← België

Arrest 193645 - Varia (openbaar ambt) - 29/05/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.645 Rolnummer: A. 77423/IX-1295 Zaak: Arrest 193645 - Varia (openbaar ambt) - 29/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:11 Fiche Arrest nr 193.645 van 29 mei 2009 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.645 van 29 mei 2009 in de zaak A. 77.423/IX-

  1. In zake : Monique SAEY, die woonplaats kiest bij advocaat R. FORESTINI, kantoor houdende te BRUSSEL, Adolphe Buyllaan 173 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Monique SAEY op 6 februari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de inspectie der directe belastingen te Halle van 9 december 1997, waarbij na heroverweging wordt geweigerd inzage en afschrift te verlenen van alle stukken waarop werd gesteund voor twee berichten van aanslag van ambtswege; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 19 september 2000 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 april 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 11 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; IX-1295-1/4 Gehoord de opmerkingen van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur-generaal P. DE WOLF; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Met een aangetekende brief van 2 juni 2008 heeft de toenmalige staatsraad-verslaggever, met het oog op een zo spoedig mogelijke behandeling van de voorliggende zaak op een openbare terechtzitting van de IXe kamer, bij de verzoekster geïnformeerd naar eventuele nieuwe feitelijke of juridische ontwikke- lingen die zich sedert de indiening van de laatste memories zouden hebben voorgedaan en een weerslag zouden kunnen hebben op de afhandeling van de zaak. De verzoekster heeft die brief niet beantwoord.
  3. Met een aangetekende brief van 11 december 2008 heeft de toenmalige staatsraad-verslaggever bij de raadsman van de verzoekster geïnfor- meerd naar de belangstelling van diens cliënte voor de verdere afhandeling van de zaak en, desgevallend, naar haar actueel belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. De raadsman van de verzoekster heeft daarop geantwoord met een brief van 23 december 2008, waarin hij stelt dat zijn cliënte naar zijn mening niet wenst te volharden in de procedure. Hij vraagt of het wenselijk is dat “een afstandsakte van geding” wordt neergelegd.
  4. De toenmalige staatsraad-verslaggever heeft met een aangeteken- de brief van 7 januari 2009 aan de raadsman meegedeeld dat het in dat geval inderdaad wenselijk is een akte van afstand van geding toe te sturen. IX-1295-2/4 Omdat aan deze brief klaarblijkelijk geen gevolg werd gegeven, heeft de toenmalige staatsraad-verslaggever met een aangetekende brief van 27 februari 2009 aan de raadsman van de verzoekster gevraagd binnen de vijftien dagen een akte van afstand van geding toe te sturen, dan wel een standpunt kenbaar te maken met betrekking tot het belang van de verzoekster. Ook deze brief is onbeantwoord gebleven.
  5. Op de openbare terechtzitting van de IXe kamer van 11 mei 2009 was de verzoekster niet aanwezig. Evenmin was zij er vertegenwoordigd.
  6. In de gegeven omstandigheden doet de verzoekster niet blijken over een actueel belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing te beschikken. Ambtshalve wordt dienvolgens besloten dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekster. IX-1295-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2009, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1295-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.645 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.