← België

Arrest 193642 - Wegverkeer van goederen - 29/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.642 Rolnummer: A. 170814/IX-5259 Zaak: Arrest 193642 - Wegverkeer van goederen - 29/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-11 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:11 Fiche Arrest nr 193.642 van 29 mei 2009 Economische zaken - Wegverkeer van goederen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.642 van 29 mei 2009 in de zaak A. 170.814/IX-

  1. In zake : de EBVBA WILLEMS TRANS, die woonplaats kiest bij advocaat F. VANDEN BOGAERDE, kantoor houdende te KORTEMARK, Torhoutstraat 10 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te GENT, Coupure
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de EBVBA WILLEMS TRANS op 6 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 december 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur tot bevestiging van de beslissing van 5 september 2005 van de wegeninspecteur-controleur, waarbij de verzoekende partij burgerlijk aansprake- lijk wordt gesteld voor de betaling van een administratieve geldboete van 2750 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig, die aan de bestuurder werd opgelegd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 20 april 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 mei 2009; IX-5259-1/8 Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. VANDEN BOGAERDE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat I. BOCKSTAELE die, loco advocaat P. AERTS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.
  3. De verzoekende partij baat ten tijde van de bestreden beslissing een transportbedrijf uit. Op 14 februari 2005 werd een vrachtwagen met oplegger, bestuurd door de zaakvoerder van het bedrijf, Dirk Willems, door de wegeninspectie gecontroleerd. Bij weging werd een overlading van 20,8 % vastgesteld op de tweede as van de trekker, en van respectievelijk 5,5 en 1,4 % op de eerste en de tweede as van de oplegger. Er werd proces-verbaal opgesteld wegens inbreuk op artikel 56 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999 (hierna afgekort : “Aslastendecreet”). 1.
  4. Op 2 maart 2005 werd het proces-verbaal overgemaakt aan de procureur des Konings te Gent met het verzoek om overeenkomstig artikel 59 van het Aslastendecreet binnen een termijn van 90 dagen (eventueel verlengbaar met 30 dagen) mee te delen welk gevolg aan de zaak zou worden gegeven. Daarop werd medegedeeld dat het parket geen vervolging zou instellen. IX-5259-2/8 1.
  5. Met een aangetekende brief van 7 april 2005 deelde de wegen- inspectie aan de verzoekende partij mee dat zij het voornemen had om een administratieve geldboete van 4125 euro op te leggen en dat de verzoekende partij, indien zij dat wenste, door de wegeninspecteur-controleur zou worden gehoord op de hoorzitting van 11 mei
  6. 1.
  7. Op vraag van de verzoekende partij werd de hoorzitting uitgesteld tot 21 juni
  8. De verzoekende partij diende ook een nota in. 1.
  9. Met een aangetekende brief van 14 juli 2005 deelde de wegeninspecteur-controleur aan de verzoekende partij mee dat hij beslist had zijn beslissing op te schorten in afwachting van de inwerkingtreding van het decreet van 22 (lees : 24) juni 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting
  10. Dit decreet voorziet in de wijziging van het Aslastendecreet, waardoor een bepaalde categorie inbreuken niet meer vervolgd worden en waardoor de tarieven van de administratieve geldboeten in veel gevallen omlaag gaan. 1.
  11. Op 5 september 2005 besliste de wegeninspecteur-controleur om Dirk Willems een administratieve geldboete van 2750 euro op te leggen en de verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen voor de betaling van deze administratieve geldboete. Bij het bepalen van de administratieve geldboete werd rekening gehouden met het voormelde decreet van 24 juni
  12. Deze beslissing werd dezelfde dag met een aangetekende brief aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. 1.
  13. Met een aangetekende brief van 14 september 2005 stelde de verzoekende partij beroep in bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Op 25 november 2005 had een hoorzitting plaats waarbij namens de verzoekende partij opnieuw een verweernota werd ingediend. 1.
  14. Op 22 december 2005 besliste de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur dat het beroep tegen de beslissing van de wegeninspecteur-controleur niet gegrond was. De beslissing van de wegeninspecteur-controleur werd bevestigd. Dit is de bestreden beslissing. Ze werd met een aangetekende brief van 4 januari 2006 aan de verzoekende partij toegezonden. IX-5259-3/8 Ontvankelijkheid 2.
  15. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord een exceptie van niet-ontvankelijkheid op, afgeleid uit de laattijdigheid van het beroep. Zij laat gelden dat de bestreden beslissing met een aangetekende brief van 4 januari 2006 aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht. Aangezien het verzoek- schrift tot nietigverklaring op de griffie van de Raad van State is toegekomen op 8 maart 2006, mag volgens de verwerende partij worden aangenomen dat het verzoekschrift met een aangetekende brief van 7 maart 2006 aan de Raad werd overgemaakt. Zij stelt dat, rekening houdend met de datum van kennisname van het bestreden besluit, 6 maart 2006 de laatste dag was voor de tijdige verzending van het verzoekschrift tot nietigverklaring. Bijgevolg besluit zij dat, tenzij de verzoeken- de partij het bewijs voorlegt van de tijdig aangetekende verzending, de vordering laattijdig en derhalve niet ontvankelijk is. 2.
  16. In haar memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij dat de bestreden beslissing werd betekend op 5 januari 2006 en dat zij op 6 maart 2006 het verzoekschrift aangetekend heeft verstuurd, zodat het verzoekschrift tijdig werd ingediend. 2.
