id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.732 Rolnummer: A. 81989/X-8639 Zaak: Arrest 193732 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 02/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-17 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 03:11 Fiche Arrest nr 193.732 van 2 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.732 van 2 juni 2009 in de zaak A. 81.989/X-
- In zake :
- Baudouin JOLLY,
- Marie-Noëlle JOLLY, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Baudouin JOLLY en Marie-Noëlle JOLLY op 15 januari 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 juli 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het ontwerpplan tot aanvulling van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse op het grondgebied van de gemeenten Affligem, Asse, Beersel, Grimbergen, Groot-Bijgaarden, Hoeilaart, Kapelle-op-den-Bos, Kraainem, Linkebeek, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem en Zaventem voor zover het betrekking heeft op de percelen gelegen te Kraainem, kadastraal bekend sectie C, nr. 60/p en te Wezembeek-Oppem, kadastraal bekend sectie D, nrs. 349/g, 348/a, 351/d en 351/e; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de beschikking van 29 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-8639-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 december 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VANDENBERGHE, die loco advocaat M. DENYS verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur S. DE DONCKER, daartoe gemachtigd bij beslissing van de adjunct- auditeur-generaal van 31 oktober 2008; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging De verwerende partij diende laattijdig een memorie van antwoord in. Overeenkomstig artikel 21, vijfde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dient deze memorie uit de debatten te worden geweerd.
- Feiten 2.
- De eerste verzoeker is naakte eigenaar van een aantal percelen grond gelegen te Kraainem, kadastraal bekend sectie C, nr. 60/p en te Wezembeek- Oppem, kadastraal bekend sectie D, nrs. 349/g, 348/a en 351/d. De tweede verzoekster is volle eigenaar van een perceel grond gelegen te Wezembeek-Oppem, kadastraal bekend sectie D, nr. 351/e. X-8639-2/8 2.
- Het ontwerpgewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij ministerieel besluit van 29 maart 1974, voorzag voor deze gronden de bestemming woonpark. Het definitieve gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, bestemde de gronden daarentegen tot parkgebied. Hiertegen werd door de rechtsvoorgangers van de verzoekende partijen een annulatieberoep ingesteld. Bij arresten nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983 vernietigde de Raad van State het koninklijk besluit van 7 maart 1977 waarbij het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse werd vastgesteld “in zover het aan de percelen grond ten kadaster gekend of geweest zijnde, gelegen te Kraainem, sectie C, 60H(deel), 61B(deel), 59B, 58M, 58N en 60G en te Wezembeek-Oppem, sectie D, 349C (deel), 349D(deel) en 351(deel), de bestemming geeft van parkgebied” (arrest nr. 23.332) en “in zover het aan de percelen grond, ten kadaster gekend zijnde, gelegen te Kraainem, Sectie C, 60H(deel) en te Wezembeek-Oppem, Sectie D, 349e, 349g, 349h, 351a, 351b, 351c, 352c, 352f, 352g, 353e, 353f, 353h en 358a, de bestemming geeft van parkgebied” (arrest nr. 23.333). In het arrest nr. 23.332 overwoog de Raad van State onder meer het volgende: “Ten aanzien van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
- Overwegende dat verzoekende partij o.m. als middel aanvoert de schending van de artikelen 9 en 13 van de wet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw, doordat het bestreden gewestplan, wat verzoekende partij betreft, aan het voorlopig vastgestelde ontwerp- gewestplan wijzigingen aanbrengt, die niet het gevolg zijn van het openbaar onderzoek en de raadplegingen;
- Overwegende dat het middel gegrond is, zoals blijkt uit wat volgt: 4.
- De wijziging van de bestemming ‘woonpark’ naar ‘parkgebied’ is niet het gevolg van enig specifiek voorstel in het advies van de geraadpleegde overheden of van de regionale commissie, en evenmin het gevolg van enig bezwaarschrift. 4.
- De verwerende partij houdt in hoofdorde voor dat de bestemmingswijziging een voldoende steun vindt in het advies van de regionale commissie, doordat de ‘Raadgevende’ Regionale Commissie (stelt) (...) dat het vast te stellen gewestplan een conservatoir ‘bodembestemmingsplan is’. 4.
- De door de verwerende partij aangeduide passus behoort niet tot het advies van de regionale commissie, wat betreft een opmerking van de Gewestelijke Economische Raad voor Brabant, die door de regionale commissie niet wordt aanvaard (...). Deze passus kan dus geenszins dienstig worden ingeroepen ter verantwoording van de concrete bestemmingswijziging van de eigendommen van de verzoekende partij. 4.
- De verwerende partij stelt in ondergeschikte orde dat de bestemmingswijziging een voldoende steun vindt in de punten 23, 190, 191 en 194 van de aanhef van het bestreden koninklijk besluit. X-8639-3/8 4.
