id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.842 Rolnummer: A. 191332/IX-6211 Zaak: Arrest 193842 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 04/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-19 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 03:13 Fiche Arrest nr 193.842 van 4 juni 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.842 van 4 juni 2009 in de zaak A. 191.332/IX-
- In zake : Marleen HAMERLYNCK, die woonplaats kiest te SLEIDINGE, Varendonk 5 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat E. JACUBOWITZ, kantoor houdende te BRUSSEL, Tedescolaan
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marleen HAMERLYNCK op 5 februari 2009 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 december 2008 van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO) waarbij aan verzoekster wordt meegedeeld niet geslaagd te zijn voor de certifiëringstest van de opleiding “Projectmanagement SA01NL-T4”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, opgemaakt door adjunct-auditeur M. CELIS; Gelet op de beschikking van 18 maart 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-6211-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekster, en van advocaat J. JANSSENS, die loco advocaat E. JACUBOWITZ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten 1.
- Na de gecertificeerde opleiding “Projectmanagement” te hebben gevolgd, legt verzoekster hierover op 26 juni 2008 de door OFO georganiseerde certifiëringstest af. 1.
- Deze test van de opleiding “Projectmanagement” bestaat in totaal uit 56 multiple choice vragen. Bij multiple choice vragen worden vier antwoordalternatieven per vraag gegeven waarvan telkens één enkel antwoord correct is. De score wordt als volgt toegekend: 1 voor een correct antwoord, 0 wanneer niet wordt geantwoord en -0,5 voor een foutief antwoord. Om te slagen voor de gecertificeerde opleiding dient de examinandus minstens 60% van de punten te behalen. Bij de test voert het OFO een kwaliteitscontrole “ex ante” en “ex post” uit; de controle “ex post” heeft betrekking op een analyse van de testresultaten zodat bepaalde anomalieën in de antwoorden kunnen gedetecteerd worden. Bij de controle “ex post” wordt beslist om de vragen 29 en 48 uit de test te schrappen, daar de formulering van vraag 29 onvolledig was en daar de opgave van vraag 48 een fout bevat. Op basis hiervan behaalt verzoekster een score van 58,33% en is aldus niet geslaagd voor de test. IX-6211-2/5 1.
- Deze beslissing wordt aan verzoekster meegedeeld op 11 december
- Het betreft de thans bestreden beslissing. 1.
- Na inzage van haar dossier, dient verzoekster een aantal opmerkingen in met betrekking tot de test bij de klachtendienst van het OFO. 1.
- Naar aanleiding van een andere klacht, wordt vastgesteld dat de oorspronkelijk geschrapte vraag 48 toch geen fout bevat. Deze vraag wordt dan ook terug opgenomen in de test; de resultaten van de kandidaten worden in die zin herberekend. 1.
- Voor verzoekster betekent dit dat haar resultaat wordt herleid tot 57,27%, wat niets wijzigt aan het eindresultaat, daar zij zowel vóór als na de aanpassing minder dan 60% heeft behaald en aldus niet is geslaagd.
- Ontvankelijkheid van het beroep 2.
- In haar verzoekschrift schrijft verzoekster dat zij niet akkoord gaat met de beslissingen van het OFO en zet haar grieven uiteen als volgt: “(...) Ik ga niet akkoord met deze beslissingen en wens in vogelvlucht al mijn grieven op een rijtje zetten: De test was een multiple choice test met 56 vragen waarbij er voor iedere vraag slechts één correct antwoord was voorzien. De correctie zou geen problemen mogen geven en toch duurde het vijf maand een half vooraleer het resultaat bekend was. Tijdens de test zelf merkten verschillende kandidaten op dat bepaalde vragen niet duidelijk waren geformuleerd en er geen eenduidig antwoord kon op gegeven worden. Die vragen heb ik niet beantwoord omdat er voor elke foute score ½ punt werd afgetrokken. Achteraf zijn die vragen uit het examen geweerd zoals u in de details van het examen kunt zien. Op basis daarvan behaalde ik het resultaat van 58,33%. Om te slagen was 60% vereist. Ik verkreeg inzage van mijn dossier en stelde vast dat minstens 3 vragen die ik fout had beantwoord voor grote discussie vatbaar zijn en heb per aangetekend schrijven mijn bezwaren uitgebreid geuit. IX-6211-3/5 Via de opleidingsdirectrice van mijn werk vernam ik per mail dat men mijn resultaat inderdaad ‘aangepast’ heeft : men heeft mijn score zelfs nog verlaagd naar 57,27%. Tot op heden heb ik nog geen schriftelijke uitslag van OFO inzake die ‘aanpassing’.” 2.
- Artikel 2, §1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” bevat. De uiteenzetting van een rechtsmiddel vereist in principe dat zowel de rechtsregel of het rechtsbeginsel wordt aangeduid dat zou geschonden zijn, als de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt geschonden. Een rechtsmiddel bestaat uit de voldoende en duidelijke omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel of rechtsbeginsel, zonder dat het vereist is dat in het verzoekschrift de wetsbepalingen worden aangegeven die zouden zijn geschonden. Het is wel nodig dat summier doch duidelijk de beweerde schending van een rechtsregel of rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt aangegeven, opdat een middel ontvankelijk zou zijn. 2.
- Verzoekster beperkt zich in haar uiteenzetting in het verzoekschrift tot het formuleren van haar grieven met betrekking tot de bestreden beslissing. Zij duidt echter in het geheel niet aan welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel zij geschonden acht door de bestreden beslissing. Verzoekster mag het niet aan verwerende partij of aan de Raad van State overlaten om uit voornoemde uiteenzetting een rechtsmiddel te distilleren. 2.
- Aangezien verzoekster geen rechtsregel en/of rechtsbeginsel aanduidt die volgens haar door de bestreden beslissing wordt geschonden, dient met de verwerende partij te worden vastgesteld dat het beroep tot nietigverklaring derhalve onontvankelijk is wegens gebrek aan de uiteenzetting van een rechtsmiddel en kan de beslechting van het geschil ten gronde aldus afgedaan worden in korte debatten, in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. IX-6211-4/5
- Vermits deze zaak slechts korte debatten vereist -zoals uit voorgaande uiteenzetting blijkt-, en er reden is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is er bijgevolg geen grond meer om over de vordering tot schorsing uitspraak te doen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. KAMERVOORZITTER : Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 4 juni 2009, door : de H D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6211-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.842 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.