id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.902 Rolnummer: A. 191454/X-14086 Zaak: Arrest 193902 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 05/06/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-19 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 03:13 Fiche Arrest nr 193.902 van 5 juni 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 193.902 van 5 juni 2009 in de zaak A. 191.454/X-14.
- In zake : Petrus KERSTENS, die woonplaats kiest bij advocaat K. ERARD, kantoor houdende te 1703 SCHEPDAAL, Oudstrijdersstraat 30 tegen : de gemeente OVERIJSE, die woonplaats kiest bij advocaten H.-K. CAREME en G. DE DONCKER, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4, bus
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Petrus KERSTENS op 16 februari 2009 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 12 november 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse waarbij aan Steven VERCAUTEREN de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een eengezinswoning op een perceel gelegen te Overijse, Genvalstraat 112, kadastraal bekend sectie K, nr. 87/L/2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 april 2009 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 8 mei 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; X-14.086-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ERARD, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat H.-K. CAREME die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- De verzoeker is sedert juni 2005 eigenaar en bewoner van een woning met bijbehorende grond, gelegen aan de Genvalstraat 110 te Overijse. 1.
- Bij besluit van 15 september 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse wordt aan Jan BUCKINX voor de b.v.b.a. Bureau Jan BUCKINX de vergunning verleend voor het verkavelen van gronden gelegen te Overijse, aan de Olmengaarde/Genvalstraat, kadastraal bekend “sectie K, nrs. 86/B/11 en 86/C/11 (recente kadastrale nrs. 87/m/2 en 87/l/2)”, palende aan de eigendom van de verzoeker. 1.
- Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse zijn deze gronden gelegen in woonpark. 1.
- De verzoeker stelt op 1 december 2008 een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging evenals een beroep tot nietigverklaring in van voormelde verkavelingsvergunning (zaak A. 190.529). Bij arrest nr. 191.452 van 16 maart 2009 wordt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging verworpen wegens het niet zijn aangetoond van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 1.
- Inmiddels had Steven VERCAUTEREN op 1 oktober 2008 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor het X-14.086-2/6 bouwen van een eengezinswoning op het lot 2 van voormelde verkaveling, waarvan hij eigenaar was geworden. 1.
- Bij het thans bestreden besluit van 12 november 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Overijse aan Steven VERCAUTEREN de gevraagde stedenbouwkundige vergunning.
- Over de grondvoorwaarden voor de schorsing 2.
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
- Over het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 2.2.
- Luidens artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bepaalt dat het enig verzoekschrift dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met nadien bijgebrachte feiten en verklaringen en niet bij het verzoekschrift gevoegde stukken geen rekening kan worden gehouden. De verzoekende partijen mogen zich in hun uiteenzetting niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit X-14.086-3/6 blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaan of dreigen te ondergaan. 2.2.
