id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.748 Rolnummer: A. 191613/X-14093 Zaak: Arrest 193748 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 02/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 03:12 Fiche Arrest nr 193.748 van 2 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.748 van 2 juni 2009 in de zaak A. 191.613/X-14.
- In zake : Danny VAN ROOY, die woonplaats kiest te 2320 HOOGSTRATEN, Katelijnestraat 15 tegen :
- de gemeente HOOGSTRATEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. SURMONT, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, de Merodelei 112,
- de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaten L. PEETERS en R. TIJS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Frankrijklei
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Danny VAN ROOY op 20 februari 2009 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 16 oktober 2008 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Gedeeltelijke vervanging van het B.P.A. nr. 1 Centrum-Westkant’ van de stad Hoogstraten, definitief vastgesteld door de gemeenteraad van Hoogstraten in zitting van 25 augustus 2008, “meer bepaald wat betreft de voorschriften en plannen van de zone 01 : hoek Katelijnestraat - gravin Elisabethlaan”, en, “voor zover als nodig”, van het gemeenteraadsbesluit van 25 augustus 2008; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-14.093-1/4 Gelet op de beschikking van 6 mei 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 mei 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VRINTS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. SURMONT, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat R. TIJS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De verwerende partijen betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 3.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft voert de verzoeker het volgende aan : “De onmiddellijke uitvoering van het GRUP zal aan verzoeker ongetwijfeld een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel berokkenen. Door het GRUP wordt het immers voor verzoeker voor ongekende en langdurige tijd onmogelijk om de bouwplannen te realiseren waarvoor hij op regelmatige en rechtsgeldige wijze vergunning had aangevraagd. Verzoeker had inderdaad een stedenbouwkundige aanvraag ingediend strekkende tot regularisatie van de bestaande achterbouw en de uitbreiding met X-14.093-2/4 een garage tot tegen de perceelgrens. Weliswaar werd deze aanvraag zowel door het college van burgemeester en schepenen van Hoogstraten (24.4.2006) als, in graad van beroep, door de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen (1.2.2007) geweigerd, doch verzoeker heeft tegen deze beslissing een beroep tot vernietiging ingesteld bij de Raad van State en in het verslag van 20.6.2008 heeft de Auditeur besloten dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd. De meer dan waarschijnlijke vernietiging door de Raad van State zal tot gevolg hebben dat aan verzoeker toch vergunning zal moeten gegeven worden zoals hij heeft gevraagd en dat het hem dus zal moeten worden toegestaan om tot tegen de perceelsgrens te bouwen. De Auditeur heeft immers in het verslag gesteld dat er in de woonzone geen andere zones non aedificandi kunnen gelden dan diegene die in het BPA zijn voorzien. Gezien dit evenwel onmogelijk wordt gemaakt door het GRUP dat conform artikel 53 § 1 van het D.R.O. van 18.5.1999 in werking is getreden 14 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en dat inderdaad voorziet dat aan de perceelgrens over de volledige lengte een bouwvrije zone van 3 meter breedte moet gerespecteerd worden, zal de uitwerking van dit GRUP, zeker wat die specifieke zone (2.1) of die specifieke bepalingen (.artikel 2.01.1 § 1) betreft, moeten opgeschort worden”. 3.
- De verwerende partijen repliceren op goede gronden dat verzoekers betoog niet concreet aangeeft in welk opzicht het niet kunnen realiseren van zijn “bouwplannen” hem een ernstig nadeel dreigt te berokkenen. Zij wijzen er in dit verband terecht op dat het niet kunnen realiseren van “bouwplannen” op zichzelf geen ernstig nadeel staaft. Bovendien worden de verwerende partijen niet tegengesproken waar ze er op wijzen dat de “bouwplannen” onder meer de regularisatie betreffen van een reeds meer dan twintig jaar oude constructie, waarvoor tevoren nooit een regularisatie werd aangevraagd. Daarbij komt nog dat de desbetreffende bouwaanvraag door de verwerende partijen werd geweigerd. Weliswaar heeft de verzoeker daartegen een annulatieberoep ingesteld, doch de Raad van State heeft hierover nog geen uitspraak geveld, zodat -een voor de verzoeker gunstig auditoraatsverslag ten spijt- nog geenszins vaststaat dat een en ander “meer dan waarschijnlijk” tot vernietiging van de weigering zal leiden, en nog minder dat na een gebeurlijke vernietiging aan de verzoeker “vergunning zal moeten gegeven worden”. De ernst van het aangevoerde nadeel wordt ook nog tegengesproken door het feit dat de verzoeker tegen die weigering geen vordering tot schorsing heeft ingesteld. De verzoeker toont dan ook niet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te berokkenen. X-14.093-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.093-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.748 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.968 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div