id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.441 Rolnummer: A. 189305/XII-5519 Zaak: Arrest 193441 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 19/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-03 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:09 Fiche Arrest nr 193.441 van 19 mei 2009 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.441 van 19 mei 2009 in de zaak A. 189.305/XII-
- In zake : Martine RAETS, die woonplaats kiest bij advocaat R. Timmermans, kantoor houdende te Kessel-Lo, Martelarenlaan 139 tegen : de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren, Merenstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het op 12 augustus 2008 ontvangen verzoekschrift, dat Martine Raets heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het Besluit van 3 juli 2008 van de Bestendige Deputatie van Vlaams Brabant, waarbij de statutaire proeftijd van Martine Raets in de functie van administratief medewerkster bij de dienst facilitair beheer ongunstig wordt beoordeeld en met ingang van 10 juli ’s avonds een einde wordt gemaakt aan haar tewerkstelling bij het provinciebestuur van Vlaams Brabant”; Gelet op het arrest nr. 188.217 van 25 november 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 4 december 2008; Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-5519-1/4 Gezien het schrijven van verzoekster van 23 februari 2009, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 17 maart 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 april 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. Timmermans, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan verzoekster heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december
- Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen. Om alsnog de vaststelling van de in artikel 17, § 4ter, bedoelde afstand af te wenden, voert de raadsman van verzoekster ter terechtzitting aan, in essentie, dat het vermoeden van afstand weerlegbaar is, dat hij met verzoekster XII-5519-2/4 moest overleggen alvorens de voortzetting te kunnen vragen, dat het betrokken voorschrift van een overdreven formalisme getuigt en dat ook al eerder geweigerd is om er toepassing van te maken, namelijk in een geval van opvolging van advocaten. Anders dan de raadsman van verzoekster meent, is het vermoeden waarvan sprake in artikel 17, § 4ter, onweerlegbaar, tenzij bij overmacht of onoverwinnelijke dwaling. Overmacht of onoverwinnelijke dwaling worden te dezen evenwel niet bewezen en zelfs niet aangevoerd. Van een opvolging van advocaten is in de onderhavige zaak geen sprake. Met het Grondwettelijk Hof, in zijn arrest nr. 88/98 van 15 juli 1998, wordt aangenomen dat het vormvoorschrift waarin het artikel 17, § 4ter, voorziet een wettig doel dient en dat het ten aanzien van dit doel als pertinent en niet kennelijk onevenredig kan worden beschouwd. Het strekt ertoe, gelet op de zware belasting van de rol van de Raad van State, de duur van de rechtspleging in te korten en de verzoekende partij ertoe aan te zetten de procedure niet onnodig te rekken. Teneinde de besproken sanctie te ontlopen -op welke sanctie verzoekster bij de kennisgeving van het arrest over de schorsingsvordering uitdrukkelijk geattendeerd is-, volstaat het een procedurestuk in te dienen waarvan de inhoud beperkt mag zijn tot de loutere bevestiging dat de verzoekende partij in haar vordering volhardt. De conclusie is dat ten aanzien van verzoekster een vermoeden van afstand van het geding geldt. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. XII-5519-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5519-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.441 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.217 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.