← België

Arrest 193784 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 03/06/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.784 Rolnummer: A. 185791/XIV-30007 Zaak: Arrest 193784 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 03/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 03:12 Fiche Arrest nr 193.784 van 3 juni 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193784 van 3 juni 2009 in de zaak A. 185.791/XIV-30.

  1. In zake : XXX, in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarig kind : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. FONTEYN, kantoor houdende te 1060 BRUSSEL, Dejonckerstraat 51, bus 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, thans de Minister van Migratie- en asielbeleid. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift datXXX, in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarig kind XXX, beiden van Ecuadoriaanse nationaliteit, op 9 november 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 2427 van 9 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 1998 van 22 januari 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur M. STERCK, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 6 juni 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 september 2008; XIV-30.007-1/4 Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat M. VERSWIJVER die, loco Advocaat R. FONTEYN verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE die, loco Advocaat C. DECORDIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  3. XXX, van Ecuadoriaanse nationaliteit, dient op 16 februari 2006 een aanvraag tot vestiging in functie van haar minderjarige dochter, van Belgische nationaliteit, in. 1.
  4. Op 21 februari 2006 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot niet in overweging name. 1.
  5. Tegen deze beslissing dient verzoekster een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State. Deze zaak is nog hangende. 1.
  6. Op 28 juli 2007 wordt aan verzoekster een bevel om het grondgebied te verlaten betekend. 1.
  7. Verzoekster dient op 7 augustus 2007 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring van deze beslissing in bij de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen. 1.
  8. Bij arrest nr. 2427 van 9 oktober 2007 heeft de Raad voor Vreemdelin- genbetwistingen het beroep tot nietigverklaring verworpen en de vordering tot schorsing zonder voorwerp verklaard. XIV-30.007-2/4 Dit is het bestreden arrest.
  9. Over de gegrondheid van het beroep. 2.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij in een vierde en vijfde middel de schending aanvoert van artikel 149 van de Grondwet, van artikel 234 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van artikel 39/65 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijde- ring van vreemdelingen (hierna Vreemdelingenwet); dat de Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen werd verzocht het onderzoek van de zaak te schorsen totdat het Grondwettelijk Hof uitspraak zou hebben gedaan over het beroep tot vernietiging betreffende de artikelen 80, 154, 185, 186, 189 en 192 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, dat op 5 april 2007 werd ingeleid door de vzw “Association pour le droit des Etrangers” en consoorten; dat de motivering van het bestreden arrest paradoxaal zou zijn omdat het niet de vraag is te constateren dat de wetgever de mogelijkheid van volle rechtsmacht heeft geweigerd, doch wel de grondwettelijkheid van deze weigering of de tegenspraak met het Europees recht te onderzoeken; dat in het bestreden arrest niet wordt uiteengezet waarom geweigerd wordt prejudiciële vragen in verband met het verblijfsrecht van ouders van een Belgisch kind aan het Europees Hof van Justitie te stellen; 2.
  11. Overwegende dat uit artikel 149 van de Grondwet en artikel 39/65 van de Vreemdelingenwet volgt dat elke uitspraak van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met redenen wordt omkleed; dat verzoekster de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen formeel heeft verzocht om het onderzoek van de zaak te schorsen totdat het Grondwettelijk Hof uitspraak zou hebben gedaan over het beroep tot vernietiging betreffende de artikelen 80, 154, 185, 186, 189 en 192 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; dat uit het bestreden arrest niet blijkt waarom op deze vraag niet werd ingegaan; dat bovendien niet geantwoord wordt op verzoeksters vraag naar de grondwettelijkheid van artikel 80 van de Vreemdelingenwet; dat niet geantwoord wordt op de vraag naar de conformiteit van dit artikel met het Europees recht; dat bovendien evenmin wordt uiteengezet waarom de door verzoekster geformuleerde prejudiciële vragen niet werden gesteld; dat het vierde en vijfde middel, in de mate waarin zij werden besproken, gegrond zijn, XIV-30.007-3/4 BESLUIT: Artikel
  12. Vernietigd wordt het arrest nr. 2427 van 9 oktober 2007 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  13. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschre- ven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Artikel
  14. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Artikel
  15. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juni tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-30.007-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.784 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.