- Uiteenzetting in het verzoekschrift In het verzoekschrift zet de verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteen als volgt: “Zoals blijkt uit de bijgevoegde google-foto’s ligt de eigendom van verzoeker en de bouwplaats tegenaan een natuurgebied rond het meer van Genval en het bosgebied ‘Nieuwelaan’. Verzoeker heeft een onbeperkt wijds zicht vanuit zijn eigendom op het natuurgebied naast zijn perceel. De vergunde constructie in de bestreden vergunning is door haar bouwstijl en haar omvang van aard om verzoekers woon-en leefklimaat dat gekenmerkt is door een onbelemmerd zicht op de wijdse omgeving te verstoren. De vergunde constructie voorziet een bouwwerk van 6,50m hoog op een afstand van 5 meter van de perceelsgrens van verzoeker. Een bouwwerk van 6,50 m hoogte op een afstand van 5 meter van de perceelsgrens aan de rand van een natuurgebied en dat bovendien ligt in het wijdse zicht van verzoeker betekent een ernstige schending van zijn leef- en woonklimaat alsook van de onmiddellijke groene omgeving. De ontworpen constructie houdt ook een inkijk in naar de woning van verzoeker. De beschrijvende nota maakt hieromtrent de volgende melding: ‘Minimale inkijk vanuit de op te richten woning naar de woning Genvalstraat 110 en omgekeerd’. (...) Het uitzicht van verzoeker op het natuur- en bosgebied wordt vervangen door een uitzicht op een gebouw, gelegen op 5 meter van de perceelsgrens. Dat bovendien een gebouw, gelegen aan de grens met een natuurgebied aldaar thuis hoort indien het verenigbaar is met deze onmiddellijke omgeving. De bestreden beslissing werd verleend zonder dat het college van burgemeester en schepenen de aanvraag heeft getoetst aan de onmiddellijke omgeving die bestaat uit een natuurgebied en een bosgebied. In de bestreden beslissing wordt de omgeving van de bouwplaats omschreven als bestaande ‘hoofdzakelijk uit woningen in open verband’ terwijl ter plekke het natuur- en bosgebied hoofdzakelijk overheerst. Bovendien is de verkavelingsvergunning, in uitvoering waarvan de bestreden beslissing is genomen, ook niet gemotiveerd op dit punt ( zie nietigheidsverhaal verkavelingsvergunning) zodat het ontbreken van enige motivering (ernstig middel tot vernietiging - zie infra) zowel de bestreden - als de verkavelingsvergunning vitrieert. Dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaakt wordt door de aangevochten beslissing zodat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing gegrond voorkomt. In de bouwaanvraag vermeld de bouwheer de bouwwerken te zullen aanvatten op 1 maart
- Bij vernietiging van de bestreden beslissing bestaat er weinig kans dat het bouwwerk zal worden afgebroken en wordt verzoeker aldus gebracht voor een voldongen feit”. 2.2.
- Onderzoek van het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel X-14.086-4/6 2.2.3.
- De verzoeker brengt ten titel van moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan dat het “onbeperkt weids zicht vanuit zijn eigendom” verloren dreigt te gaan, dat zijn woon- en leefklimaat zal aangetast worden, dat inkijk mogelijk zal worden, en dat de vergunning gesteund is op een onwettige verkavelingsvergunning. 2.2.3.
- Het verloren gaan van het weids zicht dat de verzoeker thans heeft, vindt zijn rechtstreekse oorzaak niet in de thans bestreden stedenbouwkundige vergunning, maar in de eerste plaats in de bestemming woonpark die het gewestplan aan het betrokken gebied heeft gegeven, waardoor in de omgeving bebouwing mogelijk is. In zoverre de verzoeker aanvoert dat de vergunde constructie door zijn omvang en inplanting een schending uitmaakt van zijn leef- en woonklimaat vindt het nadeel zijn rechtstreekse oorzaak evenmin in de bestreden stedenbouwkundige vergunning maar in de verkavelingsvergunning waartegen de door de verzoeker ingestelde vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging werd verworpen bij het arrest nr. 191.452 van 16 maart 2009 wegens het niet zijn aangetoond van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 2.2.3.
- Ten slotte, wat betreft de beweerde onwettigheid van de verkavelingsvergunning op grond waarvan de bestreden stedenbouwkundige vergunning is verleend en van deze vergunning zelf, dient te worden vastgesteld dat de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde schorsingsvoorwaarden, met name dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, twee van elkaar te onderscheiden voorwaarden zijn die elk afzonderlijk dienen te zijn vervuld. Eventuele onwettigheden waardoor het bestreden besluit zou zijn aangetast zijn geen nadelen die hun rechtstreekse oorzaak vinden in de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. Zij kunnen dan ook niet dienstig worden ingeroepen. 2.2.3.
- De uiteenzetting van de verzoeker bevat geen concrete en precieze gegevens die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. X-14.086-5/6 2.
- Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat niet is voldaan aan een van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juni 2009, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. J. BOVIN. X-14.086-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.193.902 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.008 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div