← België

Arrest 193614 - Uitleveringen - 28/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.614 Rolnummer: A. 190508/XIV-30664 Zaak: Arrest 193614 - Uitleveringen - 28/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-10 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 03:11 Fiche Arrest nr 193.614 van 28 mei 2009 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.614 van 28 mei 2009 in de zaak A. 190.508/XIV-30.

  1. In zake : Antonio COSTADURA, die woonplaats kiest bij Advocaten J. DURNEZ en E. GOFFIN, kantoor houdende te 3050 OUD-HEVERLEE, Waversebaan 134A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, die woonplaats kiest bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG, Veldstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Antonio COSTADURA, van Italiaanse nationaliteit, op 28 november 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerleg- ging te vorderen van het besluit van de Minister van Justitie van 1 juli 2008 tot uitlevering van verzoeker aan de Italiaanse autoriteiten, aan verzoeker betekend op 6 november 2008; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 mei 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. DERVEAUX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; XIV-30.664-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  4. Op 4 april 2007 verzoekt Italië om de uitlevering van verzoeker. 1.
  5. Op 1 juli 2008 neemt de Minister van Justitie het besluit tot uitlevering van verzoeker. Dit is het bestreden besluit: “(...) Gezien de diplomatieke nota dd. 09.11.2006 nr. 002117 van de Italiaanse ambassade te Brussel en de brief dd. 13.04.2007 van de Minister van Buitenlandse Zaken en de daarbij gevoegde diplomatieke nota dd. 04.04.2007 nr. 000619 waarbij de uitlevering wordt gevraagd van de Italiaanse onderdaan COSTADURA Antonio geboren op 31.08.1974 te Genk; Gezien de daarbij overgelegde stukken, inzonderheid het bevel tot opsluiting van de Procureur van de Republiek van Sassari dd. 03.05.2004 volgend op het sinds 22.04.2004 in kracht van gewijsde getreden vonnis van de rechtbank van Sassari dd. 14.01.2003 waarbij de opgeëiste persoon tot een gevangenisstraf van 8 jaar werd veroordeeld. Deze titel werd uitgevaardigd wegens feiten die naar Belgisch recht omschreven zijn als inbreuken (invoer, vervoer en bezit met het oog op de verkoop van 2.748 gram cocaïne in vereniging) op de wetgeving inzake verdovende middelen. Deze feiten werden gepleegd op Italiaans grondgebied, meerbepaald Alghero tot 14.09.2001; Gezien het zonder enig voorbehoud of voorwaarde gunstige advies uitgebracht door de Kamer van Inbeschuldigingstelling te Antwerpen op 05.06.2008; Gelet op het Europees Uitleveringsverdrag van 13 december 1957 en de Aanvullende Protocollen bij dit Verdrag; Gelet op de uitleveringswetten van 1 oktober 1833 en 15 maart 1874; Overwegende dat de feiten zowel naar Belgisch als naar Italiaans recht strafbaar zijn gesteld en dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld in artikel 2.1 van het Europees Uitleveringsverdrag; Overwegende dat de verjaring van de straf noch naar Belgisch, noch naar Italiaans recht is bereikt; Overwegende dat de feiten geen politiek misdrijf of een daarmee samenhangend misdrijf uitmaken; Overwegende dat uit geen enkel concreet en specifiek gegeven blijkt dat het uitleveringsverzoek dat op een misdrijf van gemeen recht berust, is ingegeven om de opgeëiste persoon wegens zijn ras, zijn godsdienst, zijn nationaliteit of zijn politieke gezindheid te vervolgen of te straffen, noch dat zijn positie om een van deze redenen ongunstig dreigt te worden beïnvloed; Overwegende dat evenmin uit enig concreet en specifiek gegeven blijkt dat er ernstige risico's bestaan dat de persoon, indien hij wordt uitgeleverd, in de verzoekende Staat wordt onderworpen aan een flagrante rechtsweigering of aan foltering of onmenselijke en onterende behandeling; Overwegende bijgevolg dat aan de voorwaarden en de formaliteiten inzake de uitlevering is voldaan, Besluit Artikel 1 De uitlevering van COSTADURA Antonio geboren op 31.08.1974 te Genk wordt aan de regering van Italië toegestaan wegens de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd. (...).”. XIV-30.664-2/4
  6. Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing. 2.
  7. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.1.
  8. Overwegende, wat de tweede vereiste voorwaarde betreft, dat verzoeker als moeilijk te herstellen ernstig nadeel aanvoert: “Aangezien verzoeker bij een uitlevering naar Italië geen persoonlijke contacten meer kan onderhouden met zijn naaste familie; Dat het ontberen van de regelmatige persoonlijke contacten een moeilijk te herstellen ernstig psychologisch nadeel zal meebrengen en de gevangenisstraf onhumaan zou maken; Dat verzoeker geen familie of vrienden in Sardinië heeft (waaronder het rechtsgebied Sassari behoort) Dat een dergelijke psychologische pijn, tekenend voor het leven zal zijn, en ongetwij- feld moeilijk te herstellen zal zijn;”; 2.1.
  9. Overwegende dat uit de nota van de verwerende partij blijkt dat verzoeker reeds aan Italië werd uitgeleverd op 1 december 2008; dat een eventuele schorsing van het besluit het door verzoeker ingeroepen nadeel bijgevolg niet meer kan verhinderen; 2.1.
  10. Overwegende dat voornoemde vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  12. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XIV-30.664-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwin- tig mei tweeduizend en negen, door : HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, B. TETTELIN, griffier. De griffier, De voorzitter, B. TETTELIN. A. BEIRLAEN. XIV-30.664-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.614 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.570 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.