← België

Arrest 193471 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 25/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.471 Rolnummer: A. 190230/XIV-30792 Zaak: Arrest 193471 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 25/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-08 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:09 Fiche Arrest nr 193.471 van 25 mei 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.471 van 25 mei 2009 in de zaak A. 190.230/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat E. SCHOUTEN, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 55 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van beweerde Afghaanse nationaliteit, op 4 november 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 17.009 van 8 oktober 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3849 van 14 januari 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 mei 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. SCHOUTEN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché S. BOTTU, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-30.792-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de ontvankelijkheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 39/76 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), verzoeker laat gelden dat in de huidige Vreemdelingen- wet aan de kandidaat-vluchteling in het kader van zijn procedure voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen tegen de afwijzende beslissing van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen niet de mogelijkheid gegeven wordt om te antwoorden op de repliekmemorie van het Commissariaat-generaal, dat bijgevolg de rechten van verdediging van een kandidaat-vluchteling worden geschonden gezien deze niet meer kan antwoorden op de argumentatie van het Commissariaat-generaal voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, dat daarenboven ook het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden aangezien dit wel mogelijk is met betrekking tot de annulatieberoepen waar de verzoekende partij wel degelijk nog de kans heeft om te antwoorden op de argumentatie van de tegenpartij, dat in tegenstelling tot het annulatieberoep de kandidaat-vluchteling niet de mogelijkheid heeft om tijdens de procedure met volle rechtsmacht nieuwe elementen voor te leggen noch te antwoorden op de argumentatie van de verwerende partij, dat over deze problematiek minstens volgende vraag aan het Grondwettelijk Hof dient te worden gesteld: “Schendt artikel 39/76 van Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd door artikel 175 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en de oprichting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, artikel 10 en 11 van de Grondwet juncto het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging en die de mogelijkheid van de vreemdeling afneemt om nieuwe elementen voor de administratieve rechter voor te leggen tijdens de hangende procedure ?”; 1.
  4. Overwegende dat, in zoverre verzoeker aanvoert dat de rechten van verdediging en het gelijkheidsbeginsel zijn miskend doordat hij niet in de mogelijkheid is gesteld om te antwoorden op de argumentatie van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, het om een nieuw middel gaat, dat hij nagelaten heeft te gelegener tijd aan het oordeel van de feitenrechter te onderwerpen, en derhalve niet in aanmerking kan worden genomen; dat, in zoverre hij laat gelden dat de rechten van XIV-30.792-2/3 verdediging en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden doordat tijdens de procedure met volle rechtsmacht voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen nieuwe elementen mogen worden aangebracht, het middel niet dienend is; dat noch uit het rechtsplegingsdos- sier, noch uit het bestreden arrest kan worden afgeleid dat men verzoeker verhinderd zou hebben nieuwe gegevens aan te brengen of dat door hem aangevoerde nieuwe gegevens zouden zijn geweerd om reden dat er geen nieuwe elementen kunnen worden aangebracht; dat het enig middel niet ontvankelijk is; dat er dan ook geen reden bestaat om in deze -zoals door verzoeker gevraagd- het Grondwettelijk Hof te consulteren; 1.
  5. Overwegende dat, aangezien het enig middel niet ontvankelijk is, het beroep zelf niet ontvankelijk is;
  6. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwin- tig mei tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.792-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.471 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.