  17. De bestreden beslissing is met een aangetekende brief van 4 januari 2006 aan de verzoekende partij betekend. Er kan aangenomen worden dat de betekening heeft plaatsgevonden op 5 januari
  18. In dat geval verstreek de termijn voor het instellen van het beroep op 6 maart
  19. De exceptie van niet-ontvankelijkheid mist derhalve feitelijke grondslag. Ten gronde 3.
  20. De verzoekende partij voert onder meer een vijfde middel aan, afgeleid uit de schending van artikel 59 van het Aslastendecreet en van het recht van verdediging. IX-5259-4/8 Zij voert aan dat Dirk Willems niet werd uitgenodigd voor de hoorzitting, hoewel hem de boete werd opgelegd. Derhalve, zo stelt de verzoekende partij, werd de administratieve boete aan Dirk Willems opgelegd zonder dat hem enige mogelijkheid tot verweer werd geboden. Bovendien kon de verzoekende partij niet burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor een administratieve geldboete die aan Dirk Willems was opgelegd. Laatstgenoemde is immers de zaakvoerder, zodat er geen band van ondergeschiktheid bestaat, ten overstaan van de verzoekende partij. 3.
  21. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat de verzoekende partij zowel op de hoorzitting van 5 juli 2005 (lees : 21 juni 2005) als op de hoorzitting van 25 november 2005 werd uitgenodigd. Aangezien zij op voormelde zittingen door haar raadsman vertegenwoordigd was, werden de rechten van verdediging van de verzoekende partij geëerbiedigd. Bovendien, voegt de verwerende partij daaraan toe, vormt de verzoekende partij een eenpersoonsvennootschap (EBVBA) zodat de overtreder en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij (werkgever) een en dezelfde persoon zijn. De rechten van verdediging van Dirk Willems werden dan ook niet geschonden doordat de uitnodiging formeel alleen aan de verzoekende partij gericht was. Niets belette haar zaakvoerder immers om op de hoorzitting aanwezig te zijn. 3.
  22. In haar memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij dat de opmerking dat de verzoekende partij en Dirk Willems dezelfde persoon zouden zijn, niet opgaat, aangezien de eerste een rechtspersoon en de tweede een natuurlijke persoon is. Aangezien het om twee verschillende personen gaat, diende de overtreder, te weten Dirk Willems, persoonlijk te worden uitgenodigd. 3.
  23. In haar laatste memorie voert de verwerende partij aan dat Dirk Willems op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding reed met een vrachtwagen die in eigendom toebehoort aan de verzoekende partij. Zij laat gelden dat het duidelijk is dat Dirk Willems niet reed voor eigen rekening, maar dat hij in naam en voor rekening van de verzoekende partij reed. Aangezien het voor de verwerende partij duidelijk is dat Dirk Willems geen werknemer of aangestelde is IX-5259-5/8 van de verzoekende partij, doch dat hij op de dag van de vaststelling optrad als lasthebber die reed in naam en voor rekening van de verzoekende partij, is de verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk voor de overtreding die werd begaan door haar lasthebber. 3.
  24. Het middel doet onder meer de vraag rijzen of de verzoekende partij burgerrechtelijk aansprakelijk kon worden gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete die aan haar zaakvoerder werd opgelegd. Vóór de wijziging van het Aslastendecreet door het decreet van 24 juni 2005 luidde artikel 59, § 5, van het Aslastendecreet als volgt: “§
  25. Wanneer het misdrijf bedoeld in artikel 56 begaan is door een aangestelde of een lasthebber is de administratieve geldboete alleen door de werkgever verschuldigd.” Sinds de wijziging door het decreet van 24 juni 2005 luidt artikel 59, § 5, als volgt: “§
  26. De onderneming is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan de personen voor wie ze overeen- komstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is.” De zaakvoerder van een vennootschap treedt, afhankelijk van de activiteiten die hij voor de vennootschap uitoefent, op in eigen naam en voor eigen rekening, dan wel als lasthebber. Aangezien Dirk Willems voornamelijk materiële handelingen stelt voor de verzoekende partij, dient hij niet als een lasthebber te worden aanzien. Immers, een lasthebber vervult in hoofdzaak rechtshandelingen eerder dan materiële handelingen. Dat Dirk Willems op de dag van de overtreding voor eigen rekening is opgetreden wordt overigens bevestigd door de verklaring die laatstgenoemde op de dag van de vaststelling heeft afgelegd. In deze verklaring, die als bijlage bij het proces-verbaal van 14 februari 2005 is gevoegd, stelt de verzoeker duidelijk “ik handel voor eigen rekening”. Zulks wordt overigens bevestigd door het document betreffende de seponering dat door de Procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent werd overgemaakt aan de bevoegde administratie, en waarop vermeld staat “de chauffeur rijdt voor eigen rekening”. De verwerende partij kan dan ook niet voorhouden dat Dirk Willems als lasthebber van de verzoekende partij dient beschouwd te worden. IX-5259-6/8 Uit het voorgaande volgt dat de verzoekende partij niet burgerrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de betaling van de administratieve geldboete die aan haar zaakvoerder werd opgelegd. Immers, de zaakvoerder is te dezen geen aangestelde of lasthebber voor wie de verzoekende partij overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is. Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  27. Vernietigd wordt de beslissing van 22 december 2005 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, waarbij het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissing van 5 september 2005 van de wegeninspecteur-controleur wordt verworpen en deze beslissing wordt bevestigd, in zoverre zij de verzoekende partij burgerlijk aansprakelijk stelt voor de betaling van een administratieve geldboete van 2750 euro wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig. Artikel
  28. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-5259-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-5259-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.642 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.