- Genoemde punten betreffen andere gronden dan die welke in het huidige geding betrokken zijn en zijn dan ook terzake niet relevant. 4.
- Uit wat voorafgaat vloeit voort dat de bestreden bestemmingswijziging niet kan geacht worden steun te vinden in het openbaar onderzoek en de raadplegingen of anderszins door motieven te worden gedragen. Het middel is dan ook gegrond”. Het arrest nr. 23.333 is gelijkluidend. 2.
- Bij besluit van 17 juni 1997 van de Vlaamse regering wordt het ontwerpplan tot aanvulling van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse op het grondgebied van de gemeenten Affligem, Asse, Beersel, Grimbergen, Groot- Bijgaarden, Hoeilaart, Kappelle-op-den-Bos, Kraainem, Linkebeek, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde, Wezembeek-Oppem en Zaventem voorlopig vastgesteld. De betrokken gronden worden hierbij bestemd tot parkgebied. 2.
- Op 25 mei 1998 en 15 juni 1998 brengt de regionale commissie van advies van Vlaams Brabant advies uit. De inkleuring van de betrokken gronden als parkgebied wordt gunstig geadviseerd. 2.
- Bij het bestreden besluit van 23 juli 1998 beslist de Vlaamse regering tot de definitieve vaststelling van het gewestplan. De gronden van de verzoekende partijen blijven daarbij gelegen in parkgebied.
- Ten gronde 3.
- Eerste middel 3.1.
- Het eerste middel is : “genomen uit de schending van het gezag van gewijsde van het arrest in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983, van de Raad van State, uit de schending van artikel 37 van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, en wegens machtsoverschrijding. Doordat met betrekking tot de gronden waarop het bestreden besluit betrekking (heeft), de Raad van State bij arrest in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983 een eerder vastgestelde bestemming als parkgebied had vernietigd. En doordat de Raad van State in dit arrest vaststelde dat bij de vaststelling van het Gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse met betrekking tot de litigieuze percelen op een niet wettig verklaarbare wijze was afgeweken van de eigendom als woonpark volgens het ontwerp-Gewestplan, nu hiervoor geen enkele X-8639-4/8 aanwijzing te vinden was in de bezwaren of de adviezen van de adviesverlenende organen. En doordat de Vlaamse Regering bij besluit dd. 17 juni 1996 besloten heeft om een nieuw ontwerp van gewestplan voorlopig vast te stellen, en de opmaak-procedure volledig opnieuw te herbeginnen. En doordat aldus, na het opnieuw organiseren van een openbaar onderzoek, en het opnieuw inwinnen van alle vereiste adviezen, het bestreden besluit werd genomen. Terwijl de enige correcte uitvoering van het arrest in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983 van de Raad van State, erin had bestaan dat de Vlaamse Regering rekening had gehouden met de termen van dit vernietigingsarrest, en dus de onwettige afwijking van de bestemming van de eigendom (van) verzoekster als woonpark in het ontwerp-gewestplan had ongedaan gemaakt. En terwijl de Raad in het arrest immers heeft vastgesteld dat ‘de bestreden bestemmingswijziging niet kan geacht worden steun te vinden in het openbaar onderzoek en de raadplegingen of anderszins door motieven te worden gedragen. Het middel is dan ook gegrond.’ En terwijl in het arrest met andere woorden wordt gesteld dat de overheid bij de vaststelling van het definitief gewestplan de bestemming woonpark had dienen te handhaven, nu er tijdens de totstandkomingsprocedure geen enkele wettige aanleiding bestond om van deze bestemming af te wijken. En terwijl de Vlaamse Regering heeft gehandeld in strijd met de in hoofding van het middel aangehaalde bepalingen en beginselen, door de opmaakprocedure van het gewestplan terug van het punt nul te laten herbeginnen nu hierdoor verzoekster wordt beroofd van het verworven recht om gelet op de initiële vaststelling van het ontwerp-Gewestplan haar eigendom in woonpark opgenomen te zien. En terwijl het bestreden besluit er in werkelijkheid zou moeten toe strekken rechtsherstel te bieden ingevolge het vernietigingsarrest in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983, dat gedurende vijftien jaar onuitgevoerd is gebleven”. 3.1.
