id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.655 Rolnummer: A. 192739/IX-6373 Zaak: Arrest 193655 - Penitentiair recht - 29/05/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-04 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 03:11 Fiche Arrest nr 193.655 van 29 mei 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.655 van 29 mei 2009 in de zaak A. 192.739/IX-
- In zake : Jean-Michel RULENS, die woonplaats kiest bij advocaat A. COUCKE, kantoor houdende te OOSTENDE, Wellingtonstraat 96 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jean-Michel RULENS op 27 mei 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de directeur van het Penitentiair Complex te Brugge van 20 mei 2009, waarbij aan verzoeker de toegang tot het bezoek in de instelling voor een periode van twee maanden wordt geweigerd; Gelet op de beschikking van 27 mei 2009 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 mei 2009, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. COUCKE, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché X. LAUREYNS, die verschijnt voor de verwerende partij; IX-6373-1/4 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten
- De verzoeker bezoekt al geruime tijd een vriend die opgesloten is in de gevangenis te Brugge, genaamd C.W. Op 19 mei 2009 meldt een kwartierchef dat de verzoeker zich “enorm provocerend” opstelt tegenover de beambte die aanwezig is bij het bezoek. Op 20 mei 2009 beslist de directeur van de gevangenis, verwijzend naar het “ontoelaatbaar” gedrag van de verzoeker, om hem voor de periode van 21 mei 2009 tot 20 juli 2009 de toegang tot de inrichting te ontzeggen. Deze beslissing vormt het voorwerp van de voorliggende vordering. Volgens de verzoeker heeft hij op 20 mei 2009 kennis gekregen van de bestreden beslissing, toen C.W. hem een kopie ervan overhandigde. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. IX-6373-2/4 3.
- Wat betreft het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, voert de verzoeker het volgende aan: “Men kan het belang van het bezoek in een gevangenis niet voldoende onderstrepen. De tijd dat [C.W.] geen bezoek krijgt, zal hem als onherstelbaar nadeel dienen bij zijn reclassering. Verzoeker zal zijn verloren tijd nooit kunnen inhalen.” 3.
- Te dezen verwijst de verzoeker in de eerste plaats naar het nadeel dat C.W. ten gevolge van de bestreden beslissing lijdt. Dit nadeel wordt niet door de verzoeker zelf geleden. Een dergelijk nadeel, dat niet persoonlijk is, kan niet in aanmerking genomen worden. Voorts voert de verzoeker aan dat hij “zijn verloren tijd nooit [zal] kunnen inhalen.” Hij laat echter na te verduidelijken in welk opzicht hij ten gevolge van de bestreden beslissing tijd verliest. Indien het verzoekschrift zo begrepen moet worden dat de verzoeker bedoelt dat een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing het nadeel niet retroactief ongedaan kan maken, moet nog steeds vastgesteld worden dat de verzoeker niet aangeeft waarin het nadeel voor hem bestaat, noch uitlegt waarom het nadeel als ernstig moet worden beschouwd. De verzoeker bewijst aldus niet dat hij een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel lijdt.
- Er is aldus niet voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE VOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. IX-6373-3/4 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 mei 2009, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-6373-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.655 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.415 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.