanaf 17.03.
  5. 3/ De beslissing van de Raad van het OCMW te Halle dd. 09.12.2008 waarbij o.m. wordt beslist dat verzoeker met ingang van 01.10.2008 definitief vroegtijdig op pensioen gesteld [wordt] wegens op medische gronden definitieve ongeschiktheid voor elke functie”; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Weekers; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; XII-5678-1/5 Gelet op de beschikking van 2 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Arnouts, die loco advocaat P. Lahousse verschijnt voor verzoeker, van advocaat P.-J. Staelens, die verschijnt voor eerste verwerende partij, en van advocaat Th. Eyskens, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten
  6. Verzoekster, in dienst van het OCMW van Halle, is sedert 1 september 2007 arbeidsongeschikt. Gelet op de uitputting van zijn “ziektekrediet” besluit het vast bureau van het OCMW hem op 17 maart 2008 van rechtswege in disponibiliteit wegens ziekte te stellen van 14 tot 29 februari 2008 en vanaf 17 maart 2008, met betaling van een wachtgeld gelijk aan 60 % van de laatste activiteitswedde. Dit is de tweede bestreden beslissing Op 12 september 2007 dient verzoeker bij de provincie Vlaams- Brabant bezwaar in tegen de berekening van zijn tegoed aan ziektedagen “omdat mijn bestuur geen rekening houdt met mijn voorafgaande jaren in overheidsdienst”. Met een brief van 13 november 2008 deelt de gouverneur mee “als toezichthoudende overheid niet verder tussen te komen in deze zaak”. Het betreft de eerste aangevochten beslissing. Nadat de pensioencommissie op 17 september 2008 besliste dat verzoeker op medische gronden definitief ongeschikt is voor elke functie en daarom definitief vroegtijdig gepensioneerd wordt, stelt de raad voor maatschappelijk welzijn hem bij beslissing van 9 december 2008 met ingang van 1 oktober 2008 definitief XII-5678-2/5 vroegtijdig op pensioen wegens definitieve ongeschiktheid voor elke functie op medische gronden. Dit is het derde voorwerp. De ontvankelijkheid
  7. Verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Een onderzoek van en een uitspraak over de excepties dringen zich normaal alleen op indien aan de grondvoorwaarden voor een schorsing voldaan mocht zijn, hetgeen zoals hierna zal blijken niet het geval is. De grondvoorwaarden voor de schorsing
  8. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden beslist onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  9. Wat de tweede grondvoorwaarde betreft voert verzoeker een dubbel nadeel aan. In de eerste plaats doet hij gelden zich op moreel vlak “zwaar getroffen” te voelen door de in disponibiliteitstelling: ze belet hem zijn carrière voort te zetten en uit te bouwen en maakt een schandvlek uit “die met een annulatiearrest niet zomaar kan worden weggenomen”. In de tweede plaats betoogt verzoeker dat hij door de pensionering “zonder meer minder inkomen verwerft met alle gevolgen vandien”.
  10. Het eerste nadeel is totaal ongeloofwaardig. Verzoeker heeft zich jegens de pensioencommissie op 15 oktober 2008 uitdrukkelijk akkoord verklaard met de beslissing van 17 september 2008 om hem vanwege gezondheidsredenen definitief vroegtijdig op pensioen te zetten. Zoals hij met een brief van dezelfde datum ook aan de tweede verwerende partij liet weten, maakte hij alleen een voorbehoud met betrekking tot de ingangsdatum, gelet op de betwisting over zijn “opgebouwd ziektekrediet” en de “consequenties” ervan voor “de aanvangsdatum van XII-5678-3/5 disponibiliteit en dus ook pensioen”. Het geeft dan geen pas om zich met een verwijzing naar de arresten nrs. 51.615 en 78.311 van de Raad van State als het slachtoffer voor te doen van het kwalijke odium van een “ontslag”.
  11. Het tweede nadeel munt uit door vaagheid. In de visie van verzoeker mochten zijn “disponibiliteit en pensioen” pas later dan op 1 oktober 2008 ingaan. Hoeveel later, wordt door hem niet meegegeven, zelfs niet bij benadering - niet in het verzoekschrift en ook niet ter terechtzitting, ofschoon hij daartoe in het auditoraatsverslag “uitdrukkelijk” was uitgenodigd. Evenmin wordt door hem gepreciseerd welk bedrag hij concreet minder ontvangt doordat hij niet meer een activiteitswedde krijgt, maar nog slechts een wachtgeld of pensioen. In de gegeven omstandigheden kan de Raad van State het aangevoerde financieel nadeel allerminst als ernstig, laat staan nog moeilijk herstelbaar, beschouwen.
  12. Aangezien verzoeker niet aannemelijk maakt ten gevolge van de bestreden beslissingen een nadeel te lijden dat ernstig en moeilijk herstelbaar is, blijkt alvast de tweede van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing niet vervuld. Deze vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5678-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei 2009 : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5678-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.440 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.559 ECLI:BE:RVSCE:2016:ARR.235.131 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.