- De arresten van de Raad van State nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983 vernietigen het koninklijk besluit van 7 maart 1977 waarbij het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse wordt vastgesteld, in zoverre het aan de betrokken percelen de bestemming parkgebied geeft. Beide arresten worden gemotiveerd door de overweging “dat de bestreden bestemmingswijziging niet kan geacht worden steun te vinden in het openbaar onderzoek en de raadplegingen of anderszins door motieven te worden gedragen”. De arresten verplichten de overheid ertoe de bestemming opnieuw vast te stellen. Het bestreden besluit komt tegemoet aan deze verplichting. De arresten nrs. 23.332 en 23.333 hebben de vernietiging uitgesproken omdat de bestemming “woonpark” in het bij ministerieel besluit van 29 maart 1974 voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplan werd gewijzigd naar “parkgebied”. De arresten keuren die bestemmingswijziging niet zonder meer af, doch alleen in zoverre zij geen steun vindt in het openbaar onderzoek en de raadplegingen, of niet anderszins door motieven wordt gedragen. Het middel gaat X-8639-5/8 er ten onrechte van uit dat de arresten er uit zichzelf toe verplichten de procedure tot vaststelling van een nieuwe bestemming te hernemen vanaf het punt waarop zij volgens het arrest is ontspoord. Er kunnen wettige redenen bestaan om de procedure vanaf een eerder punt over te doen en om een nieuw ontwerpgewestplan voorlopig vast te stellen. Het feit dat een lange tijd verstrijkt tussen het einde van de drie jaar durende gelding van een voorlopig vastgesteld ontwerpgewestplan en het tijdstip waarop het gewestplan definitief wordt vastgesteld, kan immers tot gevolg hebben dat zowel het ontwerpgewestplan als de adviezen die erover werden verstrekt, evenals de bezwaarschriften die ertegen werden ingediend door de particulieren, hun geldigheid als processtukken verliezen of gewoon niet meer pertinent zijn doordat binnen die tijd genomen beslissingen of veranderingen in de toestand of andere omstandigheden te verreikende wijzigingen aan de bestemming van het betrokken gebied zouden hebben aangebracht. In dat geval kan het voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplan niet langer geacht worden de voorbereiding te zijn van het definitief vast te stellen gewestplan en kan het definitief gewestplan inhoudelijk ook niet meer beschouwd worden als het eindpunt van een procedure waarin het voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplan de eerste etappe was. De argumenten die terzake voor het eerst in de laatste memorie worden opgeworpen zijn laattijdig. Bijgevolg menen de verzoekende partijen ten onrechte zich ten gevolge van deze arresten te kunnen beroepen op het “verworven recht”, of op de “verkregen situatie” om hun eigendommen te zien bestemd worden tot woonpark. Het eerste middel is derhalve niet gegrond. 3.
- Tweede middel 3.2.
- Het tweede middel is : “genomen uit de schending van het K.B. dd. 29 maart 1974, houdende vaststelling van het Ontwerp-Gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, Doordat, het bestreden besluit voor wat betreft de percelen van beroepers is gebaseerd op het ontwerp van gedeeltelijke vaststelling van het Gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse dd. 24 juni 1996, Terwijl, voor de percelen van beroepers een bij K.B. dd. 29 maart 1974 goedgekeurd ontwerp-gewestplan bestaat, waarop de percelen waarvan zij eigenaar zijn staan ingekleurd als woonpark, En terwijl, dit K.B. dd. 29 maart 1974, waaruit mijn cliënten rechten putten zoals kan worden afgeleid uit de voormelde Arresten van de Raad van State in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni 1983, tot op vandaag zijn geldingskracht behoudt, En terwijl, het Algemeen rechtsbeginsel van ‘Le privilège du préalable’, dit ontwerp-gewestplan moet worden geacht tot op vandaag bindende kracht te hebben, en dus de enige wettige basis kan zijn voor het vaststellen van het X-8639-6/8 Gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, in uitvoering van de Arresten van de Raad van State in de gevoegde zaken nrs. 23.332 en 23.333 van 7 juni
- En terwijl, het bestreden besluit dus het K.B. dd. 29 maart 1974 schendt in de mate dat het de vaststelling van de eigendommen van beroepers niet baseert op dit nog steeds van kracht zijnde ontwerp-gewestplan, vastgesteld bij K.B. dd. 29 maart 1974”. 3.2.
- Punt 13, §1, eerste lid van bijlage 2: “Niet in de coördinatie opgenomen bepalingen: wijzigings-, overgangs- en opheffingsbepalingen, alsmede reeds voorbijgestreefde bepalingen” bij het besluit van 22 oktober 1996 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 september 1996 tot coördinatie van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw bepaalt : “De definitieve vaststelling van de gewestplannen die vóór 1 januari 1994 voorlopig zijn vastgesteld, gebeurt volgens de procedure die vóór die datum gelding had. Indien de definitieve vaststelling niet is geschied vóór 1 januari 1995 vervalt het ontwerp-gewestplan”. Hieruit volgt dat het ontwerpgewestplan van 29 maart 1974 alleszins op datum van 1 januari 1995 is vervallen. De terzake voor het eerst in de laatste memorie aangevoerde argumenten zijn niet ontvankelijk. Voor het overige valt het middel samen met het eerste. Het tweede middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-8639-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 2 juni 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-8639-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.732 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div